28 mei - 8 juni: Vipassana en wandel retraite in  Frankrijk  |  Lees hier meer...

Reiki

Chios

Tantra

Sweda

Retraite

Spiriwiki

   

Sanskriet alfabet, U  t/m  Z: 

 

 

U

 

Uddhara = redding, verlossing, bevrijding, verheffing.

Uddharaka, Uddharana, Uddhari = redder, verlosser, verheffer.

Uddharini = zij die redt, verlost, verheft.

Udhi = heilige as.

Uma = een naam voor Parvati (metgezellin van Shiva), die betekent: o, niet doen. Het verhaal wil, dat haar moeder tegen haar zei: U ma = O, niet doen = O kind, beoefen geen onthechting. Uma is de dochter van Himavat.

Upadesh(a) = spirituele instructie.

Upasana = verering, toewijding tot God.

Utta(o), Uttaro = verheffen, optillen.

 

V

 

Vadana, Vadani = gezicht.

Vahana = voertuig. De meeste Goden hebben een dier als voertuig.

Vahe = uitroep van bewondering of waardering; glorie zij U.

Vahini = stroom, rivier, vloed.

Vaidehi = een naam voor Lakshmi (metgezellin van Vishnu) en Sita, die betekent: afkomstig uit Videha. Janaka, de vader van Sita, was koning van Videha, maar Videha betekent ook: onbelichaamd.

Vaikuntha = hemel.

Vairagya = onthechting.

Vaishvanara, Vaishvanaro = aan alle mensen toebehorend; zon; vuur.

Vala = doener, eigenaar, bezitter, bewoner. (achtervoegsel).

Vale = doeners, bezitters, bewoners. (achtervoegsel). (meervoud van Vala).

Vali = zij die handelt, bezit, bewoont. (achtervoegsel).

Vanaprastha = het stadium van onthechting van aardse zaken en streven naar spirituele groei. Dit is het derde van de vier levensstadia. (Zie ook: Ashrama).

Vandana = verering, eerbied.

Vandita = vereerd, geprezen, aanbeden.

Vando = vereren, aanbidden; vereer, aanbid.

Vanto = zij die hebben, zij die bezitten. (achtervoegsel).

Vara = beste, uitmuntendste, voortreffelijkste, belangrijkste.

Varenyam = aanbidden, vereren; wij (allen) moeten aanbidden.

Vasa = woonplaats, verblijfplaats.

Vasatha = bewonen, wonen in.

Vasi = bewoner, inwoner.

Vasudeva = de vader van Krishna; een naam voor Krishna, die betekent: de zoon van Vasudeva, en: de Heer die in allen en alles aanwezig is.

Vasudevaya = voor Krishna, de zoon van Vasudeva. (naamval van Vasudeva).

Vatsala = tederheid, liefkozing; fijngevoeligheid; de genegenheid, de liefde van de moeder voor haar kind.

Vayu = lucht, wind; God van de wind.

Vayur = (Zie: Vayu).

Veda = kennis, wijsheid.

Veda's = dit zijn de oudste religieuze geschriften van de mensheid. Zij bevatten Sanathana Dharma, de tijdloze geestelijke wet, die leert dat het de eeuwige plicht is van ieder levend wezen om God te dienen.

Vedanta = filosofie die stelt, dat er niets anders is dan God. (Zie ook: Advaita).

Vedoddharana = redder van, verheffer van de Veda's.

Venkata = naam van een berg in Zuid-India, waarop zich een grote aan Vishnu gewijde tempel bevindt.

Venkataramana = een naam voor Vishnu, die betekent: Heer van Venkata.

Venu = riet; buis; fluit; de fluit van Krishna. De holle fluit is het symbool van het hart dat gezuiverd is van alle verlangens en dat daardoor een geschikt instrument is geworden voor het spel van de Heer.

Vesha = ingang; huis; kleding.

Vibhuti = heilige as. Deze is het symbool van het atma, namelijk dat wat overblijft, wanneer al het vergankelijke is verbrand. Vibhuti betekent ook: het vermogen waarmee God de gehele schepping bestuurt, bovennatuurlijk vermogen; de bescherming van de mensheid door de Heer.

Vibhutim = (Zie: Vibhuti).

Vichakshana = scherpzinnigheid.

Vichitra(m) = wonderbaarlijk, verbazingwekkend, merkwaardig.

Vidham = verteren; verteer.

Vidhata = Heer, schepper.

Vidmahe = kennen, weten, innerlijk weten.

Vidya = kennis, geestelijke wijsheid, inzicht.

Vidyaya = tot kennis, geestelijke wijsheid, inzicht. (naamval van Vidya).

Vighna = obstakel, hindernis, moeilijkheid.

Vighnavinashaka = een naam voor Ganesha, die betekent: de Heer die hindernissen uit de weg ruimt.

Vighneshvara = een naam voor Ganesha, die betekent: de Heer van de hindernissen, de Heer die hindernissen uit de weg ruimt.

Vihar(a), Vihari = inwoner, bewoner; rondlopen, wandelen, vreugdevol rondgaan.

Viharini = inwoonster, bewoonster; rondlopen, wandelen.

Vikarma = zonde, activiteit tegen de vastgestelde regels in.

Vilola = dansend, zich bewegend.

Vimochana = verjager, verwijderaar, verdrijver.

Vinasha = verwoesting, vernietiging; verlies, schade.

Vinashaka = vernietiger, verdrijver.

Vinashini = vernietigster, verdrijfster.

Vinaya = wegnemend; leiding, discipline, opvoeding, vriendelijkheid, bescheidenheid.

Vinayaka = een naam voor Ganesha, die betekent: de Heer die allen leidt, en: de Heer die hindernissen uit de weg ruimt.

Vinda = genot schenkend, vreugde schenkend.

Vindu = ontvangend, instandhoudend.

 Vishishtadvaita = speciaal monisme. Dit is het bewustzijn waarmee je God en de schepping ervaart als aspecten van hetzelfde.

Vishnu = de instandhouder of beschermer in de Hindoe-drieëenheid.

Vishnu Shakti = energie die in stand houdt.

Vishva = universum, schepping; alomtegenwoordig.

Vishvadhara = een naam voor Ganesha, die betekent: de Heer die het universum ondersteunt.

Vishvanatha = een naam voor Shiva, die betekent: Heer van het universum.

Vishvarupa = alomtegenwoordig, in alle vormen zijnde; het universum als de vorm van God; belichaming van het universum.

Vishvarupaya = voor God die in alle vormen aanwezig is, voor de belichaming van het universum. (naamval van Vishvarupa).

Vishveshvara = een naam voor Shiva, die betekent: Heer van het universum.

Vitthala = een naam voor Vishnu en Krishna. Onder deze naam wordt Krishna vereerd in de stad Pandharpur.

Viveka = onderscheidingsvermogen.

Vo = die, dat. (aanwijzend voornaamwoord).

Vraja = koeiestal; kudde, groep, menigte; rustplaats, verblijfplaats; straat, weg; wolk; naam van het gebied rond Mathura en Gokul.

Vyaghra = tijger.

Vyaghrambaradhara = een naam voor Shiva, die betekent: de Heer die gekleed is in een tijgervel. Dit tijgervel is een teken van de overwonnen dierlijke aard.

Vyom Shakti = goddelijke, alomtegenwoordige energie.

Vyoman = hemel, transcendente wereld.

 

Y

 

Ya = of.

Yad(a) = wie, wat, welke, dat, wie dan ook, enz...; gevolgd door een persoonlijk voornaamwoord legt het de nadruk op dat persoonlijke voornaamwoord.

Yadava = een naam voor Krishna, die betekent: afstammeling van koning Yadu, behorend tot de Yadu-dynastie.

Yadu = naam van de dynastie waarin Krishna werd geboren.

Yadunandana = een naam voor Krishna, die betekent: zoon van de Yadu-dynastie.

Yaga = offer, offergave, offerande; offerceremonie.

Yagna, Yajna = offer; vuurofferceremonie, ritueel; het verbranden van alle slechte neigingen.

Yahve = Jahweh, naam voor God in het Jodendom.

Yajna, Yagna = offer; vuurofferceremonie, ritueel; het verbranden van alle slechte neigingen.

Yantra = symbolische afbeelding van de kosmos en de goddelijke werkelijkheid en object van verering en meditatie. Het is een meetkundige figuur, die vaak identiek is met de mandala.

Yari = vriendschap, liefde.

Yashoda = de pleegmoeder van Krishna.

Yatra = pelgrimstocht, bedevaart; waar ook, overal waar.

Ye = deze.

Yo = die, dat, wie, wat. (betrekkelijk voornaamwoord).

Yoga = eenwording; vereniging van de individuele ziel met God.

Yogi = iemand die zich volledig op God richt, die streeft naar eenwording met God of die dit reeds bereikt heeft.

Yogishvara = een naam voor Shiva, die betekent: Heer van de yogi's.

Yogishvaraya = voor de Heer van de yogi's. (naamval van Yogishvara).

Yuga = tijdperk.

Yugavatara = de Avatar van een tijdperk.

 

Z

 

Zorastra = Zoroaster of Zarathoestra, de stichter van het Zoroastrisme of Parsisme.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

.

 

 

 

.

.

   
   

 

Dharma-lotus is onderdeel van Reiki-Lotus, een Reiki- en meditatiepraktijk in Breda welk  werkt vanuit een Boeddhistische visie. U kunt contact met ons opnemen op info@Dharma-lotus.com.
Deze website is gebouwd door Ivar Mol, Ivar@reiki-lotus.com
Op alle artikelen rust een auteursrecht.