28 mei - 8 juni: Vipassana en wandel retraite in  Frankrijk  |  Lees hier meer...

Reiki

Chios

Tantra

Sweda

Retraite

Spiriwiki

   

Sanskriet alfabet, A  t/m  C:  

 

 

A

 

Abhaya = onbevreesdheid, zekerheid.

Abhayankara = schenker van onbevreesdheid. Het gaat hier om de angst, die het resultaat is van onze gehechtheid aan het wereldse bestaan.

Abhayankari = schenkster van onbevreesdheid. Het gaat hier om de angst, die het resultaat is van onze gehechtheid aan het wereldse bestaan.

Abhi = naar, tot, in.

Abhisheka = ritueel wassen, ritueel reinigen, zalven.

Achala = onverstoorbaar; onbeweeglijk; berg.

Acharya = leraar.

Adhara = ondersteuner; steun, basis.

Adharini = ondersteunster; steun, basis.

Adharma = onrechtvaardigheid, immoreel gedrag.

Adi = oorsprong, aanvang, begin, eerste.

Adi Shakti = energie van het begin, oorspronkelijke energie, oerkracht.

Advaita = monisme, non-dualisme, niet-tweeheid. Dit is het bewustzijn waarmee je God en de schepping ervaart als één.

Advitiya = (Zie: Advaita).

Agnau = in het vuur. (naamval van Agni).

Agni = vuur.

Ahalya = naam van de vrouw van de wijze Gautama. Zij werd door Indra, de koning der Goden, die de gestalte van Gautama had aangenomen, verleid. Door de vervloeking van haar echtgenoot veranderde zij in steen. Zij werd weer tot leven gewekt, doordat Rama haar met zijn voet aanraakte.

Ahalyoddharaka, Ahalyaddharaka = een naam voor Rama, die betekent: redder, verlosser van Ahalya.

Aham = ik; ik ben. (naamval van Asmad).

Ahamkara = ego, ik-bewustzijn; egoïsme.

Ahimsa = geweldloosheid.

Ahura Mazda, Mazda = naam voor God in het Parsisme.

Aisa = zo, zodanig, als deze, als dit.

Aj(a) = niet geboren, zonder geboorte; de eeuwige, de ongeborene, Atma, God.

Ajnana = onwetendheid (waardoor men denkt, dat men het lichaam is).

Akabar, Akbar = groot.

Akala = tijdloos, buiten de tijd staande.

Akara = vorm.

Akarta Shakti = kracht van het niet-handelen.

Akasha = ruimte, ether. Het is het meest verfijnde van de vijf elementen en is niet uit atomen opgebouwd. Daardoor kan het het gehele universum vullen en doordringen.

Akbar, Akabar = groot.

Akhanda = zonder onderbreking, volledig.

Akhanda bhajan = het 24 uur lang ononderbroken zingen van bhajans.

Alakh(a) = onmerkbaar, onzichtbaar, uitstijgend boven onze zintuiglijke waarneming.

Alankrita = versiering op het voorhoofd, aangebracht met chandan of kumkum. De gelovige brengt deze versiering aan om aan te geven, dat het lichaam de tempel van God is.

Allah = naam voor God in de Islam.

Allah Ho Akbar = God is groot. Dit is een aanroep van God in de Islam.

Amba = moeder; een naam voor Shakti, de goddelijke moeder.

Ambika = een naam voor Parvati (metgezellin van Shiva), die betekent: moeder.

Amrit(a), Amritam = onsterfelijkheid; nectar, godendrank.

Ana = komen; kom.

Ananda(m) = gelukzaligheid.

Anandana = verrukking schenkend, gelukkig makend, verheugend.

Anando = (Zie: Ananda).

Ananta(m) = oneindig, eindeloos, eeuwig; naam voor de slang, waarop Vishnu rust. (Zie ook: Shesha).

Anantashayana = een naam voor Vishnu, die betekent: de Heer die rust op de slang Ananta. Vóór het begin van de schepping lag Vishnu onbeweeglijk op de duizendkoppige slang Ananta of Shesha in de melkzee. De slang is het symbool van het ego, waarover Vishnu het volledige meesterschap bezit. De melkzee is het symbool van het zuivere (sattvische) denken.

Anatha = zij die niemand hebben tot wie zij zich kunnen wenden, zij die zonder toevlucht zijn, eenzamen, verlatenen, hulpelozen.

Andhera = duisternis.

Anduko = aanvaarden; aanvaard.

Aneka = niet één; veel, veelvoud.

Ang(a) = deel, lichaamsdeel; lichaam.

Anna = voedsel.

Annapurna = een naam voor Parvati (metgezellin van Shiva), die betekent: schenkster van voedsel. Zij is de goddelijke moeder.

Antar(a) = innerlijk.

Antar(a)yami(n) = innerlijke gids, innerlijke motivator.

Antayu = alles.

Anugraha = genade, hulp.

Ao = komen; kom.

Apad(a) = nood, ellende.

Apana = eigen, zelf; adem, levenskracht. (Er zijn vijf verschillende prana's. Eén ervan is Apana).

Aparadha = verkeerde daden, zonde, misdaad.

Araja = gebed, verzoek.

Arati = ritueel met een kamfervlam ter aanbidding van God; lichtceremonie.

Aravinda = lotus, lotusbloem. Deze is het symbool van onthechting.

Arpana = gevend; gave, offergave.

Artha = doel; welstand, rijkdom.

Arti = (Zie: Arati).

Aruna = ochtendschemering, rode kleur.

Arunachala = naam van een berg in Zuid-India. Deze berg is het symbool van Shiva als degene die bij het aanbreken van de dag de stralen van de zon in ons hart doet binnendringen om het te verwarmen.

Asat = onwaarheid, onwerkelijkheid, berustend op illusie, niet-zijn.

Asato = van onwaarheid, van niet-zijn. (naamval van Asat).

Asha = hoop, verwachting, wens.

Ashanti = afwezigheid van (innerlijke) vrede, rusteloosheid.

Ashram = plaats waar men gemeenschappelijk naar Zelfverwerkelijking streeft onder leiding van een goeroe.

Ashram(a) = levensstadium. De vier levensstadia zijn: brahmacharya (het leerstadium), grihastha (het stadium waarin men een gezin vormt en onderhoudt), vanaprastha (het stadium van onthechting van aardse zaken en streven naar spirituele groei) en sannyasa (het stadium van volledige onthechting).

Ashraya = steun, hulp; rustplaats; toevlucht, bescherming.

Ashrita = persoon, individu, levend wezen; iemand die afhankelijk is, hulp of toevlucht zoekt.

Ashritaha = (Zie: Ashrita).

Ashta(n) = acht.

Asmi = ik ben.

Ati = over, voorbij.

Ativa = buitengewoon, zeer hevig, standvastig.

Atma = ziel, het ware Zelf, God gezien in het afzonderlijke.

Atmalinga, Shivalinga, Linga(m) = ellipsvorm, meestal van steen of metaal. Het is het symbool van de schepping en van God, die zonder begin en zonder einde is.

Atmaram(a) = de vreugde, heerlijkheid van het ware Zelf, de vreugde die niet meer afhankelijk is van de uiterlijke wereld.

Atmaramaya = voor (over) de heerlijkheid van het ware Zelf. (naamval van Atmarama).

Atmasvarupa = essentie van het Zelf, vorm van het ware Zelf; belichaming van het ware Zelf, van de ziel.

Aum, Om = scheppingsklank; het geluid, dat ontstond bij de oerbeweging, de trilling, die werd veroorzaakt doordat de Ene zich omhulde met maya, de schepping.

Aur = en.

Avana = bescherming.

Avasara = gelegenheid, mogelijkheid.

Avatar(a) = goddelijke incarnatie, belichaming van God.

Avatari = goddelijke incarnatie, belichaming van God. (vrouwelijke vorm van Avatara). (Sai Baba is zowel vader als moeder, dus zowel Avatara als Avatari).

Avidya = onwetendheid (waardoor men denkt, dat men het lichaam is).

Aye = (Zie: Ayi).

Ayi = moeder.

Ayodhya = hoofdstad van Kosala, het koninkrijk waar eerst Dasharatha en later Rama regeerde. Letterlijk betekent het: de stad die niet veroverd kan worden. Dit is het spirituele hart waarin God verblijft.



B

 

Baba = vader.

Babaya = voor Baba. (naamval van Baba).

Bada = groot, machtig.

Baja, Bajave, Baje = trommelslag, geluid, klank.

Bajana Bajna = trommelen, bellen, luiden, klinken.

Bal(a) = jong, kind; kracht, macht.

Banai = maken, scheppen, bereiden; schiep, heeft geschapen. (vervoeging van Banana).

Banana = maken, scheppen, bereiden.

Bandhava = (Zie: Bandhu).

Bandho = (Zie: Bandhu).

Bandhu = vriend, bloedverwant, beschermer.

Bangaru = goud; (figuurlijk) mijn liefje.

Bansi = de fluit van Krishna. De holle fluit is het symbool van het hart dat gezuiverd is van alle verlangens en dat daardoor een geschikt instrument is geworden voor het spel van de Heer.

Bansidhara = een naam voor Krishna, die betekent: drager van de fluit.

Banyan = vijgeboom.

Bar(a) = weer, opnieuw, nogmaals. In het Hindi betekent Bar(a): groot, oud, zeer.

Basai = wonen, verblijven; woonde, heeft gewoond. (vervoeging van Bas(a)na).

Bas(a)na = wonen, verblijven.

Beda = boot.

Bhadra = gezegend, veelbelovend, gelukkig, genadig, goedgunstig, vriendelijk, lieflijk, goed.

Bhag(a) = geluk, overvloed, vreugde, liefde; plaats, plek; lot.

Bhagavad Gita = (letterlijk) het lied van de Heer. Dit is het beroemde tweegesprek tussen Krishna en Arjuna over de zin van het menselijk bestaan en de weg naar bevrijding.

Bhagavan = de verhevene, de Heer; naam voor God of een Avatar. Letterlijk betekent het: glans of verhevenheid bezittend. Dit betekent, dat Hij de zes goddelijke kwaliteiten bezit: 1. almacht, alwetendheid en alomtegenwoordigheid; 2. rechtschapenheid (dharma); 3. heerlijkheid; 4. rijkdom, majesteit, genade (sri); 5. wijsheid, verlichting (jnana); 6. onthechting, gelijkmoedigheid (vairagya).

Bhagavat(a) = (Zie: Bhagavan).

Bhagavate = (Zie: Bhagavat).

Bhagya = van geluk, van vreugde. (naamval van Bhag).

Bhai = broeder.

Bhairava = verschrikkelijk, angstaanjagend; een naam voor Shiva, die betekent: de vrees- of angst-aanjager. Hij is de angstaanjager van het bewustzijn en daarmee de belichaming van een weg waarlangs de mens de eenwording kan bereiken.

Bhaja, Bhajare, Bhaje, Bhajo, Bhajore = God loven (door het zingen van zijn namen); loof God.

Bhajamana, Bhajomana = vererend, aanbiddend; God loven met eerbied, met respect (door het zingen van zijn namen).

Bhajan(a) = devotioneel lied, lofzang.

Bhajane = devotionele liederen, lofzangen. (meervoud van Bhajan).

Bhajane-vale = bhajanzangers.

Bhakta = toegewijde, devotee.

Bhakti = devotie, toewijding, overgave aan God.

Bhakto(n) = (Zie: Bhakta).

Bhaktone = toegewijden, devotees. (meervoud van Bhakta).

Bhala = voorhoofd.

Bhalalochana = een naam voor Shiva, die betekent: de Heer, die een oog in zijn voorhoofd heeft. Dit derde oog is het innerlijke oog van wijsheid.

Bhalanetra = een naam voor Shiva, die betekent: de Heer, die een oog in zijn voorhoofd heeft. Dit derde oog is het innerlijke oog van wijsheid.

Bham = het geluid van Shiva's trommel (tijdens de tandava, de kosmische dans).

Bhandara, Bhandari = vriend, kameraad, beschermer.

Bhanjana = de Heer die banden verbreekt, die gehechtheden vernietigt; vernietigen, verdelgen.

Bhara = vullen; vul. (vervoeging van Bhri).

Bhara(na) = dragend, vullend. (vervoeging van Bhri).

Bharat(a) = India.

Bharati = welsprekendheid, woorden, stem, spraak; een naam voor Sarasvati (metgezellin van Brahma).

Bhargo = over de allesdoordringende schittering en luister.

Bharo = (Zie: Bhara).

Bhasma(n) = as, heilige as.

Bhatta = Heer.

Bhava = de wereld, het bestaan, het wereldse bestaan, de kringloop van geboorte en dood; waarheid, werkelijkheid; overgave; gedachte, mening; gevoel, gewaarwording, extase.

Bhavani = een naam voor Parvati (metgezellin van Shiva), die betekent: schenkster van leven.

Bhavantu = moge (het zo) zijn. (vervoeging van Bhu).

Bhava-samkirtan(a) = het gezamenlijk zingen over de gevoelsrelatie van de devotee tot God. Het gaat hierbij om God als vriend, als leidsman, als moeder, geliefde, schenker van gelijkmoedigheid, enz.

Bhavaya = voor de waarheid, voor de werkelijkheid. (naamval van Bhava).

Bhaya = angst, vrees.

Bhayankara = (Zie Abhayankara).

Bhayankari = (Zie: Abhayankari).

Bhi, Hi = ook, eveneens.

Bhola = een naam voor Shiva, die betekent: de Heer die alles zonder vragen geeft.

Bhole = (Zie: Bhola).

Bhu = zijn, worden.

Bhujanga = slang, cobra.

Bhujangashayana = een naam voor Vishnu, die betekent: de Heer die rust op de slang. Vóór het begin van de schepping lag Vishnu onbeweeglijk op de duizendkoppige slang Ananta of Shesha in de melkzee. De slang is het symbool van het ego, waarover Vishnu het volledige meesterschap bezit. De melkzee is het symbool van het zuivere (sattvische) denken.

Bhu(r) = de aarde, het grofstoffelijke. (Zie ook: Tribhuvana, en: Triloka).

Bhushana = juweel, sieraad.

Bhushita = versierd, gesierd, getooid, verfraaid.

Bhushitanga = versierde ledematen bezittend.

Bhutva = zijn; is. (vervoeging van Bhu).

Bhuva(r) = de ether, de atmosfeer, het fijnstoffelijke. (Zie ook: Tribhuvana, en: Triloka).

Bhuvana = universum.

Bina = zonder.

Bol = (Zie: Bolo).

Bole = (Zie: Bolo).

Bolo = zeggen, zingen; zeg, zing.

Brahma = de schepper in de Hindoe-drieëenheid.

Brahma Shakti = scheppingskracht.

Brahmachari(n) = hij, die zich bevindt in het eerste van de vier levensstadia, namelijk het leerstadium; hij, die streeft naar spiritualiteit. (Zie ook: Brahmacharya).

Brahmacharya = het leerstadium. Dit is het eerste van de vier levensstadia. (Zie ook:

Ashrama).

Brahmagnau = in het vuur dat Brahman is. (naamval van Brahmagni).

Brahmaiva = waarlijk Brahman; de verblijfplaats van Brahman.

Brahman = naam voor God in het Hindoeïsme. Brahman heeft drie aspecten, namelijk Brahma (schepper), Vishnu (instandhouder) en Shiva (vernietiger). (Zie ook: Trimurti).

Brahmana = door Brahman. (naamval van Brahman).

Brahmananda = de gelukzaligheid die Brahman verschaft, goddelijke gelukzaligheid.

Brahmanda = het ei van Brahman, waaruit alles is ontstaan; de wereld, het universum. In de Purana's wordt beschreven, dat alle universums een ei-vorm hebben. Het ei (ovaal, lingam) is het symbool van de schepping en van God, die zonder begin en zonder einde is.

Brahmarpana(m) = een offer voor Brahman.

Brahmin = lid van de priester-kaste; groot geleerde.

Brindavan(a) = naam van een dorp. In de bossen en op de weiden rond dit dorp speelde Krishna in zijn jeugd en op de weiden hoedde Hij de koeien. Dit landschap is het symbool van het altijd groene hart van de devotee, waar de Heer vol vreugde speelt.

Buddha = prins Gautama Siddhartha. Deze werd de Boeddha, dit is: de verlichte. Hij is de stichter van het Boeddhisme.

Buddhi = hoger bewustzijn, wijsheid, intuïtie, onderscheidingsvermogen.

Buddhipradayaka = een naam voor Ganesha, die betekent: schenker van onderscheidingsvermogen, hoger bewustzijn, wijsheid.

 

C

 

 

Chah(a) = verlangen, liefhebben; wens.

Chahe = of.

Chaho = (Zie: Chaha).

Chakra = wiel, rad; energiecentrum.

Chalna = voortgaan.

Chalo = voortgaan; ga voort. Het is een aansporing om iets te doen. (vervoeging van Chalna).

Chand = (Zie: Chandra).

Chandan(a) = sandelhoutpasta, sandelhoutpoeder. Dit wordt bij godsdienstige plechtigheden gebruikt.

Chandra = maan.

Chandrashekhara = een naam voor Shiva, die betekent: de Heer die de maan op zijn hoofd draagt. Shiva draagt namelijk de wassende maan (symbool van het denken) op zijn hoofd.

Chandrashekharaya = voor Shiva, die de maan op zijn hoofd draagt. (naamval van Chandrashekhara).

Charan(a), Charanam = de heilige voeten, de lotusvoeten van de Heer of de goeroe. Deze zijn het symbool van genade.

Charanamrita = voeten die onsterfelijkheid betekenen, lotusvoeten.

Chatur = vier.

Chaturbhuja = een naam voor Vishnu, die betekent: de Heer met de vier armen.

Chela = leerling op het geestelijk pad.

Chidambara = het bewustzijn; naam van een stad waar een beroemde tempel voor Shiva staat.

Chidambaresha = een naam voor Shiva, die betekent: Heer van Chidambara.

Chidananda = volmaakt bewustzijn en volkomen gelukzaligheid. (Zie ook: Sat-chit-ananda).

Chitravati = naam van de rivier die langs Puttaparthi stroomt.

Chitta = bewustzijn, geest, spiritueel hart.

Chittachora = een naam voor Krishna, die betekent: hartendief.

Chora = dief.

Chorna = verlaten, in de steek laten.

Choro, Chodo = verlaten, in de steek laten; verlaat, laat in de steek. (vervoeging van Chorna).

 

.

 

 

 

.

.

   
   

 

Dharma-lotus is onderdeel van Reiki-Lotus, een Reiki- en meditatiepraktijk in Breda welk  werkt vanuit een Boeddhistische visie. U kunt contact met ons opnemen op info@Dharma-lotus.com.
Deze website is gebouwd door Ivar Mol, Ivar@reiki-lotus.com
Op alle artikelen rust een auteursrecht.