28 mei - 8 juni: Vipassana en wandel retraite in  Frankrijk  |  Lees hier meer...

Reiki

Chios

Tantra

Sweda

Retraite

Spiriwiki

   

Sanskriet alfabet, D  t/m  G: 

 

D

 

Da = gever, schenker.

Dahana = verwoesten, verbranden.

Dal(a) = bloemblad.

Dam(a) = verblijfplaats, huis; het geluid van Shiva's trommel (tijdens de tandava, de kosmische dans).

Dama = zelfbeheersing, geduld, onthechting; beteugeling, onderwerping.

Damaru = de trommel van Shiva.

Dana = gave, geschenk.

Danava = demonen, slechte eigenschappen. (Zie ook: Danu).

Danu = naam van een demon. Meervoud: Danava. (Zie ook aldaar).

Darasha(na) = (Zie: Darshan).

Darshan(a) = het zien en ervaren van een heilige, zegen; (ge)zicht, aanblik, vertoning.

Dasha(n) = tien.

Dasharatha = de vader van Rama.

Dasharathe = (Zie: Dasharatha).

Data = schenker.

Datta = gegeven, geschonken.

Daya = mededogen; geschenk, gave.

Dayaka = schenker.

Dayala, Dayalu = schenker van mededogen; mededogend.

Dayi = schenker.

Dayini = schenkster.

De, Dedo, Dijo, Do = geven; geef.

Deha(m) = lichaam.

Dehi(n) = belichaamd, geïncarneerd; mens, persoon; ziel; Heer; de bewoner van het lichaam.

Dekhna = zien, ervaren, waarnemen. (Hindi).

Dekho = zien, ervaren, waarnemen; laat U (alstublieft) zien. (vervoeging van Dekhna).

Dev(a) = God; goddelijk; goddelijk wezen, engel.

Devaki = de moeder van Krishna.

Devamu = (Zie: Dev(a)).

Devanagari = het geschreven Sanskriet.

Devasya = van God, van het goddelijke licht. (naamval van Deva).

Devaya = aan God, voor God. (naamval van Deva).

Devi = Godin; goddelijke moeder.

Dhana = bezit, rijkdom.

Dhar(a), Dhari = dragend, ondersteunend.

Dhara, Dharo = stroom, eeuwig vloeiende stroom; de aarde.

Dhar(a)kan(a) = hartslag.

Dharana = concentratie, aandacht.

Dharini, Dharani = draagster, ondersteunster, beschermster.

Dharma = rechtschapenheid, gerechtigheid, moreel gedrag, goddelijke wet, de geestelijke levenswet die aangeeft hoe de mens zich te gedragen heeft; religie, godsdienst.

Dharmakshetra = verblijfplaats van gerechtigheid. Het is ook de naam van de ashram van Sai Baba in Bombay.

Dharmasthapana = herstel van gerechtigheid, herstel van een op God gerichte levenswijze.

Dharmo, Dharamo = (Zie: Dharma).

Dharo, Dhara = stroom, eeuwig vloeiende stroom; de aarde.

Dhi, Dhiyas = hoger bewustzijn, onderscheidend intellect, intuïtie.

Dhimahi = mediteren; mogen wij mediteren.

Dhimi = het geluid van Shiva's enkelbellen (tijdens de tandava, de kosmische dans).

Dhiyas, Dhi = hoger bewustzijn, onderscheidend intellect, intuïtie.

Dhiyo = (Zie: Dhiyas).

Dhuni = vuur.

Dhyan(a) = meditatie.

Di = van, van de, der; boven, meer dan.

Di = schijnen, schitteren, stralen.

Dijo, De, Dedo, Do = geven; geef.

Dikhao = laten zien, tonen; laat zien, toon.

Dil = hart.

Dina = armen, hulpelozen, zwakken, behoeftigen.

Dinavana = bescherming van de zwakken en behoeftigen.

Dino = (Zie: Dina).

Dip(a), Dipak = licht, lamp.

Dishvara = stralende Heer.

Divya = goddelijk; schitterend, bekoorlijk; hemel, van de hemel.

Divyasvarupa = goddelijke incarnatie, belichaming van God.

Do, De, Dedo, Dijo = geven; geef.

Duhkha = verdriet, tegenspoed, leed, moeilijkheid.

Duhkhi(n) = zij die verdriet of tegenspoed hebben, zij die lijden.

Duhkhiyari = beschermer van de behoeftigen, van degenen die lijden.

Durga = een naam voor Parvati (metgezellin van Shiva), die betekent: de ondoorgrondelijke, de ongenaakbare. Zij helpt ons het ego te vernietigen, opdat ons ware Zelf stralend tevoorschijn kan komen.

Durlabha = moeilijk te bereiken, ver weg.

Duru = zoeken; zoek.

Dustara = moeilijk om over te steken, moeilijk om te overwinnen.

Dvaita = dualisme, tweeheid. Dit is het bewustzijn waarmee je alles ervaart als afgescheiden en apart van jezelf.

Dvaparayuga = Dvapara-tijdperk, het bronzen tijdperk. Dit is het derde tijdperk in de cyclus van vier. Krishna leefde in dit tijdperk.

Dvara = deur, poort, ingang; lichaamsopening.

Dvaraka, Dvarka = naam van een havenstad aan de westkust van India, waar Krishna als regerend vorst woonde. Deze stad wordt beschreven als een vestingstad met negen poorten. Zij is een symbool van het lichaam met haar negen openingen.

Dvarakamayi, Dvarkamayi = naam die Shirdi Baba gaf aan de moskee waarin Hij woonde. In dit verband betekent Dvaraka: een plaats die aan alle zijden open is, zodat iedereen er toegang heeft, mensen en dieren, rijken en armen, zieken en gezonden. Mayi betekent: moeder, zij die onbeperkt geeft. In wezen was Sai Baba zelf de Dvarakamayi, de goddelijke moeder bij wie iedereen welkom was.

Dvarakavasa = een naam voor Krishna, die betekent: inwoner van de stad Dvaraka.

Dvare = (Zie: Dvara).

 

E

 

Easwaramma = de moeder van Sai Baba.

Ek(a) = één; de Ene; enkel, alleen.

Ekabar(a) = eens, (nog) eenmaal.

Ekadasha = elf.

Eke = (Zie: Eka).

 

G

 

 

Gaja = olifant.

Gajanana = een naam voor Ganesha, die betekent: de Heer met het olifantsgezicht.

Gajananam = (Zie: Gajanana).

Gajavadana = een naam voor Ganesha, die betekent: de Heer met het olifantsgezicht.

Gam = gaan.

Gamaya = leiden, brengen; leid, breng.

Gan(a) = lied.

Gana('s) = Shiva's leger van halfgoden, dat geleid wordt door Ganesha. Zij zijn het symbool van de zintuigen, die hun meester (God, het hoger bewustzijn) moeten dienen. Gana betekent eigenlijk groep, troep en dus is het Nederlandse meervoud Gana's feitelijk onjuist.

Ganamrita = lied, dat zo heerlijk is als nectar.

Gananatha = een naam voor Ganesha, die betekent: Heer van de Gana's (Shiva's leger van halfgoden).

Gananayaka = een naam voor Ganesha, die betekent: leider van de Gana's (Shiva's leger van halfgoden).

Ganapate = (Zie: Ganapati).

Ganapati = een naam voor Ganesha, die betekent: Heer van de Gana's (Shiva's leger van halfgoden).

Ganesh(a) = Heer van de Gana's (Shiva's leger van halfgoden). Hij is de eerste zoon van Shiva en Parvati en heeft het gezicht van een olifant. Hij is de God van de wijsheid en degene, die obstakels uit de weg ruimt.

Ganga = de heilige rivier de Ganges.

Gangadhara, Gangadhari = een naam voor Shiva, die betekent: de Heer die de Ganges (in zijn haar) draagt. Volgens de overlevering is de Ganges via het haar van Shiva uit de hemel op aarde gekomen. Shiva's haarknot was namelijk eens de gevangenis van Ganga, een Godin die de gave bezat alles te zuiveren en te genezen door het aan te raken. Nadat zij bevrijd was, stroomde zij als de Ganges uit Shiva's haren naar beneden. Een bad in de Ganges zou de mensen bevrijden van zonde en onwetendheid.

Gangadharaya = voor Shiva, die de Ganges (in zijn haar) draagt. (naamval van Gangadhara).

Gangajatadhara = een naam voor Shiva, die betekent: de Heer die de Ganges in zijn haar draagt. Volgens de overlevering is de Ganges via het haar van Shiva uit de hemel op aarde gekomen. Shiva's haarknot was namelijk eens de gevangenis van Ganga, een Godin die de gave bezat alles te zuiveren en te genezen door het aan te raken. Nadat zij bevrijd was, stroomde zij als de Ganges uit Shiva's haren naar beneden. Een bad in de Ganges zou de mensen bevrijden van zonde en onwetendheid.

Gange = (Zie: Ganga).

Gantavyam = gaat ongetwijfeld naar, gaat waarlijk naar. (vervoeging van Gam).

Gao, Gathe = zingen; zing.

Garuda = adelaar. Hij is het voertuig van Vishnu.

Gate = verbranden, vernietigen; verbrandt, vernietigt.

Gatha = gezang, lied, vers.

Gathe, Gao = zingen; zing.

Gauri = een naam voor Parvati (metgezellin van Shiva), die betekent: de Godin met het stralende voorkomen.

Gautama Buddha = prins Gautama Siddhartha. Deze werd de Boeddha, dit is: de verlichte. Hij is de stichter van het Boeddhisme.

Gayatri = mantra uit de Rigveda.

Ghan(a) = het geluid van Shiva's gong (tijdens de tandava, de kosmische dans).

Ghana = wolk; vol van, vervuld van, intens; duurzaam, oneindig.

Ghanashyam(a) = een naam voor Rama en Krishna, die betekent: de Heer met de intens blauwe huidskleur, met een huidskleur die zo donkerblauw als een wolk is. Het gaat hier om de kleur, die te vinden is in de elementen van onpeilbare diepte, zoals die van het uitspansel en de oceaan.

Ghanta = de gong van Shiva.

Ghar(a) = huis, schuilplaats.

Giri = berg.

Giridhara, Giridhari = een naam voor Krishna, die betekent: de Heer die de berg draagt. De Govardhana-berg werd door Krishna opgetild, zodat de bevolking van Brindavan er tijdens een noodweer onder kon schuilen.

Girija = een naam voor Parvati (metgezellin van Shiva), die betekent: geboren uit de bergen. Bergen zijn het symbool van standvastigheid. Zij is de dochter van Himavat.

Girijapati = een naam voor Shiva, die betekent: Heer van Girija.

Girijashankara = een naam voor Shiva, die betekent: de Heer van Girija die geluk en voorspoed schenkt.

Gita = lied. (Zie ook: Bhagavad Gita).

Go = koe; jiva (individuele ziel); zintuigen; de aarde.

Gokul(a) = dorp waar Krishna zijn jeugd doorbracht; kudde, koeiestal.

Gopa = (koe)herder van Brindavan.

Gopal(a), Gopalana = een naam voor Krishna, die betekent: de hoeder van koeien of de beschermer van jiva's (individuele zielen), de beschermer van de aarde, en: de Heer die de zintuigen beheerst, die onze zintuigen in goede banen leidt.

Goparipala = beschermer van het individu.

Gopi, Gopika = (koe)herderinnetje. De gopi's van Brindavan waren de toegewijden van Krishna.

Gopya = van de aarde, van de zintuigen. (verbuiging van Go).

Gotra = religieuze groep verwanten.

Govardhan(a) = naam van de berg, die door Krishna werd opgetild, zodat de bevolking van Brindavan er tijdens een noodweer onder kon schuilen.

Govardhana(giri)dhara, Govardhana(giri)dhari, Govardhanodhara = een naam voor Krishna, die betekent: drager van de Govardhana-berg. Deze berg werd door Krishna opgetild, zodat de bevolking van Brindavan er tijdens een noodweer onder kon schuilen.

Govinda = een naam voor Krishna, die betekent: de Heer die de koeien, de jiva's (individuele zielen), de aarde en de zintuigen vreugde schenkt. Speelt Krishna op zijn fluit, dan huilen de koeien van geluk; ziet een moeder de jonge Krishna, dan raakt zij vervuld van moederliefde; zien de gopi's Krishna, dan raken zij in extase; enz.

Grihastha = het stadium waarin men een gezin vormt en onderhoudt. Dit is het tweede van de vier levensstadia. (Zie ook: Ashrama).

Guna = hoedanigheid, kwaliteit, eigenschap. De drie guna's, sattva (harmonie), rajas (hartstocht) en tamas (passiviteit) bepalen het menselijk gedrag.

Gunamanjari = een naam voor Parvati (metgezellin van Shiva), die betekent: zij die alle goede eigenschappen bezit.

Guna-samkirtan(a) = het gezamenlijk zingen over de 'eigenschappen' van God, zoals alomtegenwoordigheid, alwetendheid, almacht, mededogen, liefde en majesteit.

Gunj = de lucht, de sfeer.

Gunj Utta(o) = weerklank, echo.

Guru = goeroe, geestelijk leraar.

Gurudvara = tempel van de sikhs.

Gurudvare = (Zie: Gurudvara).

Guruvara = goeroe-dag, donderdag.

Guruvayur = naam van de stad waar een beroemde tempel, gewijd aan de jonge Krishna, staat.

Guruvayurpur(a) = God van de stad van de adem, d.w.z. God van het lichaam.

Guruve = voor de goeroe. (naamval van Guru).

Gyana = (Zie: Jnana).

 

.

 

 

 

.

.

   
   

 

Dharma-lotus is onderdeel van Reiki-Lotus, een Reiki- en meditatiepraktijk in Breda welk  werkt vanuit een Boeddhistische visie. U kunt contact met ons opnemen op info@Dharma-lotus.com.
Deze website is gebouwd door Ivar Mol, Ivar@reiki-lotus.com
Op alle artikelen rust een auteursrecht.