28 mei - 8 juni: Vipassana en wandel retraite in  Frankrijk  |  Lees hier meer...

Reiki

Chios

Tantra

Sweda

Retraite

Spiriwiki

   

Sanskriet alfabet, H  t/m  J: 

 

 

H

 


Hai, He = zijn; bent, is. (Hindi).

Halahala = gif, vergif.

Halahaladhara, Haladhara = een naam voor Shiva, die betekent: de Heer die het gif vasthoudt. Dit verwijst naar de blauwe keel van Shiva, die het gevolg is van het drinken van het vergif van de slang die als touw werd gebruikt bij het karnen van de melkzee. Shiva dronk dit vergif op om het universum te redden. (Zie ook: Mandaragiridhari).

Ham(a) = ik, wij, ons.

Hamako = aan ons, voor ons.

Ham(a)ne = ons.

Hamara, Hamare, Hamari = van ons.

Hamsa = zwaan, gans. De zwaan is het voertuig van Brahma.

Hara = een naam voor Shiva, die betekent: vernietiger.

Harana(m) = vernietigen.

Harani, Harini = vernietigster.

Harati = (Zie: Arati).

Haraya = voor Shiva, de vernietiger. (naamval van Hara).

Hare = woord waarmee men zich tot God richt; gegroet Heer.

Hari = een naam voor God in het algemeen en voor Vishnu en Krishna in het bijzonder, die betekent: de Heer die onze harten steelt.

Harini, Harani = vernietigster.

Harisodari = zij die één is met Hari (God in het algemeen).

Hasa = gelach, lachen.

Hasita = lachen.

Havir, Havis = offer, offergave.

He = eerbiedige aanroep van God; o.

He, Hai = zijn; bent, is. (Hindi).

Hi = o, toch, enz... Dit woord legt de nadruk op het voorafgaande of volgende woord.

Hi, Bhi = ook, eveneens.

Hi, Ho = zijn; bent, is.

Himadrija = een naam voor Parvati (metgezellin van Shiva), die betekent: geboren uit de Himalaya. Bergen zijn het symbool van standvastigheid. Zij is de dochter van Himavat.

Himavat = het wezenlijke, de essentie van het Himalaya-gebergte. Hij is dezelfde als koning Parvata en Hij is de vader van Uma.

Hindu = hindoe.

Ho = zijn, worden, ontstaan, ontwikkelen; ben, word. (vervoeging van Hona).

Ho Dekho = moge U zich laten zien. (vervoeging van Hona en Dekhna).

Ho, Hi = zijn; bent, is.

Hoe = zijn, worden, ontstaan; is, wordt, ontstaat. (vervoeging van Hona). (Uitspraak: Hoo-ee).

Hona = zijn, worden, ontstaan, ontwikkelen. (Hindi).

Hridaya, Hrudaya = het hart als de zetel van God.

Hridayeshvara = de Heer die verblijft in het hart.

Hrishika = zintuig.

Hrishikesha = een naam voor Krishna, die betekent: de Heer die meester is over de zintuigen.

Hrudaya, Hridaya = het hart als de zetel van God.

Hutam = een heilige handeling verrichten, offeren; wordt geofferd.

 

I

 

 

Iccha = wens, verlangen; wil.

Iccha Shakti = wilskracht, kracht van het verlangen.

Idam = dit. Hiermee wordt de wereld van de zintuigen, het geopenbaarde heelal aangeduid. (Zie ook: Tat).

Idamashrayami = mijn steun in de wereld.

Isa = Jezus.

Isai = christenen.

Isha = (Zie: Ishvara).

Ishtartha = (vurig) verlangde doel.

Ishu = Jezus.

Ishu Kristu = Jezus Christus.

Ishvara = algemene benaming voor God.

Ishvari = algemene benaming voor het vrouwelijke aspect van God. (vrouwelijke vorm van Ishvara).

Ishvaramba = Easwaramma, de moeder van Sai Baba.

Iti = zo, aldus.

Itu = hij, die, deze. (Telugu). (Uitspraak: Jiddoe).

 

J

 

Jagad(a), Jagan, Jagat(a) = universum, heelal, de veranderlijke wereld, de schepping.

Jagadisha, Jagadishvara = Heer van het universum, Heer van de wereld.

Jagadishvari = moeder van het universum, moeder van de wereld. (vrouwelijke vorm van Jagadishvara).

Jagado = (Zie: Jagada).

Jagadoddhara, Jagaduddhara = redding, verlossing, bevrijding, verheffing van de wereld.

Jagadoddharini, Jagaduddharini, Jagaddharini = zij die het universum, de wereld, redt, bevrijdt, verheft.

Jagan, Jagad(a), Jagat(a) = universum, heelal, de veranderlijke wereld, de schepping.

Jaganmata = moeder van het universum.

Jagannatha = Heer van het universum.

Jagat(a), Jagad(a), Jagan = universum, heelal, de veranderlijke wereld, de schepping.

Jagatita = aldoordringend, alomtegenwoordig; God die alomtegenwoordig is.

Jagatitaya = voor God die alomtegenwoordig is. (naamval van Jagatita).

Jagatparipala = beschermer van het universum.

Jagna = wakker worden, ontwaken.

Jago = wakker worden, ontwaken; word wakker, ontwaak. (vervoeging van Jagna).

Jai, Jaya = glorie, eer, overwinning; glorie zij U; veroveren.

Jalao, Jalane, Jao = aansteken, ontsteken, verlichten; ontsteek, verlicht.

Jana = persoon, individu, levend wezen; geslacht, volk, ras.

Janaka = de vader van Sita; het geluid van Shiva's enkelbellen (tijdens de tandava, de kosmische dans).

Janaki = een naam voor Sita, die betekent: dochter van koning Janaka.

Janakijivana = een naam voor Rama, die betekent: de Heer die de levenskracht van Janaki is.

Janam = (Zie: Janma).

Janani = moeder.

Janara = mens, mensheid.

Janardana = een naam voor Krishna, die betekent: de Heer die de mensheid wakker schudt, verheft.

Janma = geboorte.

Jano = (Zie: Jana).

Jao, Jalane, Jalao = aansteken, ontsteken, verlichten; ontsteek, verlicht.

Japa = het meestal in stilte of zachtjes herhalen van Gods namen.

Japamala = bidsnoer bestaande uit 108 & 1 kralen, dat voor japa wordt gebruikt.

Japiye = (Zie: Japa).

Japore = reciteren, het herhalen van Gods namen; reciteer, herhaal Gods namen.

Jata = geboren, ontstaan; wezen, schepsel.

Jata, Juta = in strengen gevlochten haar.

Jatajuta = een knot van in strengen gevlochten haar.

Jatajutadhara = een naam voor Shiva, die betekent: de Heer die een knot van in strengen gevlochten haar draagt.

Jaya, Jai = glorie, eer, overwinning; glorie zij U; veroveren.

Jhula = schommel.

Jhul(a)na = schommelen; schommelt.

Jhule = (Zie: Jhula).

Ji = achtervoegsel dat respect en eerbied uitdrukt; geacht, gerespecteerd, geëerbiedigd.

Jiva(tma) = individuele ziel, ziel in haar ego-aspect, belichaamde ziel, ik-bewustzijn.

Jivan(a) = levenskracht, levensprincipe, levensweg.

Jivanmukta = de mens die nog tijdens zijn leven God in zichzelf verwerkelijkt heeft.

Jivanmukti = Godrealisatie nog tijdens het leven.

Jivi = mens, individu; individualiteit; individuele ziel.

Jnana(m) = kennis, geestelijke wijsheid, inzicht.

Jnana Shakti = kracht van de wijsheid.

Jnani = hij die het inzicht heeft verworven, dat alles God is.

Jo = die, dat, wie, wat. (betrekkelijk voornaamwoord). Jo is Hindi voor Yo.

Juta, Jata = in strengen gevlochten haar.

Jutajata = een knot van in strengen gevlochten haar.

Jyoti(s) = licht, vlam, licht van het hoger bewustzijn; glans; ster.

Jyotir = (Zie: Jyoti).

 

.

 

 

 

.

.

   
   

 

Dharma-lotus is onderdeel van Reiki-Lotus, een Reiki- en meditatiepraktijk in Breda welk  werkt vanuit een Boeddhistische visie. U kunt contact met ons opnemen op info@Dharma-lotus.com.
Deze website is gebouwd door Ivar Mol, Ivar@reiki-lotus.com
Op alle artikelen rust een auteursrecht.