28 mei - 8 juni: Vipassana en wandel retraite in  Frankrijk  |  Lees hier meer...

Reiki

Chios

Tantra

Sweda

Retraite

Spiriwiki

   

Sanskriet alfabet, R  t/m  T: 

 

 

R

 

Radha = de grootste toegewijde van Krishna. Zij is de meest bekende van de gopi's en zij is de belichaming van de extase die het gevolg is van totale overgave aan God.

Radhajivana = een naam voor Krishna, die betekent: de Heer die de levenskracht van Radha is.

Radhe = (Zie: Radha).

Radheshyam(a) = een naam die aanduidt, dat Radha en Krishna één zijn. Radha is het spiegelbeeld van Krishna. Dit betekent, dat de schepping één is met de schepper.

Radhika = (Zie: Radha).

Radhikesha = een naam voor Krishna, die betekent: Heer van Radha.

Raga = begeerte; boosheid, toorn.

Raghava = een naam voor Rama, die betekent: afstammeling van koning Raghu.

Raghu = naam van een koning uit de zonne-dynastie. In deze dynastie werd Rama geboren.

Raghukula = Raghu- of zonne-dynastie. In deze dynastie werd Rama geboren.

Raghunandana = een naam voor Rama, die betekent: zoon van de Raghu-dynastie.

Raghupate = (Zie: Raghupati).

Raghupati = een naam voor Rama, die betekent: Heer van de Raghu-dynastie.

Raghuvira = een naam voor Rama, die betekent: held van de Raghu-dynastie.

Raheman = (Zie: Rahima).

Rahim(a) = barmhartigheid, goedheid, genade, mededogen; een naam voor God in het algemeen en voor Allah in het bijzonder, die betekent: de genadevolle, de meedogende.

Raho, Raha = pad, weg.

Raj(a) = koning.

Rajala(la) = geliefde koning.

Rajas = rusteloze, actieve, hartstochtelijke gesteldheid. (Zie ook: Guna).

Rajeshvari = een naam voor Shakti (het vrouwelijke aspect van God), die betekent: allerhoogste koningin.

Rajiva = blauwe lotus(bloem). De lotus is het symbool van onthechting.

Rajivadala = lotusblad.

Rakhumayi = metgezellin van Vitthala. Als echtgenote van Krishna wordt zij meestal

Rukmini genoemd.

Raksha = beschermend; beschermer, redder.

Raksha(ka) = beschermer, redder.

Ram(a) = de Avatar van de Tretayuga (het Treta-tijdperk). Hij was de belichaming van sathya (waarheid) en dharma (gerechtigheid). Zijn naam betekent letterlijk: verrukking, bron van alle vreugde.

Ramachandra = een naam voor Rama, die betekent: Rama, de maan. Het gaat hier om Rama als de Heer die rustig, koel en stralend als de maan de rusteloze geest zuivert.

Ramana = betoverend; God die ons in vervoering brengt; God, Heer.

Ramayan(a) = het epos of heldendicht waarin Rama's leven wordt beschreven.

Rambha = een naam voor Parvati (metgezellin van Shiva), die betekent: geliefde van de wereld.

Rameti = aldus vreugde, verrukking ervaren.

Ramu = Rama. (Telugu).

Ranadhira = moedig en bekwaam in de strijd.

Ranga(natha) = een naam voor Vishnu en Krishna, die betekent: de Heer die de regie voert van het spel dat leven heet.

Ranjana = echt, onveranderlijk; in vervoering brengend, verheugend.

Rasa = vreugde, geluk, emotie, hartstocht, liefdesverlangen; de bovenzinnelijke vreugde, die wordt ervaren in de nabijheid van God, in een toestand van eenheid met God.

Rasakrida = spel, liefdesspel; de vreugdedans van Krishna. Dit is de rondedans van Krishna met de gopi's in het maanlicht. Hierbij houden alle meisjes tegelijkertijd de handen van de jonge Krishna vast. Dit symboliseert het smachten naar de aanwezigheid van God en deze schenkt dan zoveel genade, dat allen de Heer helemaal voor zichzelf hebben.

Rasavilola = een naam voor Krishna, die betekent: de Heer die vreugde opwekt, die de vreugde versterkt. Het gaat hierbij om de bovenzinnelijke vreugde, die ontstaat bij de vereniging met of de nabijheid van God.

Ratna = edelsteen, juweel.

Ratnakara(m) = diamantmijn, juwelenmijn. Ratnakaram is ook de naam van het geslacht waaruit Sathya Sai Baba stamt.

Ratnamala = (hals)ketting van edelstenen.

Ravikula = een naam voor Rama, die betekent: afstammeling van de Raghu-dynastie.

Rhuma Jhuma = het geluid, dat het ritme van de dans aangeeft.

Rishi = wijze, heilige, ziener.

Rudra = een naam voor Shiva in zijn vernietigende aspect. Deze naam betekent: de grommende.

Rukmini = echtgenote van Krishna. Als metgezellin van Vitthala wordt zij meestal

Rakhumayi genoemd.

Rupa = vorm, belichaming.

Rupini = vorm, belichaming. (vrouwelijke vorm van Rupa).

 

S

 

Sa = zij.

Sa, Sah, So = Hij. Met dit woord wordt God bedoeld.

Sab(a) = alle, alles, allen, iedereen.

Sabane = allen, iedereen. (meervoud van Saba).

Sad, Sat = zijn, volmaakt zijn; waarheid, werkelijkheid, het zijnde; goed, deugdzaam.

Sad(a) = altijd, onveranderlijk, eeuwig; goed, zuiver.

Sadana = verblijvend in; veroorzakend; huis, verblijfplaats.

Sadananda = eeuwige gelukzaligheid.

Sadguru = volmaakt geestelijk leraar.

Sadhak(a) = zoeker op het geestelijk pad, spirituele aspirant.

Sadhana = spirituele discipline, geestelijke oefening.

Sadhu = heilige, wijze, iemand die toegewijd is aan geestelijke discipline.

Sagara = oceaan, zee.

Saguna, Suguna = met (goede) eigenschappen (guna's).

Saguna Brahman = de gemanifesteerde God met vorm en eigenschappen; Avatar; schepping.

Sah, Sa, So = Hij. Met dit woord wordt God bedoeld.

Sahara = steun, hulp.

Sahare = (Zie: Sahara).

Sai = goddelijke moeder.

Sai Baba = de (drie-voudige) Avatar van de Kaliyuga (het Kali-tijdperk). Hij is de belichaming van sathya (waarheid), dharma (gerechtigheid), shanti (vrede) en prema (liefde).

Sai Krishna = een naam voor Sai Baba, die aangeeft, dat Hij in wezen niet verschilt van Krishna.

Sai Ram = een naam voor Sai Baba, die aangeeft, dat Hij in wezen niet verschilt van Rama. Het is tevens de term waarmee devotees elkaar groeten.

Sai Shakti, Sathya Shakti = alle energieën of krachten die verenigd zijn in Sathya Sai Baba.

Sairama = de verrukking van de goddelijke moeder.

Sairamaya = voor de verrukking van de goddelijke moeder. (naamval van Sairama).

Saisha, Saishvara = Heer Sai.

Saishvaraya = voor Heer Sai. (naamval van Saishvara).

Sakala = alle, alles, volledig, compleet.

Sakha = vriend, kameraad.

Salam = vrede, heil. Dit is een Islamitische groet.

Sam(a) = gelijkmatig; goed, eerlijk, vrij van hartstocht; gelijk, gelijkend op, overeenkomend met. In het Hindi betekent Sam(a): ritme.

Samadhi = ervaring van de eenheid met God, in God verzonken zijn.

Samadhina = (Zie: Samadhi).

Samasta = alles, geheel, volledig; verbonden, verenigd.

Samastas = alles, geheel, volledig. (meervoud van Samasta).

Samayukta = eenpuntige gerichtheid; verenigd, verbonden.

Samayuktaha = (Zie: Samayukta).

Samba = goddelijke moeder; een naam voor Shiva, die betekent: samen met de goddelijke moeder.

Sambashiva = Shiva, samen met de goddelijke moeder. (Zie ook: Shiva-Shakti).

Sambhashan(a) = het spreken met of luisteren naar een heilige.

Sambhava = bron, oorzaak, oorsprong.

Sambhavaya = voor de bron, voor de oorzaak. (naamval van Sambhava).

Sameta, Samhata = nauw verbonden met, één met.

Samhara, Samhari = vernietiging; terugtrekken; verzamelen; einde.

Samkalpa = vastbeslotenheid, wil, wens, doel; goddelijke wil, scheppende wil.

Samkirtan(a) = het gezamenlijk zingen van de namen en over de heerlijkheid van God.

Sammata, Sammati = overeenstemming, overeenkomst, instemming; zuiver inzicht.

Samrakshaka = beschermer van allen.

Samsara = stroom van het wereldgebeuren, kringloop van geboorte en dood.

Samskara = proces van het verwijderen van slechte en vestigen van goede eigenschappen; zuivering; neigingen die het resultaat zijn van vorige levens.

Samudra = oceaan.

Samyoga = eenheid, vereniging (met God).

Sanatan(a) = (Zie: Sanathan). Dit is de correcte, maar niet gebruikelijke schrijfwijze.

Sanathan(a) = eeuwig, tijdloos, altijd geldend.

Sanathana Dharma = eeuwige religie, tijdloze geestelijke wet, eeuwige plicht van ieder levend wezen om God te dienen.

Sanchara = reizen, rondtrekken; reis, levensweg.

Sanchari = reiziger, iemand die rondtrekt; iemand die op (de levens)weg is.

Sanga = samenkomst, kontakt; vriendschap; binding, gebondenheid.

Sankata = droefheid, verdriet, leed; probleem.

Sannuta = geprezen.

Sannyasa = het stadium van volledige onthechting. Dit is het laatste van de vier levensstadia. (Zie ook: Ashrama).

Sara = essentie, het wezenlijke.

Sara, Sarva = al, alle, alles, allen, allemaal; iedere, elke.

Sarasvati = metgezellin van Brahma. Haar naam betekent: Zij die ons inzicht geeft in de essentie van ons ware Zelf. Zij is de Godin van welsprekendheid, kennis, kunst en muziek.

Sarathi = wagenmenner.

Saravana = rietbos. Een naam voor Subrahmanya. (Zie ook: Saravanabhava).

Saravanabhava = een naam voor Subrahmanya, die betekent: de Heer die geboren is in een rietbos. Omdat de demon Tarakasura de Goden in de hemel voortdurend lastig viel, gingen dezen naar Brahma om hulp. Brahma zei, dat alleen een tweede zoon van Shiva en Parvati deze machtige demon zou kunnen vernietigen. Shiva's zaad werd in het vuur geworpen. Het vuur kon het niet vasthouden en wierp het in de Ganges, die het op haar beurt in een rietbos wierp. Daar werd Subrahmanya geboren.

Sare = (Zie: Sara, Sarva).

Sarva, Sara = al, alle, alles, allen, allemaal; iedere, elke.

Sarvantaryami = innerlijke gids van allen, motivator van alles.

Sarveshvara, Sarvesha = de Heer van allen, de hoogste Heer.

Sarveshvari = de moeder van allen, de hoogste moeder. (vrouwelijke vorm van Sarveshvara).

Sat, Sad = zijn, volmaakt zijn; waarheid, werkelijkheid, het zijnde; goed, deugdzaam.

Sat-chit-ananda(m) = de drie fundamentele aspecten van Brahman: volmaakt zijn, volmaakt bewustzijn, volkomen gelukzaligheid.

Sath(a) = met, samen met.

Sathya(m) = waarheid, de onderliggende realiteit van alles wat bestaat; waar, echt.

Sathya Narayana = God die in alle wezens woont als de hoogste waarheid. Het is ook de naam die Sai Baba kreeg bij zijn geboorte.

Sathya Sai, Sathya Baba, Sathya Sai Baba = de huidige (tweede) belichaming van de Sai-Avatar. Hij is geboren in 1926 en zal sterven in 2021 of 2022.

Sathya Sai Ram = een naam voor Sai Baba, die aangeeft, dat Hij in wezen niet verschilt van Rama.

Sathya Shakti, Sai Shakti = alle energieën of krachten die verenigd zijn in Sathya Sai Baba.

Sathyadeva = Hij die waarlijk God is, Hij die de goddelijke waarheid is.

Sathyadevaya = voor (over, op) Hem die waarlijk God is, voor (over, op) Hem die de goddelijke waarheid is. (naamval van Sathyadeva).

Sathyam Shivam Sundaram = waarheid, goedheid, schoonheid.

Sathyayuga = Sathya-tijdperk, het gouden tijdperk. Dit is het eerste tijdperk in de cyclus van vier. Het wordt ook Kritayuga genoemd.

Satkarma = goede, onbaatzuchtige handelingen.

Satsang(a) = omgaan met of in gezelschap verkeren van goede, spirituele mensen; bijeenkomst van Sai-devotees.

Sattva = gelijkmoedige, harmonische gesteldheid. (Zie ook: Guna).

Satya(m) = (Zie: Sathya). Dit is de correcte, maar niet gebruikelijke schrijfwijze.

Savita = een naam voor de God, die alles in beweging zet en bezielt. Savita staat daarom ook voor de levenschenkende kracht van de zon en voor de zonnegod.

Savitur = (Zie: Savita).

Se = met, van, bij, door.

Seva = onbaatzuchtige dienstverlening.

Sevak(a) = iemand die zich wijdt aan onbaatzuchtige dienstverlening (seva).

Sevita = vereerd, aanbeden, verheerlijkt; de dienstverlening ontvangend en aanvaardend.

Shabda = geluid; woord.

Shaila(giri) = de berg Kailas.

Shailagirishvara = een naam voor Shiva, die betekent: Heer van de berg Kailas.

Shakti = de goddelijke energie; het vrouwelijke aspect van God. Het wordt ook speciaal gebruikt als naam voor Parvati (metgezellin van Shiva).

Shambho = een naam voor Brahma, Vishnu en Shiva, die betekent: schenker van vreugde, geluk en voorspoed.

Shan, Shat = zes.

Shankara = een naam voor Shiva, die betekent: de Heer die geluk en voorspoed schenkt.

Shankari = een naam voor Parvati (metgezellin van Shiva), die betekent: zij die geluk en voorspoed schenkt. (vrouwelijke vorm van Shankara).

Shanmukha(natha) = een naam voor Subrahmanya, die betekent: (de Heer) met de zes gezichten. Deze zes gezichten zijn het symbool van de vijf zintuigen en de geest die hen coördineert. Deze zes kunnen worden overstegen door het volgen van het spirituele pad.

Shanta = (Zie: Shanti).

Shanti = (innerlijke) vrede, gelijkmoedigheid.

Shantisvarupa, Shantasvarupa = essentie van vrede, vorm van vrede; belichaming van vrede.

Shapa(tha) = vloek, vervloeking.

Sharanagata = degenen die hun toevlucht bij de Heer hebben gezocht, die zich volledig hebben overgegeven aan de Heer.

Sharana(m) = bescherming, hulp, toevlucht; toevluchtsoord, schuilplaats, heiligdom.

Sharanya = (Zie: Sharana).

Shashanka = maan.

Shashankashekhara = een naam voor Shiva, die betekent: de Heer die de maan op zijn hoofd draagt. Shiva draagt namelijk de wassende maan (symbool van het denken) op zijn hoofd.

Shashi = maan.

Shashishekhari = een naam voor Parvati (metgezellin van Shiva), die betekent: maandraagster. Zij is het vrouwelijke aspect van en dus één met Shiva, die de wassende maan (symbool van het denken) op zijn hoofd draagt.

Shat, Shan = zes.

Shata = honderd.

Shauri = held.

Shayana = liggen, rusten, slapen; bed.

Shekhara = kruin, bovenkant van het hoofd; top; diadeem; bergtop; beste, mooiste, schoonste.

Shekhari = kruin, bovenkant van het hoofd; top; diadeem; bergtop; beste, mooiste, schoonste. (vrouwelijke vorm van Shekhara).

Shesha = einde, doel, dood; naam voor de slang, waarop Vishnu rust. (Zie ook: Ananta).

Sheshashayin = een naam voor Vishnu, die betekent: de Heer die rust op de slang Shesha. Vóór het begin van de schepping lag Vishnu onbeweeglijk op de duizendkoppige slang Ananta of Shesha in de melkzee. De slang is het symbool van het ego, waarover Vishnu het volledige meesterschap bezit. De melkzee is het symbool van het zuivere (sattvische) denken.

Shirdi = naam van een dorp in de buurt van Bombay, waar de eerste belichaming van de Sai-Avatar het grootste gedeelte van zijn leven doorbracht.

Shirdi Sai, Shirdi Baba, Shirdi Sai Baba = de eerste belichaming van de Sai-Avatar. Deze leefde van 1835 tot 1918 en bracht het grootste gedeelte van zijn leven door in het dorp Shirdi in de buurt van Bombay.

Shirdi Shakti = alle energieën of krachten die verenigd zijn in Shirdi Sai Baba.

Shirdipurisha, Shirdipurishvara = Heer van Shirdi.

Shirdisha, Shirdishvara = Heer van Shirdi.

Shiva = de vernietiger van al het vergankelijke in de Hindoe-drieëenheid. Hij is de ontbindende kracht in het universum, die al wat ooit geschapen werd weer in zich opneemt.

Shiva Shakti = energie die het vergankelijke vernietigt.

Shivakami = een naam voor Parvati (metgezellin van Shiva), die betekent: gemaakt voor Shiva.

Shivalinga, Atmalinga, Linga(m) = ellipsvorm, meestal van steen of metaal. Het is het symbool van de schepping en van God, die zonder begin en zonder einde is.

Shiva(m) = vriendelijk, genadig; de vriendelijke, de genadevolle; goedheid.

Shiva-Shakti = het mannelijke en het vrouwelijke aspect van God samen. Het is de eenheid van bewustzijn en kracht of energie.

Shivaya = voor Shiva. (naamval van Shiva).

Shraddha = vertrouwen, geloof.

Shri = (Zie: Sri). Dit is de correcte, maar niet gebruikelijke schrijfwijze.

Shrikara = overvloed schenkend; schenker van overvloed, voorspoed, genade.

Shubha = goed, deugdzaam, stralend, gelukkig.

Shubhanana = een naam voor Ganesha, die betekent: de Heer met het stralende gezicht.

Shuladhari = (Zie: Trishuladhari).

Shveta = wit.

Shvetambara = gekleed in het wit.

Shvetambari = een naam voor Parvati (metgezellin van Shiva), die betekent: moeder van de (met sneeuw bedekte) bergen. Bergen zijn het symbool van standvastigheid.

Shyam(a) = een naam voor Rama en Krishna, die betekent: de Heer met de donkere of blauwe huidskleur. Het gaat hier om de kleur, die te vinden is in de elementen van onpeilbare diepte, zoals die van het uitspansel en de oceaan.

Shyamala(la) = een naam voor Rama en Krishna, die betekent: geliefde Heer met de donkere of blauwe huidskleur. Het gaat hier om de kleur, die te vinden is in de elementen van onpeilbare diepte, zoals die van het uitspansel en de oceaan.

Siddha = iemand die Zelfverwerkelijking heeft bereikt; volmaakt.

Siddha (Buddha) = een naam voor prins Vardhamana, de stichter van het Jainisme, die betekent: volmaakte verlichte, verheven verlichte. Hij wordt ook Jina en Mahavira genoemd.

Siddhi = bevrijding, Zelfverwerkelijking, volmaaktheid; bovennatuurlijk vermogen.

Siddhirupa = belichaming van volmaaktheid.

Siddhirupaya = voor de belichaming van volmaaktheid. (naamval van Siddhirupa).

Siddhivinayaka = een naam voor Ganesha, die betekent: de Heer die de gevolgen vernietigt. Ganesha kan namelijk de gevolgen van menselijk handelen te niet doen, wanneer die gevolgen de betreffende persoon van het spirituele pad zouden wegvoeren.

Sikha = sikh.

Sindhu = oceaan.

Sita = echtgenote van Rama.

Skanda = een naam voor Subrahmanya. Hij is de God van de oorlog. Met zijn buitengewone krachten kan Hij alle demonen en negatieve krachten overwinnen.

Smarami = herinneren; herinner.

Smaran(a), Smaranam = voortdurende beschouwing van Gods namen, heerlijkheid en leringen.

Smita(m) = glimlach.

So = (Zie: Vo).

So, Sa, Sah = Hij. Met dit woord wordt God bedoeld.

Sodari, Sodara = geboren uit dezelfde moeder; nauw verbonden met, één met.

Soham, Sohum = ik ben God; (letterlijk) Hem ben ik. Het is het natuurlijke geluid van de ademhaling.

Sparshan(a) = het aanraken van een heilige.

Sri = woord, dat vóór een naam wordt geplaatst en dat respect en eerbied uitdrukt; rijkdom, overvloed; majesteit, schoonheid, glans; genade.

Srishti = schepping.

Stu = prijzen, loven.

Stute = ik prijs U, ik loof U. (vervoeging van Stu).

Subrahmanya(m) = de Heer die de geest en de geestelijke groei van de toegewijde beschermt. Hij is de tweede zoon van Shiva en Parvati. In spiritueel opzicht is Hij de verpersoonlijking van de hoogst mogelijke staat, waartoe de evolutie kan leiden.

Sudha = nectar, onsterfelijkheidsdrank, godendrank.

Suguna, Saguna = met (goede) eigenschappen (guna's).

Sukha = geluk, vreugde.

Sukhada = schenker van geluk.

Sukhino = gelukkig zijn.

Sukumara = zuiver, helder, schoon, smetteloos; teer; glans, vuur; geliefd kind, geliefde prins.

Sulabha = gemakkelijk te bereiken, eenvoudig te verkrijgen.

Sumangala = waarlijk veelbelovend, waarlijk gelukbrengend, waarlijk gezegend, waarlijk heilig.

Sunana = horen, luisteren.

Sunao, Sunle, Suno = horen, luisteren; hoor, luister.

Sundara(m) = schoonheid; mooi.

Sundari = schoonheid; mooi. (vrouwelijke vorm van Sundara).

Sunle, Sunao, Suno = horen, luisteren; hoor, luister.

Suno, Sunao, Sunle = horen, luisteren; hoor, luister.

Sunu = zoon.

Sura = heilige, wijze.

Suradasa, Surdas = een blinde dichter, die Krishna zeer was toegewijd. Hij was een tijdgenoot van Krishna.

Suraja = zon.

Surarchita = een naam voor Shiva, die betekent: de Heer die (op de juiste wijze) aanbeden moet worden; vereerd, (op de juiste wijze) aanbeden.

Surarchitaya = voor Shiva, die (op de juiste wijze) aanbeden moet worden. (naamval van Surarchita).

Surya = zon.

Suta = zoon; wagenmenner.

Sutra = leidraad, leer; leerboek, verhandeling.

Sva, Svar = het oorzakelijke, de hemel; Zelf, ziel. (Zie ook: Tribhuvana, en: Triloka).

Svaha = (Zie: Sva).

Svami = (Zie: Swami). Dit is de correcte, maar niet gebruikelijke schrijfwijze.

Svarupa = iemands werkelijke vorm; gelijk aan, essentie van; belichaming.

Svarupini = iemands werkelijke vorm; gelijk aan, essentie van; belichaming (vrouwelijke vorm van Svarupa).

Swami = Heer, geestelijk leermeester, iemand die zijn geest en zintuigen volmaakt in bedwang heeft; (letterlijk) hij die één is met zijn Zelf. Het is ook de aanspreektitel voor Sai Baba.

 

T

 

Tad = hij.

Taka = het geluid van Shiva's trommel (tijdens de tandava, de kosmische dans).

Tamas = trage, passieve, onwetende gesteldheid. (Zie ook: Guna).

Tamaso = van duisternis, van onwetendheid. (naamval van Tamas).

Tanaya = zoon.

Tandava = de kosmische dans van Shiva. (Zie ook: Nataraja).

Tandavaya = voor de dansende Shiva. (naamval van Tandava).

Tanno, Tannash = jezelf kennen.

Tantra = het streven naar Zelfverwerkelijking via bepaalde rituelen.

Tao = de weg. Dit is het hoogste principe in het Taoïsme, een godsdienst die vooral in China voorkomt.

Tapas = ascese, soberheid, strenge discipline, onthechting.

Taraka = reddend, over de levenszee voerend.

Tarana(m) = vlot, boot; de boot waarmee de mens de levenszee oversteekt. Deze boot is het voortdurend gericht zijn op God.

Tat = dat. Hiermee wordt God aangeduid. (Zie ook: Idam).

Tat Tvam Asi = (letterlijk) Dat ben jij. Het betekent, dat je in werkelijkheid goddelijk bent.

Tava = jouw, (uw).

Te = aan jou (U), voor jou (U).

Teja(s) = glans, licht, luister, helderheid, innerlijke glans; hitte, vuur.

Tejasvarupa, Tejorupa = essentie van licht, vorm van licht; belichaming van licht en luister.

Tena = door hem. (naamval van Tad).

Tera, Tere, Teri = jij, jou, jouw, (U, uw).

Tilak(a) = stip op het voorhoofd, aangebracht met chandan of kumkum. De gelovige brengt deze stip aan om aan te geven, dat het lichaam de tempel van God is. Het is het symbool van het derde oog, dat verwijst naar het innerlijke oog van wijsheid.

Tilaka, Tilka = aanvoerder, bestuurder, bevelhebber, hoofd.

Tirath(a), Tirtha = heilige plaats, pelgrimsoord.

Torna = vernietigen, veranderen.

Toro, Todo = vernietigen, veranderen; vernietig. (vervoeging van Torna).

Tretayuga = Treta-tijdperk, het zilveren tijdperk. Dit is het tweede tijdperk in de cyclus van vier. Rama leefde in dit tijdperk.

Triambaka = een naam voor Shiva, die betekent: de Heer met de drie ogen. Het derde oog is het innerlijke oog van wijsheid.

Triambakaya = voor Shiva, de Heer met de drie ogen. (naamval van Triambaka).

Tribhuvana = de drie werelden. Deze drie werelden zijn de grofstoffelijke (de aarde), de fijnstoffelijke (de ether) en de wereld die boven de stof uitgaat (de hemel).

Triloka = de drie werelden. Deze drie werelden zijn de grofstoffelijke (de aarde), de fijnstoffelijke (de ether) en de wereld die boven de stof uitgaat (de hemel).

Trimurti = drieëenheid. Het gaat hier om de drie aspecten van Brahman, namelijk Brahma (schepper), Vishnu (instandhouder) en Shiva (vernietiger).

Trinetra = een naam voor Shiva, die betekent: de Heer met de drie ogen. Het derde oog is het innerlijke oog van wijsheid.

Trinetre, Trinitre = (Zie: Trinetra).

Tripurari = een naam voor Shiva, die betekent: vernietiger van de drie steden. Deze drie door demonen gebouwde steden zijn het symbool van de drie guna's, die de mens binden aan de wereld. Shiva verbrandde deze drie steden met het vuur, dat uit zijn derde oog, het oog van wijsheid, kwam.

Trishna = dorst, verlangen.

Trishna-vanto = zij die dorst hebben, zij die verlangen.

Trishula = de drietand van Shiva. Deze is het symbool van de heerschappij over de drie werelden. (Zie ook: Tribhuvana, en: Triloka).

Trishuladhari = een naam voor Shiva, die betekent: drager van de drietand.

Tu = jij, (U).

Tujh(a)ko = aan jullie, voor jullie, (aan U, voor U), jullie, (U).

Tukaram = een heilige uit de 17de eeuw, die zijn liefde voor God uitte door middel van zelf geschreven liederen. Zijn liederen worden ook nu nog veel gezongen.

Tum, Tuma, Tumane = jullie, gij, (U).

Tumara, Tumare, Tumari = van jullie, (van U).

Tvam = jij. (naamval van Yushmad).

 

.

 

 

 

.

.

   
   

 

Dharma-lotus is onderdeel van Reiki-Lotus, een Reiki- en meditatiepraktijk in Breda welk  werkt vanuit een Boeddhistische visie. U kunt contact met ons opnemen op info@Dharma-lotus.com.
Deze website is gebouwd door Ivar Mol, Ivar@reiki-lotus.com
Op alle artikelen rust een auteursrecht.