28 mei - 8 juni: Vipassana en wandel retraite in  Frankrijk  |  Infoavond op 14 mei  |  Lees hier meer...

Reiki

Dharma

Chios

Tantra

Sweda

Retraite

<.l>
   

Chat-chakra-nirupana: 

 

 

Veel geleerden en yogadeskundigen beschouwen de Chat-chakra-nirupana (beschrijvingen van de zes centra) als een van de bestgeschreven verhandelingen over de chakra's en nadi's. Hij werd in 1577 door Pandit Purnananda, een goeroe uit Bengalen, samengesteld. Zijn eigenlijke naam was Jagadananda en hij nam de naam Purnananda aan na initiatie door zijn goeroe Brahmananda. Later ging hij naar Kamarupa in Assam.

Men gelooft dat hij zijn siddhi (staat van spirituele volmaaktheid) bereikte in de Vashishthashrama-ashram, die nog steeds bestaat. Purnananda is nooit naar huis teruggekeerd. Hij leefde als een heilige en heeft verschillende verhandelingen over tantra samengesteld. Shat-chakra-nirupana is in feite een gedeelte (uit deel zes) van een veel langer werk dat de titel Shri-tattva-cintamini draagt.

De Shat-chakra-nirupana werd voor het eerst in het Engels vertaald in 1918 door Arthur Avalon (Sir John Woodroffe) en werd gepubliceerd in diens baanbrekende werk The Serpent Power.

De links hieronder gaan telkens naar een verklaring of een tekening, tot en met ajna cakra, want wat valt er boven ajna cakra nog uit te leggen, Mischien met 'DAT', 'SAT', 'SAT-CHIT-ANANDA', 'GOD', AUM, of met één van de godheden uit de duizend namen van de onvergankelijke werkelijkheid ?



Vers l:
In de ruimte links en rechts van de wervelkolom bevinden zich twee nadi's, ida (maan, vrouwelijk) en pingala (zon, mannelijk). De nadi sushumna die uit de drie guna's (kwaliteiten) is samengesteld, bevindt zich in het midden (het buitenste gedeelte is de sushumna-nadi; het middelste de vajra-nadi; het binnenste gedeelte de chitrini-nadi). De sushumna loopt van het midden van de kanda (de wortel van alle nadis) naar het hoofd, de vajra binnenin haar strekt zich uit van de penis naar het hoofd.'

Vers 2:
Binnen in de vajra bevindt zich de chitrini, die glanst als Om. Ze is zo fijn als spinrag en doordringt alle lotussen (chakra's) die zich in de wervelkolom bevinden. Ze is zuivere intelligentie. Binnen in de chitrini bevindt zich de brahmanadi die zich uitstrekt vanaf de opening bovenaan de linga (het symbool van de fallus; vertegenwoordigt ook het astraallichaam) in de muladhara-chakra tot de bindu (plaats of knoop) in het zaadhuis van de sahasrara.

Vers 3:
De chitrini is mooi als een ketting van licht en fijn als een lotusvezel en schijnt in de geest van de wijze. Ze is bijzonder subtiel; de bewustmaker van zuivere kennis en de belichaming van alle zegen, haarware aard is zuiver bewustzijn. De Brahman-dvara (ingang) schijnt in haar monding. Hier bevindt zich de ingang van het gebied dat met ambrozijn is besprenkeld en dat de granthi (knoop) wordt genoemd; het is de mond van de sushumna.

Vers 4:
Nu komen we bij de adhara-(muladhara) lotus. Deze lotus is bevestigd aan de mond van de sushumna en bevindt zich onder de genitaliën en boven de anus. Hij heeft vier karmozijnrood getinte bloembladen, en het hoofd hangt omlaag. Op de bloembladen staan in glanzend goud de letters van va tot sa.

Vers 5:
In deze lotus is het vierkant van prithivi (het aarde-element) omringd door acht glanzende speren. Hij heeft een glanzend gele kleur en lijkt wel op weerlicht zo mooi. Zo ook de bija (de mystieke 'zaad'-lettergreep (Lam) van de chakra, hier binnenin.

Vers 6:
Deze bijna is getooid met vier armen en bevestigd op de koning der olifanten(Airavata). In zijn schoot draagt hij de kindschepper, prachtig als de jonge zon met vier stralende armen en hoofden.

Vers 7:
Hier verblijft een devi (godin), Dakini genaamd; haar vier armen glanzen van schoonheid en haar ogen zijn stralend rood. Ze schittert prachtig als vele zonnen die tegelijk opkomen. Ze is de draagster van de openbaring van de altijd zuivere intelligentie.

Vers 8:
Dicht bij de mond, in het zaadhuis van de vajra nadi, schijnt onophoudelijk de prachtig zacht lichtgevende stralende driehoek kamarupa, ook bekend als traipura. Altijd en overal is de vayu (levenskracht) aanwezig die kandarpa (de god van de liefde) wordt genoemd. Hij is dieper rood is dan de Bandhujiva bloem, de Heer van alle schepselen en stralend als tien miljoen zonnen.

Vers 9:
Binnen in de driehoek bevindt zich svayambhu ('uit zichzelf voortgekomen') in zijn linga-vorm (shiva linga), mooi als vloeibaar goud, met het hoofd omlaag. Hij wordt geopenbaard door kennis (jnana) en meditatie (dhyana) en heeft de vorm en kleur van een nieuw blad. Zijn schoonheid is even bekoorlijk als de koele stralen van het weerlicht of de volle maan. De deva (god) die hier tevreden huist als in Kasi(verblijfplaats van Shiva) heeft de vorm van een draaikolk.

Verzen 10 en 11:
Boven shiva linga glanst de slapende kundalini, fijn als het weefsel van de lotusstengel. Ze is maya (brenger van illusies) in deze wereld en bedekt voorzichtig Brahma-dvara (de holte op het hoofd) van shiva linga. Zoals de spiraal van een trompetschelp slingert haar glanzende slangachtige vorm zich drie-en-een-half keer rondom shiva linga en ze straalt als een sterke flits van jonge bliksem. Haar zoet geruis lijkt op het vaag gezoem van zwermen bijen die buiten zichzelf zijn van liefde. Zij brengt klankvolle poëzie voort en alle andere composities in proza of dichtvorm in het Sanskriet, Prakrta en andere talen. Zij is het die voor alle wezens op de wereld zorgt door middel van inspiratie en expiratie en als een ketting van stralende lichten de stuitlotus verlicht.

Vers 12:
Binnen in shiva linga heerst para, de bewustmaker van de eeuwige kennis. Ze is de alomtegenwoordige kala (een vorm van nada (klank) shakti). Ze is bijzonder bedreven in het scheppen en subtieler dan het meest subtiele. Ze is de ontvangster van de onophoudelijke stroom ambrozijn, afkomstig uit het eeuwigdurende paradijs. Het hele universum en deze driehoek wordt door haar uitstraling verlicht.

Vers 13:
Door op para (of kundalini) die als tien miljoen zonnen in de mula-chakra straalt te mediteren, wordt een mens heer van de spraak, koning onder de mensen en een ingewijde in allerlei leringen. Hij wordt voor altijd bevrijd van alle kwalen en zijn diepste geest raakt vervuld van grote blijdschap. Zuiver van aard door zijn diepgaande en muzikale woorden, dient hij de belangrijkste der deva's.

 

Svadhishthana-chakra

Vers 14:
Binnen in de sushumna, aan de wortel van de geslachtsorganen, bevindt zich een lotus die prachtig vermiljoen van kleur is. Op de zes bloembladen staan de letters ba tot puramdara (la) met erboven de bindu (punt) in de glanzende kleur van het weerlicht.

Vers 15:
Binnen in deze lotus bevindt zich het halvemaanvormig glanzende watergebied van varuna. Daarin, gezeten op een makara bevindt zich de bija Vam. Hij is smetteloos en zo wit als de maan in de herfst.

Vers 16:
Moge Hari (vishnu) die zich binnen in het bindu van Vam bevindt en de trots van de eeuwige jeugd is, die een prachtig lichtgevend blauw lichaam heeft, gekleed is in een geel gewaad, vier armen heeft en de shrivasta en kaustubha draagt, ons beschermen.

Vers 17:
Dit is de vaste verblijfplaats van Rakini. Ze heeft de kleur van een blauwe lotus. De schoonheid van haar lichaam wordt benadrukt door haar opgeheven armen waarin ze verschillende wapens draagt. Ze is gekleed in een hemels gewaad en draagt hemelse sieraden en haar geest is in vervoering gebracht door het drinken van ambrozijn.

Vers 18:
Hij die op deze smetteloze lotus, svadhishthana genaamd, mediteert, wordt onmiddellijk bevrijd van al zijn vijanden zoals begeerte, boosheid, hebzucht enzovoort. Hij wordt heer onder de yogi's en is als de zon die de duisternis der onwetendheid verlicht. De rijkdom van zijn woorden die als nektar zijn, vloeit in een logisch verband uit in proza en dichtvorm.

 

Manipura chakra

Vers 19:
Boven svadhishthana, aan de basis van de navel, bevindt zich een stralende lotus met tien bloembladen die de kleur hebben van zware regenwolken. Er binnen in bevinden zich de letters Da tot Pha, die de kleur van de blauwe lotus hebben, nada en bindu erboven. Mediteer hier op het gebied van vuur, driehoekig van vorm en stralend als de opkomende zon. Erbuiten bevinden zich drie svastika-tekens en binnen in de bija van vahni (d.w.z. de zaadmantra van het vuur 'Ram') zelf.

Vers 20:
Mediteer op hem die gezeten is op een ram, vier armen heeft en straalt als de opkomende zon. In zijn schoot verblijft Rudra, die zuiver vermiljoen van kleur is. Hij (Rudra) ziet wit van de as waarmee hij is ingesmeerd; hij heeft een klassiek voorkomen en drie ogen. Hij heeft zijn handen alsof hij gaven uitdeelt en angst verjaagt. Hij is de vernietiger van de schepping.

Vers 21:
Hier verblijft Lakini, de weldoenster van allen. Ze heeft vier armen, een stralend lichaam, een donker uiterlijk, is gekleed in een geel gewaad en getooid met diverse sieraden. Ze is in vervoering gebracht door het drinken van ambrozijn. Door op deze navellotus te mediteren verkrijgt men het vermogen om (de wereld) te vernietigen en te scheppen. Vani (de devi van de spraak, sarasvati ) met al de rijkdom van kennis verblijft altijd in de lotus van zijn aangezicht.

 

De anahata-chakra

Vers 22:
Boven dat (manipura), in het hart, bevindt zich de bekoorlijke glanzend karmozijnrode lotus van de bandhukabloem. Hierin komen de twaalf vermiljoenkleurige letters, beginnend met ka, voor. Hij staat bekend als anahata en is als de hemelse wensboom, die meer schenkt dan men wenst. Hier is het gebied van vayu (wind); prachtig, en met zes hoeken en in de kleur van rook.

Vers 23:
Mediteer binnen het gebied van vayu op de zoete en uitmuntende pavana bija (het principe van de anahata-chakra, de bija of vayu, 'Yam'), grijs als een enorme rookwolk en gezeten op een zwarte antilope. En mediteer hier binnenin ook op de verblijfplaats van Karunavaridhi (genade), de smetteloze heer, die straalt als de zon en wiens beide handen een gebaar maken alsof ze gaven schenken en de angsten uit de drie werelden verjagen.

Vers 24:
Hier verblijft blij en veelbelovend Kakini; haar kleur is geel als van nieuw weerlicht, ze heeft drie ogen en is de weldoenster van allen. Ze draagt diverse sieraden en in haar vier handen draagt ze de strop en schedel; ze maakt een zegenend gebaar en het gebaar om angst te verjagen. Ze is mild van hart door het drinken van nektar.

Vers 25:
In het centrum van deze lotus bevindt zich in de vorm van een driehoek de shakti (macht), wiens fragiele lichaam lijkt op tien miljoen bliksemflitsen. Binnen in de driehoek bevindt zich de shiva linga (zie de verzen over de muladhara-chakra), bekend onder de naam Bana. Deze linga glanst als goud en op zijn hoofd bevindt zich een opening zo klein als een gaatje in een doorboorde edelsteen. Hij is de luisterrijke verblijfplaats van Lakshmi (de god van de voorspoed).

Vers 26:
Hij die op deze hartlotus mediteert wordt zoals de heer van de spraak, en evenals Ishvara is hij in staat om de werelden te beschermen en te vernietigen. Deze lotus is evenals de hemelse wensboom de verblijfplaats en zetel van Mahadeva (Shiva). Hij wordt verfraaid door de Hamsa (hier de Jivatma, de individuele ziel) die er uitziet als de rustige, spits toelopende vlam van een lamp op een windvrije plaats. De fijne draden die zijn zaadhuis omgeven en versieren, en die door de zonne-streek worden verlicht, zijn prachtig.

Vers 27:
Hij (die op de hartlotus mediteert) is de belangrijkste onder de yogi's en dierbaarder dan de meest dierbare voor vrouwen. Hij is voor alles wijs en vol nobele daden. Hij heeft zijn zinnen volkomen onder controle. Zijn geest wordt in zijn intense concentratie volledig in beslag genomen door gedachten aan de Brahman. Zijn geïnspireerde woorden zijn als een stroom helder water. Hij is als de Devata die de geliefde van Lakshmi is en kan willekeurig het lichaam van iemand anders binnentreden.

 

De vishuddhi-chakra

Vers 28:
In de keel bevindt zich de zuivere, rookachtig paars getinte lotus vishuddhi genaamd. Alle zestien glanzende klinkers op de zestien bloembladen die karmozijnkleurig zijn, zijn duidelijk zichtbaar voor iemand met een verlichte geest. In het centrum van deze lotus bevindt zich het etherisch gebied, rond van vorm en wit als de volle maan. Op een sneeuwwitte olifant is de Bija (Ham) van Ambara gezeten, die wit van kleur is.

Verzen 29:
Twee van de vier armen draagt zijn Bijna de strop en de ankusa (stok) en met de andere twee maakt hij een gebaar van gaven wegschenken en angst verdrijven. Ze dragen bij tot zijn schoonheid. Altijd verblijft in zijn schoot de grote sneeuwwitte deva met drie ogen, vijf gezichten en tien prachtige armen, gekleed in een tijgervel. Zijn lichaam is verbonden met dat van Girija (een titel van de devi die werd ontvangen als de dochter van de Bergkoning), en hij is bekend om wat zijn naam Sada-Shiva (Sada - altijd, Shiva -begunstiging), betekent.

Vers 30:
Zuiverder dan de oceaan van nektar is de Shakti Sakini die in deze lotus verblijft. Haar gewaad is geel en in haar vier lotushanden draagt ze de boog, pijl, strop en prikstok. Het hele maangebied zonder het teken van hare (bewegingsloze maan) bevindt zich in het zaadhuis van deze lotus. Dit gebied is de poort naar de grote bevrijding voor hem die verlangt naar de rijkdom van yoga en wiens zinnen zuiver en onder controle zijn.

Vers 31:
Door zijn geest voortdurend in deze lotus te concentreren, wordt hij die volmaakte kennis van de Atma (Brahman) heeft verkregen een grote en welsprekende wijze die ononderbroken gemoedsrust geniet. Hij ziet de drie perioden en wordt de weldoener van allen, vrij van ziekte en verdriet, met een lang leven, en evenals Hamsa (hier Antaratma, het ware zelf dat zich bij het zaadhuis van de sahasrara-chakra bevindt) de vernietiger van eindeloze gevaren.
Zou hij boos worden, dan zou de yogi die zijn geest voortdurend op deze lotus richt en zijn ademhaling beheerst door kumbhaka (het vasthouden van de ademhaling), deze drie werelden in beweging kunnen brengen. Noch Brahma of Vishnu, Hari-Hara (de combinatie van Vishnu en Shiva), Surya (de god van de zon) of Ganapa (de god van de wijsheid en beschermer tegen hindernissen) zijn in staat deze kracht te beheersen.

 

De Ajna-chakra

Vers 32:
De lotus, ajna genaamd, is evenals de maan prachtig wit. Op zijn twee bloembladen staan de letters ha en ksha, die ook wit zijn en zijn schoonheid verhogen. Hij straalt als dhyana (meditatie). Binnen in hem bevindt zich de Shakti Hakini, wiens zes gezichten lijken op even zo vele manen. Ze heeft zes armen; in één ervan draagt ze een boek (het teken van verlichting), twee andere zijn opgeheven in gebaren om angst te verdrijven en gaven weg te schenken en met de andere armen houdt ze een schedel vast, een damaru en een mala (gebruikt voor mantra-recitatie). Haar geest is zuiver.

Vers 33:
In deze lotus verblijft de subtiele geest (manas), als pure kennis. Binnen in de yoni in het centrum bevindt zich de Shiva die Itara heet en die een fallische vorm heeft. Hij straalt hier als een ketting van lichtflitsen. Tevens bevindt zich hier de eerste bijna van de Veda (Am) die de verblijfplaats is van de uitmuntende shakti en die door zijn stralenpracht de Nadi chitrini zichtbaar maakt. De sadhaka (yoga-beoefenaar) met een evenwichtige geest, moet hierop mediteren op de voorgeschreven manier.

Vers 34:
De uitmuntende sadhaka, wiens Atma (het ware zelf) niets anders is dan een meditatie op deze lotus, kan snel en naar willekeur het lichaam van iemand anders binnentreden en wordt de meest uitmuntende onder de munis (zij die volleerd zijn in dhyana-yoga), en is alwetend en alziend. Hij wordt de weldoener van allen en komt voor in alle shastra's (gewijde teksten en commentaren). Hij verwerkelijkt zijn eenwording met de Brahman en verkrijgt uitmuntende en ongekende krachten (siddhi's). Vol roem en begiftigd met een lang leven, wordt hij de schepper, vernietiger en beschermer van de drie werelden.

Vers 35:
Binnen in de driehoek in deze chakra verblijft de combinatie van letters, die de pranava (Am) scheppen. Het is de innerlijke Atma als zuivere geest (buddhi), en lijkt op een stralende vlam. Erboven bevindt zich de maansikkel en weer daarboven ma-kara (bindu), die straalt in zijn vorm. Hierboven bevindt zich Nada, die zo wit is als de maan en straalt.

Vers 36:
Als de yogi het loshangende huis sluit, hetgeen hij van de uitmuntende goeroe heeft geleerd, en als de cetas (het naar buiten gerichte bewustzijn) door herhaald oefenen hier in de verblijfplaats van ononderbroken gelukzaligheid wordt opgenomen, dan ziet hij in het midden en in de ruimte erboven (van de driehoek) duidelijk vonken schitteren.

Vers 37:
Hij ziet dan ook het licht dat de vorm heeft van een brandende lamp. Het straalt als de heldere ochtendzon en gloeit tussen de lucht (de sahasrara-chakra) en de aarde (de muladhara-chakra). Hier manifesteert Parama Shiva zichzelf in de volheid van zijn macht. Hij kent geen verval en ziet alles, en is hier zoals hij ook is in het gebied van vuur, maan en zon (zoals in de sahasrara-chakra te weten).

Vers 38:
Dat is in de onvergelijkelijke en heerlijke verblijfplaats van Vishnu. Bij zijn overlijden legt de uitmuntende yogi blijmoedig zijn levensadem (prana) hier neer en gaat (na zijn overlijden) de allerhoogste, eeuwig geboorteloze, oerdeva, de Purusha binnen, die er eerder was dan de drie werelden en die in de Vedanta voorkomt.

Vers 39:
Als door de dienst van de lotusvoet van zijn goeroe de handelingen van de yogi in alle opzichten goed zijn, dan zal hij boven de ajna-chakra de vorm van de Mahanada (grote Nada) zien en voor altijd de siddhi van de spraak (alle spraakvermogens) in de lotus van zijn hand houden. De Mahanada, waar vayu wordt opgenomen, bestaat voor de helft uit Shiva en heeft de vorm van een ploeg; hij is rustig, verstrekt gaven, verjaagt angst en maakt zuivere intelligentie (buddhi) zichtbaar.

 

De sahasrara-chakra

Vers 40:
Boven alle andere, in parama-vyoma (de open ruimte) waarin zich de sankhini-nadi bevindt, en onder Visarga (de poort van Brahman), ligt de lotus met duizend bloembladen. Deze stralende lotus die nog witter is dan de volle maan, is met het hoofd omlaag gekeerd. De kleur van de jonge zon straalt zoals draden-bundels. Zijn lichaam straald met de letters beginnend met 'A' en het is de absolute gelukzaligheid.

Vers 41:
Binnenin (sahasrara) bevindt zich de volle maan zonder het teken van de hare, glansrijk als aan een heldere hemel. Ze straalt overdadig en is vochtig en koel als nektar. Hierbinnen (Candra-mandala) bevindt zich de driehoek die straalt als een bliksemflits en daar weer binnen straalt de grote leegte (sunya, bindu) die in het geheim door alle Suras (deva's) wordt gediend.

Vers 42:
Goed verborgen, en slechts met veel moeite te bereiken, is de subtiele bindu (Sunya) die de heerser is en de zuivere Nirvana-Kala met Ama-Kala (de zestiende fase van de maan) manifestreerd. Hier is de deva die we allen kennen als Parama Shiva. Hij is de Brahman en Atma van alle wezens. In hem zijn zowel rasa (de ervaring van opperste gelukzaligheid) als virasa (de gelukzaligheid die het gevolg is van de eenwording van Shiva en Shakti) verenigd. Hij is de zon die de duisternis van de onwetendheid en de misleiding vernietigt.

Vers 43:
Door voortdurend een overvloedige nektar-achtige substantie te laten stromen, instrueert de Heer de Yati (beheerst) van zuivere geest in de kennis waardoor hij de eenheid van Jivatma (de individuele ziel) en Paramatma (de ziel van het universum) tot stand brengt. Hij doordringt alle dingen als hun Heer die de altijd vloeiende en zich verspreidende stroom van allerlei gelukzaligheid is die we kennen als Hamsah Parama.

Vers 44:
De vereerders van Shiva noemen het de verblijfplaats van Shiva; de vereerders van Vishnu noemen het de plaats van Parama Purusha (Vishnu); de vereerders van zowel Shiva als Vishnu noemen het de plaats van Hari-Hara [de verenigde zelven van Hari (Vishnu) en Hara (Shiva)]. Zij die vervuld zijn van liefde voor de lotusvoet van de devi (godin Shakti) noemen het de uitmuntende verblijfplaats van de devi; en de vereerders van de Hamsah-mantra [Hamsah is de eenwording van Purusha (het ware of zuivere zelf, 'Ham') en Prakriti (de oorspronkelijke materie, 'Sah')] noemen het de zuivere plaats van Prakriti-Purusha.

Vers 45:
De meest voortreffelijke onder de mensen die zijn geest heeft beheerst en deze plaats heeft gekend, wordt nooit meer in het zwerfgebied (deze karmische wereld) geboren, daar er niets in de drie werelden is dat hem bindt. Daar hij zijn geest onder controle heeft en zijn doel heeft bereikt, bezit hij de volledige macht om alles te doen wat hij wenst en om alles wat tegen zijn wil ingaat te voorkomen. Hij begeeft zich voor altijd in de richting van Brahman. Of hij nu in proza of in verzen spreekt, het klinkt altijd zuiver en mooi.

Vers 46:
Hier bevindt zich de uitmuntende zestiende kala (fase) van de maan (Ama-kala). Ze is zuiver en haar kleur lijkt op die van de vroege zon. Ze is zo dun als een honderdste gedeelte van een vezel in een lotusstengel. Ze straalt met een zachtheid van tien miljoen lichtflitsen en is naar onder gekeerd. Uit haar, wiens bron Brahman is, stroomt voortdurend en overvloedig nektar (of, 'ze is de schaal waarin uitmuntende nektar stroomt die afkomstig is van de gelukzalige eenwording van Shiva en Shakti).

Vers 47:
Hierbinnen (Ama-kala) bevindt zich Nirvana-kala, uitmuntender dan de uitmuntende (Ama-kala). Ze is zo fijn als het duizendste gedeelte van een haar, en heeft de vorm van een maansikkel. Ze is de eeuwige Bhagavati die de devata (godheid) is die alle wezens doordringt. Ze verleent goddelijke kennis en straalt als het licht van alle zonnen die allemaal tegelijk schijnen.

Vers 48:
In zijn centrum (d.w.z. het centrum van de Nirvana-kala) straalt de opperste en oer-Nirvana Shakti. Ze straalt als tien miljoen zonnen en is de moeder van de drie werelden. Ze is uitermate subtiel, als het tien miljoenste gedeelte van een haar. In zich draagt ze de voortdurende stroom van blijheid en ze is het leven van alle wezens. Op een bevallige manier draagt ze de kennis van de waarheid (Tattva) over op de geest van de wijzen.

Vers 49:
Binnenin (Nirvana Shakti) bevindt zich de eeuwige plaats die de verblijfplaats van Shiva wordt genoemd (en waar zich kala (tijd) noch kala (ruimte) bevindt). Hij is vrij van maya (de wereld die door tijd en ruimte wordt beperkt), alleen bereikbaar voor yogi's en bekend als Nityananda. Hij is vervuld van alle vormen van gelukzaligheid en is de zuivere kennis zelf. Sommigen noemen hem de Brahman; anderen Hamsa. Wijze mensen beschrijven het als de verblijfplaats van Vishnu en rechtschapen mensen spreken erover als de onuitsprekelijke plaats van kennis van de Atma, of de plaats van de bevrijding. (Hier wordt bevrijding van de wereld van tijd en ruimte mogelijk.)

Vers 50:
Hij die gezuiverd is door de beoefening van Yama en Niyama en andere, die de kennis verkregen van zijn Guru, het proces die het pad opende naar ontdekking van de grote bevrijding. Hij wiens totale wezen versmolten is in Brahman en de Devi gewekt door Hum-kara, doorboord het centrum van de linga, de opening die gesloten is, en daarom onzichtbaar, met de bedoeling van de lucht en vuur (binnenin hem) , plaatst haar binnen Brahmadvara. (Citrini Nadi).

Vers 51:
De Devi die Suddha Sattva is doorboord de drie Lingas, en, alle lotussen die gekend zijn als Brahma-nadi bereikt, straalt hierin in volheid van haar verschijning. Nadien in haar subtiele staat, stralend zoals bliksemschicht en fijn als een lotusvezel. Zij gaat naar de glanzende vlammenachtige Shiva, de hoogste zaligheid en van een plotse verschijning van bevrijding.

Vers 52:
De wijze en uitmuntende Yogi verblijfend in extase, en devoot aan de voeten van de Guru, zal de Kula-Kundalini tesamen met Jiva leiden naar de Heer Para-Siva in zijn verblijfplaats, in de zuivere lotus, en hierop mediteren op haar en verkrijgt alle verlangens als Caitanya-Rupa-Bhagavati (vorm van Bewustzijn, kort 'SAT'). Wanneer hij aldus Kundalini leid zal alles in haar geabsorbeerd worden.

Vers 53:
De mooie Kundali drinkt de uitmuntende rode nectar die neerdaalt vanuit Para-Siva, en keert terug naar daar waar de oneindige en transcendente zaligheid schijnt in zijn volle glory op het pad van Kula, en keert terug naar Muladhara. De yogi die standvastigheid van het denken verkrijgt offert tot de Ista-Devata en tot de godheden in de zes centrums (Chakra’s), Dakini en andere, met deze stroom van goddelijke nectar die in het ruimte van Brahmanda is, en de Kennis die hij verkreeg door de tradities van de Gurus.

Vers 54:
De yogi die na de beoefening van de Yama en Niyama, en andere, deze uitstekende methode leerde van de Diksa-Guru, die de bron is van ononderbroken Zaligheid, en wiens denken (manas) gecontroleerd wordt, hoefd noit meer geboren te worden in deze wereld van Samsara Voor Hem is er geen oplossing zelf niet tijdens samksaya (Pralaya). Tevreden door de constante realisatie van dat wat de bron is van de eeuwige zaligheid (Nityananda), hij wordt vol van zaligheid en vooraanstaand onder alle Yogis.

Vers 55:
Als de Yogi die devoot is tot de voeten van de Guru, met zijn hart onverstoorbaar en een geconcentreerd denken, studeert dit werk welke de hoogste bron van kennis van bevrijding is, en welke waarheid is, zuiver, en uiterst geheim en dan heel subtiel dans zijn denken aan de voeten van Ista-Devata.

 

 

.

.

.

   
   

 

Dharma-lotus is onderdeel van Reiki-Lotus, een Reiki- en meditatiepraktijk in Breda welk  werkt vanuit een Boeddhistische visie. U kunt contact met ons opnemen op info@Dharma-lotus.com.
Deze website is gebouwd door Ivar Mol, Ivar@reiki-lotus.com
Op alle artikelen rust een auteursrecht.