28 mei - 8 juni: Vipassana en wandel retraite in  Frankrijk  |  Lees hier meer...

Reiki

Chios

Tantra

Sweda

Retraite

Spiriwiki

   

De Maha Satipatthana Sutta : 

De Maha Satipatthana Sutta is het frame van de boeddhistische meditatie. De Boeddha zelf noemt het 'De enige weg' om de verlichting te verwerven. "Dit is de enige weg, monniken, voor de zuivering van wezens, voor het overwinnen van verdriet en weeklagen, voor de vernietiging van lijden en smart, om het juiste pad te bereiken, voor de verwezenlijking van Nibbana, namelijk, de vier fundamenten van indachtigheid." Zo begint de Grote Meester deze toespraak. In de Majjhima Nikaya komt eveneens een Satipatthana Sutta - De vier fundamenten van indachtigheid  voor. De Maha Satipatthana Sutta van de Digha Nikaya is een uitgebreidere versie waarin de Vier Edele Waarheden nóg uitgebreider worden toegelicht dan in de eerste toespraak van de Boeddha, de Dhamma Cakka Ppavattana Sutta - Het in beweging zetten van het Wiel der Wet. 

 

 

Het boeddhistische standpunt
De Pali Canon, de verzameling van boeddhistische geschriften, bestaat uit een zeer groot aantal toespraken van de Boeddha. De Maha Satipatthana Sutta is er één van en wordt veelal beschouwd als één van de allerbelangrijkste. Deze toespraak is van groot belang voor iedereen die zich wil bekwamen in het pad dat naar absolute bevrijding leidt.

Het boeddhistische standpunt is, dat alle wezens onderworpen zijn aan lijden en dat al die wezens de taak hebben om zichzelf van dat lijden te bevrijden door zichzelf volledig te zuiveren van de drie hoofdoorzaken van het bestaan, namelijk: hebzucht, haat en onwetendheid. Zolang deze hoedanigheden in ons huizen, kunnen wij niet loskomen van het rad van geboorte en dood, wat ons steeds bindt aan lijden. Wanneer onze daden vergezeld gaan van deze drie vuren, zijn ze slecht. Zijn onze daden daar vrij van, dan zijn ze goed.

Wanneer onze geest onzuiver is, zijn we ook onzuiver in wat we doen en denken omdat we vanuit een onreine basis tewerk gaan hetgeen hoofdzakelijk veroorzaakt wordt door zintuiglijke verlangens. Hierdoor begeven we onszelf op het neerwaartse pad. Onze zintuigen hebben een functie, maar vanwege onoplettendheid geven we daar vaak te snel aan toe. We willigen het verlangen van de zinnen te snel in. Zien hoe de geest functioneert is dan ook het allerbelangrijkste aspect in het boeddhistische meditatiesysteem. Oefenen we onszelf resoluut in het zuiveren van de geest, dan kan succes op den duur niet uitblijven en zal ons leven er heel anders gaan uitzien: helderder, frisser en veel beter geordend. Met een heldere en frisse geest die alles goed op orde heeft, krijgt het leven veel meer kwaliteit. Het is vooral een oefening in loslaten. Daar waar het oude is, kan het nieuwe, schone en frisse leven niet zijn. Iemand die een beetje nadenkt, zal inzien dat we ons op die manier in een totaal andere richting begeven dan de meeste mensen doen.

De aard van onze geestelijke gesteldheid hangt af van het feit in hoeverre wij onzuivere gedachten toelaten. Het meest essentiële in de vipassana meditatie (inzicht meditatie), is dan ook het observeren van de geest, van je gedachten, van het bewustzijn. Niet alleen tijdens intensieve meditatie, maar ook in de sleur van je dagelijkse leven. In de 'passieve meditatie' leg je de basis om steeds dieper en objectiever naar alles te kunnen kijken, wat er ook op je pad komt.

Als we dapper en onbaatzuchtig durven nadenken over het feit dat wijzelf volledig verantwoordelijk zijn voor alles wat wij doen, als wij dat echt willen beseffen, dan zullen we ook gaan inzien dat het openen van de deur naar volmaakte vrijheid volledig in onze eigen handen ligt. Wij moeten leren om geheel op eigen benen te staan zonder ook maar ergens op te steunen. De gehele Pali Canon staat vol met aanmoedigingen van de Boeddha om zelf het werk te doen en niet te vertrouwen op externe hulp. Ook moedigde hij zijn leerlingen steeds aan om zijn woorden op waarheid te toetsen en deze niet klakkeloos aan te nemen. Boeddhist zijn houdt zeker niet in dat je een leraar blindelings volgt.

Wie in het boeddhisme een scheppende of almachtige god zoekt die straffend is en beloningen uitdeelt, zoekt tevergeefs. Waar kan volledige emancipatie zijn als een godheid jouw doel bepaalt en het heft in handen heeft? Als wij aan een dergelijke autoriteit onderworpen zijn en dus daarvan afhankelijk zouden zijn, dan zou deugdelijk gedrag geen enkele zin hebben. In het boeddhisme is ware devotie niet het aanbidden van een persoon of een godheid om de bevrijding te verwerkelijken. Vooral vanwege het feit dat niemand een ander kan reinigen. Iemand die zich steeds inspant om zijn spraak, gedachten en lichamelijke handelingen te zuiveren, zal tot de perfecte staat van zijn ware natuur komen waarin alle lijden van hem afglijdt zoals een waterdruppel van een lotusblad. "Zoals de jasmijn haar verdorde bloemblaadjes laat vallen, zo moeten jullie, monniken, hartstocht en haat afwerpen." Dat is de ware devotie.

Het pad van de Boeddha is er een van goed en kritisch nadenken en de woorden van de Leraar kritisch onderzoeken, toetsen en in praktijk brengen. Het is een pad van jezelf oefenen in deugdzaamheid, concentratie, en wijsheid. Dit heet 'de drievoudige training' (tividha sikkha). Het impliceert liefdevolle vriendelijkheid, goodwill, vreugde schenken in het geluk en welzijn van anderen, gelijkmoedigheid en mededogen. Dit zijn hoedanigheden die niet van buitenaf aangereikt kunnen worden, maar van binnen uit gecultiveerd moeten worden. Het pad van de Boeddha wordt in de Dhammapada kort en duidelijk weergegeven met deze oude, maar altijd frisse woorden: "Het vermijden van al het kwaad, altijd het goede doen en de eigen geest zuiveren; dit is de Leer van alle Boeddha's." Om het hoogste doel van de mens te verwezenlijken, je ware natuur te realiseren, is het absoluut noodzakelijk om jezelf te zuiveren. Dat is de enige manier om tot volmaakte zuiverheid te komen en daarom ook de enige weg.

Aanvullende toelichting
In de toespraak heeft de Boeddha het tegen de monniken. Men dient echter goed te begrijpen, dat de Boeddha het net zo goed tegen jou kan hebben, en of je nu monnik bent, non, of iemand die gewoon het huiselijke leven leidt, doet niet ter zake. Voor iedereen is het mogelijk om bevrijding van de geest te verwerkelijken en daarom dien je goed te beseffen dat de Leer niet alleen voor monniken en nonnen bedoeld is of wellicht uit de tijd is. Voor de gehele mensheid heeft de Boeddha twee dingen heel goed duidelijk gemaakt: het lijden en het ophouden ervan. Het mededogen van de Boeddha strekte zich uit naar alle wezens ongeacht hun status, huidkleur, nationaliteit, religie, geslacht of wat voor uiterlijke verschillen er dan ook kunnen zijn. Besef dat er monniken en nonnen zijn die door nalatigheid het hoogste doel missen, en dat er mensen zijn die het doel bereiken terwijl zij het gewone huiselijke leven leiden. Succes hangt niet af van status, rang of van wat voor soort onbenulligheden dan ook.

Soms trekken mensen zich een paar dagen terug in een bos of op een andere afgezonderde plaats om even tot rust te komen. Dat zal er zeker toe bijdragen om een goede basis te leggen voor meditatie, maar bedenk wel, dat iemand een bepaalde periode in een woud kan verblijven met een verwarde geest, en dat iemand met een rustige geest in een dorp of stad kan leven tussen andere mensen: het eerste is makkelijker dan het laatste, maar dat laatste is veel waardevoller. Om onszelf goed op weg te helpen brengt een tijdelijke afzondering dus ongetwijfeld voordeel omdat het in het begin moeilijk is je in een chaotische wereld te concentreren. Toch, het eigenlijke leren en trainen doe je vooral in je alledaagse leven. Het is makkelijk om je in een woud 'vrij' te voelen, maar in een chaotische wereld is dat veel moeilijker. Maar daar liggen voor ons de grote leermomenten. Bovendien moet meditatie niet een ontsnapping aan het leven zijn, maar dien je er juist middenin te gaan staan. De fundamenten van indachtigheid dienen overigens niet slechts in momenten van meditatie beoefend te worden, maar tijdens je hele leven; vierentwintig uur per dag. Naarmate je deze meditatie beoefent, zal je gewaarzijn zich uitstrekken over je dagelijkse bezigheden zodat je steeds alle toestanden volledig zult begrijpen en in de hand zult krijgen. Het leven zal zich transformeren van een diepe droom naar pure werkelijkheid. Zo zal het leven een meer meditatief karakter krijgen.

Iemand die deze fundamenten van indachtigheid beoefent dient steeds de drie karakters van het bestaan in ogenschouw te nemen, namelijk: vergankelijkheid (aniccata), lijden of het onbevredigende aspect (dukkha), en instabiliteit of het onwezenlijke (anatta) van dingen. Alle verschijningsvormen, alle dingen hebben deze drie eigenschappen gemeen, en omdat de beoefenaar zich dat volledig gewaar is, grijpt hij/zij zich nergens meer in de wereld aan vast. In de teksten zegt de Boeddha vaak:

"De geïnstrueerde edele leerling, monniken, die het zo ziet, hunkert niet naar materiële vorm, gevoel, waarneming, mentale factoren en bewustzijn. Door hartstochtloosheid is hij onthecht, door onthechting is hij bevrijd; in bevrijding ontstaat het besef dat hij bevrijd is, en hij begrijpt: 'Geboorte is vernietigd, het heilige leven is geleefd (magga brahmacariya), wat gedaan moest worden is gedaan (katam karniyam), er komt niets meer tot elke staat van bestaan (naparam itthattaya).'"

In de Dhammapada staan een paar verzen omtrent deze drie karakters van het bestaan:

Wanneer met wijsheid de vergankelijkheid van samengestelde dingen wordt gezien, krijgt men genoeg van dit lijden. Dit is het pad naar zuiverheid.

Wanneer met wijsheid het lijden van samengestelde dingen wordt gezien, krijgt men genoeg van dit lijden. Dit is het pad naar zuiverheid.

Wanneer met wijsheid het onwezenlijke van samengestelde dingen wordt gezien, krijgt men genoeg van dit lijden. Dit is het pad naar zuiverheid.

Bij degene die deze oefening goed uitvoert, zullen er geen gedachten meer ontstaan van een onveranderlijke ziel, geest, of een zelf. Alle gedachten van 'ik', 'mij' of 'mijn' zullen volledig ophouden te bestaan omdat men de ware aard van dingen ziet: anicca, dukkha en anatta. Dit is de sleutel tot perfecte wijsheid. Wie tot duidelijk begrip komt en de dingen perfect ziet zoals ze werkelijk zijn, heeft het hoogste doel bereikt.

De juiste inspanning en de juiste gedachten gaan hand in hand, helpen je beide om jezelf te checken op onzuivere gedachten en om goede gedachten te ontwikkelen. Zoals de Meester uiteenzet in het begin van de toespraak, is het viervoudig 'opwekken van indachtigheid' de enige weg die de reeds bevrijden veilig zijn gegaan. Vandaar dat er gezegd wordt:

"Iemand die altijd deugdzaam is, wijs, goed geconcentreerd, die goed naar binnen kijkt en indachtig is; hij is degene die de stroom oversteekt, de stroom die zo moeilijk over te steken is." 

Het zal veel inspanning en wilskracht vergen om het geheel goed te bevatten, maar eens zullen de vruchten zegenrijk voor je zijn. Verwacht niet te snel resultaten want mentale ontwikkeling vergt veel tijd. Zorg ervoor dat het lezen en het oefenen elkaar steeds aanvullen. Het regelmatig doornemen van de tekst zal je oefening ondersteunen. Laat ons nu eens gaan kijken wat de Boeddha precies bedoelt met die 'enige weg'.

De Sutta
Aldus heb ik gehoord. Eens verbleef de Gezegende bij de Kuru's, in Kammasadhamma, een marktstad van het Kuru volk. Toen sprak de Gezegende de monniken als volgt toe: "Monniken", en zij antwoordden: "Eerwaarde Heer." En de Gezegende sprak als volgt:

"Dit is de enige weg (ekayana), monniken, voor de zuivering van wezens, voor het overwinnen van verdriet en weeklagen, voor de vernietiging van lijden en smart, om het juiste pad te bereiken, voor de verwezenlijking van Nibbana, namelijk, de vier fundamenten van indachtigheid."

"Welke zijn deze vier?"

  1. "Hierin, monniken, beschouwt een monnikhet lichaam als een lichaam (kaya nupassana). Hij doet dat ijverig (atapi), met helder begrip (sampajano) en indachtig (satima), terwijl hij (tijdelijk) de hebzucht (abhijjha) en smart (domanassa) in deze wereld (loke) (van het lichaam) opgeeft."
  2. "Hij beschouwt gevoelens als gevoelens (vedana nupassana). Hij doet dat ijverig, met duidelijk begrip en aandachtig, terwijl hij (tijdelijk) de hebzucht en smart in deze wereld (van gevoelens) opgeeft."
  3. "Hij beschouwt bewustzijn als bewustzijn (citta nupassana). Hij doet dat ijverig, met duidelijk begrip en aandachtig, terwijl hij (tijdelijk) de hebzucht en smart in deze wereld (van het bewustzijn) opgeeft."
  4. "Hij beschouwt mentale objecten als mentale objecten (dhamma nupassana). Hij doet dat ijverig, met duidelijk begrip en aandachtig, terwijl hij (tijdelijk) de hebzucht en smart in deze wereld (van mentale objecten) opgeeft."

Indachtigheid van het lichaam - Kaya nupassana

Indachtigheid omtrent de ademhaling - Anapana Sati
"En hoe, monniken, beschouwt een monnik het lichaam als een lichaam?"

"Hierin, monniken, zit een monnik neer die naar het woud is gegaan, naar de voet van een boom, of naar een lege ruimte, buigt zijn benen kruiselings in zijn schoot, houdt zijn lichaam rechtop en wekt indachtigheid op omtrent het object van meditatie, namelijk, de adem die recht voor hem is."

"Indachtig ademt hij in, en indachtig ademt hij uit. Wanneer hij lang inademt, dan weet hij: 'Ik adem lang in'; wanneer hij lang uitademt, dan weet hij: 'Ik adem lang uit'; wanneer hij kort inademt, dan weet hij: 'Ik adem kort in'; wanneer hij kort uitademt, dan weet hij: 'Ik adem kort uit.' -- Zo traint hij zichzelf: 'Ik zal inademen en het hele (adem)lichaam (sabbakayapatisamvedi) ervaren'. Zo traint hij zichzelf: 'Ik zal uitademen en het hele (adem)lichaam ervaren'. Zo traint hij zichzelf: 'Ik zal inademen en de activiteit van de formatie van het (adem)lichaam kalmeren (passambhayam kayasamkharam)'. Zo traint hij zichzelf: 'Ik zal uitademen en de activiteit van het lichaam kalmeren.'"

De gelijkenis van de acrobaat

"Net zoals een handige acrobaat of de leerling van de acrobaat, wanneer hij lang tuimelt, weet: 'Ik tuimel lang'; of als hij kort tuimelt, 'Ik tuimel kort', net zo, monniken, weet een monnik, wanneer hij lang inademt: 'Ik adem lang in'; wanneer hij lang uitademt, dan weet hij: 'Ik adem lang uit'; wanneer hij kort inademt, dan weet hij: 'Ik adem kort in'; wanneer hij kort uitademt, dan weet hij: 'Ik adem kort uit.' Zo traint hij zichzelf: 'Ik zal inademen en het hele (adem)lichaam ervaren.' Zo traint hij zichzelf: 'Ik zal uitademen en het hele (adem)lichaam ervaren.' Zo traint hij zichzelf: 'Ik zal inademen en de activiteit van de formatie van het (adem)lichaam kalmeren.' Zo traint hij zichzelf: 'Ik zal uitademen en de activiteit van de formatie van het (adem)lichaam kalmeren.'"

"Op deze wijze beschouwt hij intern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt extern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt zowel intern als extern het lichaam als een lichaam. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent het lichaam; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent het lichaam; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent het lichaam."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er is slechts een lichaam', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, beschouwt een monnik het lichaam als een lichaam."

De houdingen van het lichaam - Iriyapatha
3
. "En verder, monniken, wanneer hij loopt, weet een monnik: 'Ik loop'; wanneer hij staat, weet hij: 'Ik sta'; wanneer hij zit, weet hij: 'Ik zit'; wanneer hij ligt, weet hij: 'Ik lig'; of gewoon als zijn lichaamshouding verandert, weet hij dit."

"Op deze wijze beschouwt hij intern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt extern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt zowel intern als extern het lichaam als een lichaam. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent het lichaam; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent het lichaam; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent het lichaam."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er is slechts een lichaam', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van het lichaam."

De vier soorten van helder begrip - Catusampajañña
"En verder, monniken, is een monnik, in het naar voren gaan en in het naar achteren gaan, een persoon die helder begrip (sampajañña) beoefent; in het recht vooruit kijken en in het naar de andere richtingen kijken, een persoon die helder begrip beoefent; in het buigen en het strekken, een persoon die helder begrip beoefent; in het dragen van het schoudergewaad, de andere twee gewaden en de bedelnap, een persoon die helder begrip beoefent; in het aanschouwen van wat gegeten, gedronken, gekauwd, en genoten wordt, een persoon die helder begrip beoefent; als hij zijn ontlasting doet en urineert, een persoon die helder begrip beoefent; in lopen, in staan, in zitten, in slapen, in ontwaken, in spreken en in zwijgen, een persoon die helder begrip beoefent."

Inzicht

"Op deze wijze beschouwt hij intern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt extern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt zowel intern als extern het lichaam als een lichaam. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent het lichaam; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent het lichaam; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent het lichaam."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er is slechts een lichaam', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van het lichaam."

Het beschouwen van de walgelijkheden van het lichaam - Patikkulamanasikara
 "En verder, monniken, beschouwt een monnik dit lichaam dat slechts gehuld is in een huid en vol met veel onreinheden is vanaf de voetzolen naar boven, en vanaf het haar op het hoofd naar beneden, en denkt hij: 'Er is in en aan dit lichaam haar van het hoofd, haar van het lichaam, nagels, tanden, huid, vlees, zenuwen, botten, merg, nieren, hart, lever, middenrif, milt, longen, dikke darmen, dunne darmen, de inhoud van de maag, ontlasting, gal, slijm, etter, bloed, zweet, vet, tranen, lymfe, speeksel, snot, gewrichtssmeer, en urine.'"

De gelijkenis van de zak met ingrediënten
"Juist zoals, monniken, er een zak zou zijn met twee openingen, gevuld met graan van verschillende soorten, namelijk: heuvelrijst, rijst van het laagland, bonen, tuinbonen, sesamzaad, gepelde rijst; en een man met ogen die goed zien, zou, nadat hij de zak losgemaakt heeft, denken: 'Dit is heuvelrijst; dit is rijst van het laagland; dit zijn bonen; dit zijn tuinbonen; dit is sesamzaad; dit is gepelde rijst.' Op dezelfde manier, monniken, beschouwt een monnik dit lichaam dat slechts gehuld is in een huid en vol van veel onreinheden is vanaf de voetzolen naar boven, en vanaf het haar op het hoofd naar beneden, en denkt hij: 'Er is in en aan dit lichaam haar van het hoofd, haar van het lichaam, nagels, tanden, huid, vlees, zenuwen, botten, merg, nieren, hart, lever, middenrif, milt, longen, dikke darmen, dunne darmen, de inhoud van de maag, ontlasting, gal, slijm, etter, bloed, zweet, vet, tranen, lymfe, speeksel, snot, gewrichtssmeer, en urine.'

Inzicht

"Op deze wijze beschouwt hij intern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt extern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt zowel intern als extern het lichaam als een lichaam. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent het lichaam; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent het lichaam; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent het lichaam."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er is slechts een lichaam', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van het lichaam."

De beschouwing van de materiële elementen - Dhatumanasikara
"En verder, monniken, beschouwt een monnik in dit lichaam overeenkomstig het beweegt of gerangschikt is, de elementen van materie, en denkt: 'Er zijn in dit lichaam het element van vastheid (pathavi), het element van vloeibaarheid (apo), het element van temperatuur (tejo), en het element van beweging (vayo).'"

De gelijkenis van de geslachte koe
"Monniken, op wat voor een manier ook een handige koeienslachter of de leerling van een koeienslachter een koe heeft geslacht en in porties heeft verdeeld, en bij een kruising van vier wegen moet gaan zitten; op diezelfde manier beschouwt een monnik in dit lichaam overeenkomstig het gepositioneerd of gerangschikt is, de elementen van materie, al denkende: 'Er is in dit lichaam het element van vastheid, het element van vloeibaarheid, het element van temperatuur, en het element van beweging.'"

Inzicht

"Op deze wijze beschouwt hij intern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt extern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt zowel intern als extern het lichaam als een lichaam. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent het lichaam; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent het lichaam; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent het lichaam."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er is slechts een lichaam', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van het lichaam."

Beschouwingen van de negen soorten lichamen - Navasivathikapabba

Contemplatie op de begraafplaats 1
"En verder, monniken, als een monnik, in welke hoedanigheid dan ook, een lichaam ziet dat één, twee, drie dagen dood is; gezwollen, blauw, vol met etter is en op de begraafplaats geworpen is, denkt hij over zijn eigen lichaam aldus: 'Waarlijk, dit lichaam van mij is van dezelfde aard als dat lichaam, het zal hetzelfde ondergaan als dat lichaam en het zal daar niet aan ontkomen.'"

Inzicht

"Op deze wijze beschouwt hij intern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt extern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt zowel intern als extern het lichaam als een lichaam. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent het lichaam; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent het lichaam; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent het lichaam."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er is slechts een lichaam', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van het lichaam."

Contemplatie op de begraafplaats 2
 "En verder, monniken, als een monnik, in welke hoedanigheid dan ook, een lichaam ziet dat op de begraafplaats geworpen is, terwijl het wordt gegeten door kraaien, haviken, gieren, honden, jakhalzen of door verschillende soorten van wormen, denkt hij over zijn eigen lichaam aldus: 'Waarlijk, dit lichaam van mij is van dezelfde aard als dat lichaam, het zal hetzelfde ondergaan als dat lichaam en het zal daar niet aan ontkomen.'"

Inzicht

"Op deze wijze beschouwt hij intern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt extern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt zowel intern als extern het lichaam als een lichaam. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent het lichaam; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent het lichaam; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent het lichaam."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er is slechts een lichaam', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van het lichaam."

Contemplatie op de begraafplaats 3
"En verder, monniken, als een monnik, in welke hoedanigheid dan ook, een lichaam ziet dat op de begraafplaats geworpen is en tot een skelet met wat vlees en bloed gereduceerd is en door pezen bij elkaar gehouden wordt, denkt hij over zijn eigen lichaam aldus: 'Waarlijk, dit lichaam van mij is van dezelfde aard als dat lichaam, het zal hetzelfde ondergaan als dat lichaam en het zal daar niet aan ontkomen.'"

Inzicht

"Op deze wijze beschouwt hij intern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt extern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt zowel intern als extern het lichaam als een lichaam. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent het lichaam; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent het lichaam; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent het lichaam."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er is slechts een lichaam', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van het lichaam."

Contemplatie op de begraafplaats 4
"En verder, monniken, als een monnik, in welke hoedanigheid dan ook, een lichaam ziet dat op de begraafplaats geworpen is en tot een met bloed besmeurd skelet zonder vlees gereduceerd is, maar nog door banden bij elkaar gehouden wordt, denkt hij over zijn eigen lichaam aldus: 'Waarlijk, dit lichaam van mij is van dezelfde aard als dat lichaam, het zal hetzelfde ondergaan als dat lichaam en het zal daar niet aan ontkomen.'"

Inzicht

"Op deze wijze beschouwt hij intern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt extern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt zowel intern als extern het lichaam als een lichaam. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent het lichaam; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent het lichaam; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent het lichaam."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er is slechts een lichaam', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van het lichaam."

Contemplatie op de begraafplaats 5
"En verder, monniken, als een monnik, in welke hoedanigheid dan ook, een lichaam ziet dat op de begraafplaats geworpen is en tot een skelet gereduceerd is dat met pezen bij elkaar gehouden wordt, maar zonder vlees en niet met bloed besmeurd is, denkt hij over zijn eigen lichaam aldus: 'Waarlijk, dit lichaam van mij is van dezelfde aard als dat lichaam, het zal hetzelfde ondergaan als dat lichaam en het zal daar niet aan ontkomen.'"

Inzicht

"Op deze wijze beschouwt hij intern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt extern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt zowel intern als extern het lichaam als een lichaam. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent het lichaam; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent het lichaam; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent het lichaam."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er is slechts een lichaam', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van het lichaam."

Contemplatie op de begraafplaats 6
"En verder, monniken, als een monnik, in welke hoedanigheid dan ook, een lichaam ziet dat op de begraafplaats geworpen is en gereduceerd is tot een stel van elkaar af liggende botten, verspreid liggend in alle richtingen -- een bot van een hand, een bot van een voet, een scheenbeen, een dijbeen, het bekken, de ruggengraat en de schedel, elk op een andere plaats -- denkt hij over zijn eigen lichaam aldus: 'Waarlijk, dit lichaam van mij is van dezelfde aard als dat lichaam, het zal hetzelfde ondergaan als dat lichaam en het zal daar niet aan ontkomen.'"

Inzicht

"Op deze wijze beschouwt hij intern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt extern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt zowel intern als extern het lichaam als een lichaam. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent het lichaam; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent het lichaam; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent het lichaam."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er is slechts een lichaam', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van het lichaam."

Contemplatie op de begraafplaats 7

"En verder, monniken, als een monnik, in welke hoedanigheid dan ook, een lichaam ziet dat op de begraafplaats geworpen is en gereduceerd is tot botten, wit als een schelp, denkt hij over zijn eigen lichaam aldus: 'Waarlijk, dit lichaam van mij is van dezelfde aard als dat lichaam, het zal hetzelfde ondergaan als dat lichaam en het zal daar niet aan ontkomen.'"
Inzicht

"Op deze wijze beschouwt hij intern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt extern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt zowel intern als extern het lichaam als een lichaam. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent het lichaam; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent het lichaam; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent het lichaam."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er is slechts een lichaam', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van het lichaam."

Contemplatie op de begraafplaats 8
"En verder, monniken, als een monnik, in welke hoedanigheid dan ook, een lichaam ziet dat op de begraafplaats geworpen is en gereduceerd is tot botten die al langer dan een jaar bij elkaar op een hoopje liggen, denkt hij over zijn eigen lichaam aldus: 'Waarlijk, dit lichaam van mij is van dezelfde aard als dat lichaam, het zal hetzelfde ondergaan als dat lichaam en het zal daar niet aan ontkomen.'"

Inzicht

"Op deze wijze beschouwt hij intern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt extern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt zowel intern als extern het lichaam als een lichaam. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent het lichaam; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent het lichaam; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent het lichaam."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er is slechts een lichaam', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van het lichaam."

Contemplatie op de begraafplaats 9
"En verder, monniken, als een monnik, in welke hoedanigheid dan ook, een lichaam ziet dat op de begraafplaats geworpen is en gereduceerd is tot vergane botten en stof geworden is, denkt hij over zijn eigen lichaam aldus: 'Waarlijk, dit lichaam van mij is van dezelfde aard als dat lichaam, het zal hetzelfde ondergaan als dat lichaam en het zal daar niet aan ontkomen.'"

Inzicht

"Op deze wijze beschouwt hij intern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt extern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt zowel intern als extern het lichaam als een lichaam. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent het lichaam; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent het lichaam; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent het lichaam."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er is slechts een lichaam', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van het lichaam."

Indachtigheid van gevoelens - Vedana nupassana
"En hoe, monniken, beschouwt een monnik gevoelens als gevoelens?"

"Hierin, monniken, weet een monnik, wanneer hij een aangenaam gevoel ervaart: 'Dit is een aangenaam gevoel'; wanneer hij een onaangenaam gevoel ervaart, weet hij: 'Dit is een onaangenaam gevoel'; wanneer hij een noch aangenaam noch onaangenaam gevoel ervaart, weet hij: 'Dit is een noch aangenaam noch onaangenaam gevoel'; wanneer hij een aangenaam werelds gevoel (samisa) ervaart, weet hij: 'Dit is een aangenaam werelds gevoel'; wanneer hij een aangenaam spiritueel (niet-werelds) (niramisa) gevoel ervaart, weet hij: 'Dit is een aangenaam spiritueel gevoel'; wanneer hij een onaangenaam werelds gevoel ervaart, weet hij: 'Dit is een onaangenaam werelds gevoel'; wanneer hij een onaangenaam spiritueel gevoel ervaart, weet hij: 'Dit is een onaangenaam spiritueel gevoel'; wanneer hij een noch aangenaam noch onaangenaam werelds gevoel ervaart, weet hij: 'Dit is een noch aangenaam noch onaangenaam werelds gevoel'; wanneer hij een noch aangenaam noch onaangenaam spiritueel gevoel ervaart, weet hij: 'Dit is een noch aangenaam noch onaangenaam spiritueel gevoel.'"
Inzicht

"Op deze wijze beschouwt hij intern gevoelens als gevoelens, of hij beschouwt extern gevoelens als gevoelens, of hij beschouwt zowel intern als extern gevoelens als gevoelens. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent gevoelens; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent gevoelens; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent gevoelens."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er zijn slechts gevoelens', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van gevoelens."

Indachtigheid van de geest - Citta nupassana
"En hoe, monniken, beschouwt een monnik de geest als de geest?"

"Hierin, monniken, kent een monnik de geest met begeerte (lobha) als de geest met begeerte; de geest zonder begeerte als de geest zonder begeerte; de geest met haat (dosa) als de geest met haat; de geest zonder haat, als de geest zonder haat; de geest met onwetendheid (moha) als de geest met onwetendheid; de geest zonder onwetendheid als de geest zonder onwetendheid; de vernauwde geest (sankhitta citta) als de vernauwde geest; de afgeleide geest (vikkhitta citta) als de afgeleide geest; de ontwikkelde staat van de geest (mahaggata citta) als de ontwikkelde staat van de geest; de onontwikkelde staat van de geest (amahaggata citta of kamavacara citta) als de onontwikkelde staat van de geest; de overtrefbare geest (sauttara citta) als de overtrefbare geest; de onovertrefbare geest (anuttara citta) als de onovertrefbare geest; de geconcentreerde geest (samahita citta) als de geconcentreerde geest; de ongeconcentreerde geest (asmahita citta) als de ongeconcentreerde geest; de bevrijde geest (vimutta citta) als de bevrijde geest; de niet bevrijde geest (avimutta citta) als de niet bevrijde geest."
Inzicht

"Op deze wijze beschouwt hij intern de geest als de geest, of hij beschouwt extern de geest als de geest, of hij beschouwt zowel intern als extern de geest als de geest. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent de geest; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent de geest; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent de geest."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er is slechts bewustzijn', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van de geest."

Indachtigheid van mentale objecten - Dhamma nupassana
 "En hoe, monniken, beschouwt een monnik mentale objecten als mentale objecten?"

De vijf hindernissen - Pañca nivarana
"Hierin, monniken, beschouwt een monnik mentale objecten als mentale objecten, te weten de vijf hindernissen (pañca nivarana)."

"Hoe, monniken, beschouwt een monnik mentale objecten als mentale objecten, te weten de vijf hindernissen?"

Zintuiglijk verlangen
"Hierin, monniken, weet een monnik wanneer zintuiglijk verlangen (kamacchanda) in hem aanwezig is: 'Er is zintuiglijk verlangen in mij', of als zintuiglijk verlangen in hem afwezig is, dan weet hij: 'Er is geen zintuiglijk verlangen in mij.' Hij begrijpt hoe het opkomen van zintuiglijk verlangen dat nog niet is ontstaan tot stand komt; hij begrijpt hoe het opgeven van reeds opgekomen zintuiglijk verlangen tot stand komt; en hij begrijpt hoe het opgegeven zintuiglijk verlangen in de toekomst niet meer tot stand zal komen."

Kwade wil
"Wanneer kwade wil (vyapada) in hem aanwezig is, dan weet hij: 'Er is kwade wil in mij', of als kwade wil in hem afwezig is, dan weet hij: 'Er is geen kwade wil in mij.' Hij begrijpt hoe het opkomen van kwade wil dat nog niet is ontstaan tot stand komt; hij begrijpt hoe het opgeven van reeds opgekomen kwade wil tot stand komt; en hij begrijpt hoe de opgegeven kwade wil in de toekomst niet meer tot stand zal komen."

Luiheid en traagheid
"Wanneer luiheid en traagheid (thina middha) in hem aanwezig zijn, dan weet hij: 'Luiheid en traagheid zijn in mij aanwezig', of als luiheid en traagheid in hem afwezig zijn, weet hij: 'Luiheid en traagheid zijn niet in mij.' Hij begrijpt hoe het opkomen van luiheid en traagheid die nog niet is ontstaan tot stand komt; hij begrijpt hoe het opgeven van reeds opgekomen luiheid en traagheid tot stand komt; en hij begrijpt hoe de opgegeven luiheid en traagheid in de toekomst niet meer tot stand zal komen."

Rusteloosheid en bezorgdheid
"Wanneer rusteloosheid en bezorgdheid (uddhacca kukkucca) in hem aanwezig zijn, dan weet hij: 'Rusteloosheid en bezorgdheid zijn in mij aanwezig', of als rusteloosheid en bezorgdheid in hem afwezig zijn, dan weet hij: 'Rusteloosheid en bezorgdheid zijn niet in mij.' Hij begrijpt hoe het opkomen van rusteloosheid en bezorgdheid die nog niet ontstaan is tot stand komt; hij begrijpt hoe het opgeven van opgekomen rusteloosheid en bezorgdheid tot stand komt; en hij begrijpt hoe de opgegeven rusteloosheid en bezorgdheid in de toekomst niet meer tot stand zal komen."

Twijfel
"Wanneer twijfel (vicikiccha) in hem aanwezig is, weet hij: 'Er is twijfel in mij', of als twijfel in hem afwezig is, weet hij: 'Er is geen twijfel in mij.' Hij begrijpt hoe het opkomen van twijfel die nog niet ontstaan is tot stand komt; hij begrijpt hoe het opgeven van opgekomen twijfel tot stand komt; en hij begrijpt hoe de opgegeven twijfel in de toekomst niet meer tot stand zal komen."

Inzicht
"Op deze wijze beschouwt hij intern mentale objecten als mentale objecten, of hij beschouwt extern mentale objecten als mentale objecten, of hij beschouwt zowel intern als extern mentale objecten als mentale objecten. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent mentale objecten; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent mentale objecten; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent mentale objecten."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er zijn slechts mentale objecten', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van mentale objecten, te weten de vijf hindernissen."

De vijf aggregaten van hechten - Pañca upadana kkhandha
"En verder, monniken, beschouwt een monnik mentale objecten als mentale objecten, te weten de vijf aggregaten van hechten (pañca upadana kkhandha)."

"Hoe, monniken, beschouwt een monnik mentale objecten als mentale objecten, te weten de vijf aggregaten van hechten?"

"Hierin, monniken, weet een monnik:

Materiële vorm
'Aldus is materiële vorm (rupa); aldus is het ontstaan van materiële vorm; en aldus is het verdwijnen van materiële vorm.'

Gevoelens
'Aldus zijn gevoelens (vedana); aldus is het ontstaan van gevoelens; en aldus is het verdwijnen van gevoelens.'

Waarneming
'Aldus is waarneming (sañña); aldus is het ontstaan van waarneming; en aldus is het verdwijnen van waarneming.''Aldus zijn mentale formaties (sankhara); aldus is het ontstaan van mentale formaties; en aldus is het verdwijnen van mentale formaties.'

Bewustzijn
'Aldus is bewustzijn (viññana); aldus is het ontstaan van bewustzijn; en aldus is het verdwijnen van bewustzijn.'"

Inzicht
"Op deze wijze beschouwt hij intern mentale objecten als mentale objecten, of hij beschouwt extern mentale objecten als mentale objecten, of hij beschouwt zowel intern als extern mentale objecten als mentale objecten. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent mentale objecten; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent mentale objecten; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent mentale objecten."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er zijn slechts mentale objecten', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van mentale objecten, te weten de vijf aggregaten van hechting."

De zes innerlijke en de zes uiterlijke zintuigbases - Salayatana
 "En verder, monniken, beschouwt een monnik mentale objecten als mentale objecten, te weten de zes innerlijke zintuigbases (adhyatma ayatana) en de zes uiterlijke zintuigbases (bahir ayatana)."

"Hoe, monniken, beschouwt een monnik mentale objecten als mentale objecten, te weten de zes innerlijke en de zes uiterlijke zintuigbases?"

Het oog en materiële vormen
"Hierin, monniken, begrijpt een monnik het oog en materiële vormen en de band die afhankelijk van beide (het oog en vormen) ontstaat. Hij begrijpt hoe het opkomen van de band die nog niet ontstaan is tot stand komt; hij begrijpt hoe het opgeven van de reeds opgekomen band tot stand komt; en hij begrijpt hoe de opgegeven band in de toekomst niet meer tot stand zal komen."

Het oor en het geluid
"Hij begrijpt het oor en geluiden en de band die afhankelijk van beide (het oor en het geluid) ontstaat. Hij begrijpt hoe het opkomen van de band die nog niet ontstaan is tot stand komt; hij begrijpt hoe het opgeven van de reeds opgekomen band tot stand komt; en hij begrijpt hoe de opgegeven band in de toekomst niet meer tot stand zal komen."

De neus en de geur
"Hij begrijpt de neus en geuren en de band die afhankelijk van beide (de neus en geuren) ontstaat. Hij begrijpt hoe het opkomen van de band die nog niet ontstaan is tot stand komt; hij begrijpt hoe het opgeven van de reeds opgekomen band tot stand komt; en hij begrijpt hoe de opgegeven band in de toekomst niet meer tot stand zal komen."

De tong en de smaak
"Hij begrijpt de tong en smaken en de band die afhankelijk van beide (de tong en smaken) ontstaat. Hij begrijpt hoe het opkomen van de band die nog niet ontstaan is tot stand komt; hij begrijpt hoe het opgeven van de reeds opgekomen band tot stand komt; en hij begrijpt hoe de opgegeven band in de toekomst niet meer tot stand zal komen."

Het lichaam en tastbare dingen
"Hij begrijpt het lichaam en tastbare dingen en de band die afhankelijk van beide (het lichaam en tastbare dingen) ontstaat. Hij begrijpt hoe het opkomen van de band die nog niet ontstaan is tot stand komt; hij begrijpt hoe het opgeven van de reeds opgekomen band tot stand komt; en hij begrijpt hoe de opgegeven band in de toekomst niet meer tot stand zal komen."

De geest en mentale objecten
"Hij begrijpt de geest en mentale objecten en de band die afhankelijk van beide (de geest en mentale objecten) ontstaat. Hij begrijpt hoe het opkomen van de band die nog niet ontstaan is tot stand komt; hij begrijpt hoe het opgeven van de reeds opgekomen band tot stand komt; en hij begrijpt hoe de opgegeven band in de toekomst niet meer tot stand zal komen."

Inzicht

"Op deze wijze beschouwt hij intern mentale objecten als mentale objecten, of hij beschouwt extern mentale objecten als mentale objecten, of hij beschouwt zowel intern als extern mentale objecten als mentale objecten. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent mentale objecten; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent mentale objecten; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent mentale objecten."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er zijn slechts mentale objecten', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van mentale objecten, te weten de zes innerlijke en de zes uiterlijke zintuigbases."

De zeven factoren van verlichting - Bojjhanga
 "En verder, monniken, beschouwt een monnik mentale objecten als mentale objecten, te weten de zeven factoren van verlichting."

"Hoe, monniken, beschouwt een monnik mentale objecten als mentale objecten, te weten de zeven factoren van verlichting?"

Verlichtingsfactor indachtigheid
"Hierin, monniken, wanneer de verlichtingsfactor indachtigheid (sati sambojjhanga) aanwezig is, weet een monnik: 'De verlichtingsfactor indachtigheid is in mij'; of wanneer de verlichtingsfactor indachtigheid afwezig is, weet hij: 'De verlichtingsfactor indachtigheid is niet in mij'; en hij begrijpt hoe het ontstaan van de verlichtingsfactor indachtigheid die nog niet ontstaan is tot stand komt; en hoe de voltooiingdoor het ontwikkelen van de reeds opgekomen verlichtingsfactor indachtigheid tot stand zal komen."

Verlichtingsfactor onderzoek naar dhamma's
"Wanneer de verlichtingsfactor onderzoek naar dhamma's (dhamma vicaya sambojjhanga) aanwezig is, weet hij: 'De verlichtingsfactor onderzoek naar dhamma's is in mij'; of wanneer de verlichtingsfactor onderzoek naar dhamma's afwezig is, weet hij: 'De verlichtingsfactor onderzoek naar dhamma's is niet in mij'; en hij begrijpt hoe het ontstaan van de verlichtingsfactor onderzoek naar dhamma's die nog niet ontstaan is tot stand komt; en hoe de voltooiing door het ontwikkelen van de reeds opgekomen verlichtingsfactor onderzoek naar dhamma's tot stand zal komen."

Verlichtingsfactor energie
"Wanneer de verlichtingsfactor energie (viriya sambojjhanga) aanwezig is, weet hij: 'De verlichtingsfactor energie is in mij'; of wanneer de verlichtingsfactor energie afwezig is, weet hij: 'De verlichtingsfactor energie is niet in mij'; en hij begrijpt hoe het ontstaan van de verlichtingsfactor energie die nog niet ontstaan is tot stand komt; en hoe de voltooiing door het ontwikkelen van de reeds opgekomen verlichtingsfactor energie tot stand zal komen."

Verlichtingsfactor vreugde
"Wanneer de verlichtingsfactor vreugde (piti sambojjhanga) aanwezig is, weet hij: 'De verlichtingsfactor vreugde is in mij'; of wanneer de verlichtingsfactor vreugde afwezig is, weet hij: 'De verlichtingsfactor vreugde is niet in mij'; en hij begrijpt hoe het ontstaan van de verlichtingsfactor vreugde die nog niet ontstaan is tot stand komt; en hoe de voltooiing door het ontwikkelen van de reeds opgekomen verlichtingsfactor vreugde tot stand zal komen."

Verlichtingsfactor kalmte
"Wanneer de verlichtingsfactor kalmte (passaddhi sambojjhanga) aanwezig is, weet hij: 'De verlichtingsfactor kalmte is in mij'; of wanneer de verlichtingsfactor kalmte afwezig is, weet hij: 'De verlichtingsfactor kalmte is niet in mij'; en hij begrijpt hoe het ontstaan van de verlichtingsfactor kalmte die nog niet ontstaan is tot stand komt; en hoe de voltooiing door het ontwikkelen van de reeds opgekomen verlichtingsfactor kalmte tot stand zal komen."

Verlichtingsfactor concentratie
"Wanneer de verlichtingsfactor concentratie (samadhi sambojjhanga) aanwezig is, weet hij: 'De verlichtingsfactor concentratie is in mij'; of wanneer de verlichtingsfactor concentratie afwezig is, weet hij: 'De verlichtingsfactor concentratie is niet in mij'; en hij begrijpt hoe het ontstaan van de verlichtingsfactor concentratie die nog niet ontstaan is tot stand komt; en hoe de voltooiing door het ontwikkelen van de reeds opgekomen verlichtingsfactor concentratie tot stand zal komen."

Verlichtingsfactor gelijkmoedigheid
"Wanneer de verlichtingsfactor gelijkmoedigheid (upekkha sambojjhanga) aanwezig is, weet hij: 'De verlichtingsfactor gelijkmoedigheid is in mij'; of wanneer de verlichtingsfactor gelijkmoedigheid afwezig is, weet hij: 'De verlichtingsfactor gelijkmoedigheid is niet in mij'; en hij begrijpt hoe het ontstaan van de verlichtingsfactor gelijkmoedigheid die nog niet ontstaan is tot stand komt; en hoe de voltooiing door het ontwikkelen van de reeds opgekomen verlichtingsfactor gelijkmoedigheid tot stand zal komen."

Inzicht

"Op deze wijze beschouwt hij intern mentale objecten als mentale objecten, of hij beschouwt extern mentale objecten als mentale objecten, of hij beschouwt zowel intern als extern mentale objecten als mentale objecten. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent mentale objecten; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent mentale objecten; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent mentale objecten."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er zijn slechts mentale objecten', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van mentale objecten, te weten de zeven factoren van verlichting."

De Vier Edele Waarheden - Cattari Ariya Sacca
 "En verder, monniken, beschouwt een monnik mentale objecten als mentale objecten, te weten de Vier Edele Waarheden (cattari ariya sacca)."

"Hoe, monniken, beschouwt een monnik mentale objecten als mentale objecten, te weten de Vier Edele Waarheden?"

"Hierin, monniken, begrijpt een monnik overeenkomstig de realiteit: 1. 'Dit is lijden' (dukkha); en hij begrijpt overeenkomstig de realiteit: 2. 'Dit is de oorzaak van lijden' (samudaya); en hij begrijpt overeenkomstig de realiteit: 3. 'Dit is de opheffing van lijden' (nirodha); en hij begrijpt overeenkomstig de realiteit: 4. 'Dit is het pad dat leidt tot opheffing van lijden' (magga)."

Het bestaan van lijden
"En wat, monniken, is de edele waarheid van lijden (dukkha)? Geboorte (jati) is lijden, ouderdom (jara) is lijden, ziekte (vyadhi) is lijden, dood (marana) is lijden, verdriet (soka) en weeklagen (parideva), pijn (dukkha), smart (domanassa) en wanhoop (sambhavanti) zijn lijden; gevoegd worden bij het onaangename is lijden (appiyehisampayoga), gescheiden worden van het geliefde is lijden (piyehivippayoga), niet krijgen wat men wil (yampiccam nalabhati tampi dukkam), is lijden -- kortom, de vijf groepen (die het object zijn) van hechten (pañca upadana kkhandha), zijn lijden (samkhittena pañcupadanakkhandha dukkha)."

"Wat, nu, is geboorte? Het is de geboorte van wezens die tot welke orde dan ook behoren, hun geboren worden, hun ontstaan, hun conceptie, hun in het bestaan komen, de manifestatie van de aggregaten, hun verwerving van de zintuigbases -- dit heet geboorte."

"En wat is ouderdom? Het is de veroudering van wezens die tot welke orde dan ook behoren, zij worden zwak, afgeleefd, grijs en gerimpeld; het verzwakken van hun vitale kracht, het uitgeput raken van hun zintuiglijke vermogens -- dit heet ouderdom."

"En wat is dood? Het is het vertrekken en het wegsterven van wezens die tot welke orde dan ook behoren, hun vernietiging, verdwijning, dood, de beëindiging van hun levensperiode, ontbinding van de aggregaten, het afwerpen van het lichaam -- dit heet dood."

"En wat is verdriet? Het is het verdriet dat ontstaat door enigerlei verlies of ongeluk dat men ontmoet, het verdrietige, de verdrietige staat van de geest, het innerlijke verdriet, innerlijke ellende -- dit heet verdriet."

"En wat is weeklagen? Over welk verlies of ongeluk dan ook dat men ontmoet, is er jammeren en weeklagen, gejammer en geweeklaag, de staat van jammeren en weeklagen -- dit heet weeklagen."

"En wat is pijn? Het is de lichamelijke pijn en het lichamelijk onaangename, het pijnlijke en onaangename gevoel dat voortkomt uit lichamelijk contact -- dit heet pijn."

"En wat is smart? Het is de mentale pijn en de mentale onaangenaamheid, het pijnlijke en onaangename gevoel dat voortkomt uit mentaal contact -- dit heet smart."

"En wat is wanhoop? Het is de droefheid en wanhoop die ontstaan door een verlies of ongeluk dat men ontmoet, de staat van droefheid en radeloosheid -- dit heet wanhoop."

"En wat is het lijden van 'niet krijgen wat men wil'? In wezens die onderhevig zijn aan geboorte, ontstaat de wens: 'O, dat wij niet onderhevig aan geboorte zullen zijn! O, dat ons geen nieuwe geboorte te wachten zal staan!' En in wezens die onderhevig aan ouderdom, ziekte, dood, verdriet, weeklagen, pijn, smart en wanhoop zijn, verrijst de wens: 'O, dat wij niet onderworpen zullen zijn aan deze dingen! O, dat deze dingen ons niet te wachten zullen staan!' Maar dit kan niet verkregen worden door het alleen maar te wensen -- en niet krijgen wat men wel wenst, is lijden."

"En wat is (de bedoeling van het standpunt) 'Kortom, de vijf groepen van hechten, zijn lijden'? Het zijn de vijf aggregaten van materiële vorm, gevoel, waarneming, mentale formaties en bewustzijn -- dit heet: 'kortom, de vijf groepen van hechten, zijn lijden.'"

"Dit, monniken, is de edele waarheid van lijden."

De oorzaak van lijden
"En wat, monniken, is de edele waarheid van de oorzaak (samudaya) van lijden? Het is de hunkering die wedergeboorte (patisandhi) veroorzaakt en welke gepaard gaat met hartstocht en wellust, en welke bevrediging zoekt in dingen, dan weer hier, dan weer daar, namelijk: hunkering naar zintuiglijke geneugten (kama tanha), hunkering naar bestaan, en hunkering naar niet-bestaan (zie tanha)."

"Maar waar ontstaat deze hunkering en waar wortelt deze zich? Overal in de wereld waar hartstochtelijke en aangename dingen zijn, daar ontstaat deze hunkering en daar heeft het zich geworteld."

"Oog, oor, neus, tong, lichaam en geest zijn verrukkelijk en aangenaam; daar ontstaat deze hunkering en daar heeft het zich geworteld."

"Visuele vormen, geluiden, geuren, smaken, lichamelijke indrukken en mentale objecten, zijn verrukkelijk en aangenaam; daar ontstaat deze hunkering en daar heeft het zich geworteld."

"Oogbewustzijn, oorbewustzijn, neusbewustzijn, tongbewustzijn, lichaamsbewustzijn en geestesbewustzijn is (...)."

"Het (corresponderende zesvoudige) contact is (...)."

"Het gevoel dat ontstaat vanuit dat zesvoudige contact is (...)."

"De zesvoudige wil (gericht naar visuele vormen, geluiden, etc.) is (...)."

"De zesvoudige hunkering (gericht naar visuele vormen, geluiden, etc.) is (...)."

"De zesvoudige gedachteconceptie (omtrent visuele vormen, geluiden, etc.) is (...)."

"De zesvoudige redenerende/aanhoudende gedachten zijn verrukkelijk en aangenaam; daar ontstaat deze hunkering en daar wortelt zij zich."

"Dit, monniken, is de edele waarheid van de oorzaak van lijden."

De opheffing van lijden
. "En wat, monniken, is de edele waarheid van de opheffing (nirodha) van lijden? Het is het volledig doen verwelken en doen ophouden, het opgeven, het laten varen, het loslaten en het verwerpen van deze hunkering."

"Maar waar moet deze hunkering opgegeven worden, waar moet zij uitgeblust worden? Overal in de wereld waar hartstochtelijke en aangename dingen zijn, daar moet deze hunkering opgegeven worden, daar moet het uitgeblust worden."

"Oog, oor, neus, tong, lichaam en geest zijn verrukkelijk en aangenaam; daar moet deze hunkering opgegeven worden, daar moet het uitgeblust worden."

"Visuele vormen, geluiden, geuren, smaken, lichamelijke indrukken en mentale objecten, zijn verrukkelijk en aangenaam; daar moet deze hunkering opgegeven worden, daar moet het uitgeblust worden."

"Oogbewustzijn, oorbewustzijn, neusbewustzijn, tongbewustzijn, lichaamsbewustzijn en geestesbewustzijn is (...)."

"Het (corresponderende zesvoudige) contact is (...)."

"Het gevoel dat ontstaat vanuit dat zesvoudige contact is (...)."

"De zesvoudige wil (gericht naar visuele vormen, geluiden, etc.) is (...)."

"De zesvoudige hunkering (gericht naar visuele vormen, geluiden, etc.) is (...)."

"De zesvoudige gedachteconceptie (omtrent visuele vormen, geluiden, etc.) is (...)."

"De zesvoudige redenerende/aanhoudende gedachten zijn verrukkelijk en aangenaam; daar moet deze hunkering opgegeven worden, daar moet zij uitgeblust worden." "Dit, monniken, is de edele waarheid van de opheffing van lijden."

Het pad dat leidt naar de opheffing van lijden
. "En wat, monniken, is de edele waarheid van het pad (magga) dat leidt naar de opheffing van lijden? Het is eenvoudigweg het Edel Achtvoudige Pad (ariya atthangika magga), namelijk: juist begrip (samma ditthi), juiste gedachten (samma sankappa), juiste spraak (samma vaca), juist handelen (samma kammanta), juiste wijze van levensonderhoud (samma ajiva), juiste inspanning (samma vayama), juiste indachtigheid (samma sati), juiste concentratie (samma samadhi)."

"En wat, monniken, is juist begrip (samma ditthi)? Begrijpen wat lijden is; begrijpen wat de oorzaak van lijden is; begrijpen wat het ophouden van lijden is; begrijpen wat het pad is dat leidt naar de opheffing van lijden. Dit is juist begrip."

"En wat, monniken, zijn juiste gedachten (samma sankappa)? Gedachten die vrij zijn van wellust; gedachten die vrij zijn van kwade wil; gedachten die vrij zijn van kwelzucht. Dit zijn juiste gedachten."

"En wat, monniken, is juiste spraak (samma vaca)? Onthouding van het vertellen van leugens; onthouding van het spreken van lasterende taal; onthouding van het spreken van harde woorden; onthouding van onzinnig gepraat. Dit is juiste spraak."

"En wat, monniken, is juist handelen (samma kammanta)? Onthouding van doden; van het nemen wat niet gegeven is; van seksueel wangedrag. Dit is juist handelen."

"En wat, monniken, is de juiste wijze van levensonderhoud (samma ajiva)? Wanneer de edele leerling een verkeerde wijze van levensonderhoud vermijdt, en zich voorziet in zijn levensonderhoud op een juiste wijze. Dit is de juiste wijze van levensonderhoud."

"En wat, monniken, is juiste inspanning (samma vayama)? 1. "Hierin wekt een monnik zijn wil op om het opkomen van kwaad -- onheilzame staten -- te vermijden, hij spant zich in, wekt zijn energie op, richt zijn geest daarop en streeft daarnaar. 2. Om het kwaad -- onheilzame staten te overwinnen die reeds opgekomen zijn -- wekt hij zijn wil op, spant hij zich in, wekt zijn energie op, richt zijn geest daarop en streeft daarnaar. 3. Voor het opkomen van heilzame staten die nog niet opgekomen zijn, wekt hij zijn wil op, spant hij zich in, wekt zijn energie op, richt zijn geest daarop en streeft daarnaar. 4. Voor het handhaven van de heilzame staten die opgekomen zijn, om hen niet af te laten zwakken maar hen tot groei te brengen, tot volle wasdom en perfecte ontwikkeling -- wekt hij zijn wil op, spant hij zich in, wekt zijn energie op, richt zijn geest daarop en streeft daarnaar: dit is juiste inspanning."

"En wat, monniken, is juiste indachtigheid? (samma sati) 1. Hierin verblijft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van het lichaam met betrekking tot het lichaam; 2. hij beoefent de indachtigheid van gevoel met betrekking tot gevoelens; 3. hij beoefent de indachtigheid van de geest met betrekking tot de geest; 4. hij beoefent de indachtigheid van mentale objecten met betrekking tot mentale objecten. Hij doet dat vol ijver, helder begrijpend en oplettend, en overwint de begeerte en smart omtrent de wereld: dit is juiste indachtigheid."

"En wat, monniken, is juiste concentratie (samma samadhi)? Hierin gaat en verblijft een monnik, vrij van zintuiglijke dingen, vrij van karmisch onheilzame zaken, in de eerste meditatieve verdieping, die gepaard gaat met gedachteconceptie (vitakka) en redenerend denken (vicara) en die vervuld is van vreugde (piti) en geluk (sukha), geboren uit onthechting (viveka)."

"Dan, met het afnemen van gedachteconceptie (vitakka) en redenerend denken (vicara), door het verkrijgen van innerlijke kalmte (passaddhi) en geestelijke eenheid (ekaggata), gaat en verblijft hij in de tweede meditatieve verdieping, die vrij is van gedachteconceptie en redenerend denken, maar vervuld is van vreugde (piti) en geluk (sukha), geboren uit onthechting."

"Met het verdwijnen van vreugde (piti), verblijft hij in gelijkmoedigheid (upekkha), indachtig (sati) en helder van begrip (samma pañña); en hij ervaart in eigen persoon die zegen waarvan de edelen van geest zeggen: 'Gelukkig leeft hij, die gelijkmoedig en indachtig is.' Aldus gaat en verblijft hij in de derde meditatieve verdieping."

"Na het opgeven van geluk (sukha) en pijn (dukkha), en met de hieraan voorafgaande verdwijning van vreugde (piti) en smart (domanassa), gaat en verblijft hij in de vierde meditatieve verdieping die noch geluk noch pijn kent, maar zuiverheid van indachtigheid vanwege gelijkmoedigheid (upekkha). Dit, monniken, is juiste concentratie."

"Dit, monniken, is de edele waarheid van het pad dat leidt naar de opheffing van lijden."
Inzicht

"Op deze wijze beschouwt hij intern mentale objecten als mentale objecten, of hij beschouwt extern mentale objecten als mentale objecten, of hij beschouwt zowel intern als extern mentale objecten als mentale objecten. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent mentale objecten; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent mentale objecten; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent mentale objecten."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er zijn slechts mentale objecten', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van mentale objecten, te weten de Vier Edele Waarheden."

Succes verzekerd
"Waarlijk, monniken, als iemand deze fundamenten van indachtigheid, op deze wijze, zeven jaar zou beoefenen, dan kan hij één van deze twee resultaten verwachten: inzicht (voor de uiteindelijke bevrijding, dat wil zeggen Arahatschap) hier en nu; of, als er nog enige vorm van hechten aanwezig is, de staat van de niet-terugkerende (anagami)."

"Monniken, afgezien van zeven jaren. Als iemand deze fundamenten van indachtigheid op deze wijze zes jaren, vijf jaren, vier jaren, drie jaren, twee jaren, of één jaar zou beoefenen, dan kan hij één van deze twee resultaten verwachten: inzicht hier en nu; of, als er nog enige vorm van hechten aanwezig is, de staat van de niet-terugkerende (anagami)."

"Monniken, afgezien van één jaar. Als iemand deze fundamenten van indachtigheid op deze wijze zeven maanden zou beoefenen, dan kan hij één van deze twee resultaten verwachten: inzicht hier en nu; of, als er nog enige vorm van hechten aanwezig is, de staat van de niet-terugkerende (anagami)."

"Monniken, afgezien van zeven maanden. Als iemand deze fundamenten van indachtigheid op deze wijze zeven maanden, zes maanden, vijf maanden, vier maanden, drie maanden, twee maanden, één maand, een halve maand zou beoefenen, dan kan hij één van deze twee resultaten verwachten: kennis hier en nu; of, als er nog enige vorm van hechten aanwezig is, de staat van de niet-terugkerende (anagami)."

"Monniken, afgezien van een halve maand. Als iemand deze fundamenten van indachtigheid op deze wijze een week zou beoefenen, dan kan hij één van deze twee resultaten verwachten: kennis hier en nu; of, als er nog enige vorm van hechten aanwezig is, de staat van de niet-terugkerende (anagami)."

"Vanwege dit werd er gezegd: 'Dit is de enige weg, monniken, voor de zuivering van wezens, voor het overwinnen van verdriet en weeklagen, voor de vernietiging van lijden en smart, om het juiste pad te bereiken, voor de verwezenlijking van Nibbana, namelijk, de vier fundamenten van indachtigheid.'"

Aldus sprak de Gezegende. De monniken verheugden zich in zijn woorden.

 

.

.

   
   

 

Dharma-lotus is onderdeel van Reiki-Lotus, een Reiki- en meditatiepraktijk in Breda welk  werkt vanuit een Boeddhistische visie. U kunt contact met ons opnemen op info@Dharma-lotus.com.
Deze website is gebouwd door Ivar Mol, Ivar@reiki-lotus.com
Op alle artikelen rust een auteursrecht.