28 mei - 8 juni: Vipassana en wandel retraite in  Frankrijk  |  Lees hier meer...

Reiki

Chios

Tantra

Sweda

Retraite

Spiriwiki

   

Maha Parinibbana Soetra, Hoofdstuk 5: Te Kusiñara

 

.

.

 

De laatste rustplaats:
5.1
. En de Gezegende sprak tot de Eerwaarde Ananda met de woorden: "Kom, Ananda, laat ons de rivier de Hiraññavati oversteken en naar het Sala Park van de Malla's gaan, in de omgeving van Kusiñara." -- "Goed, Heer."

En de Gezegende stak met een grote groep monniken de rivier de Hiraññavati over en ging naar het Sala Park van de Malla's, in de omgeving van Kusiñara. En daar sprak hij tot de Eerwaarde Ananda: "Alstublieft, Ananda, breng voor mij een ligplaats in gereedheid tussen de tweeling sala-bomen met het hoofd naar het noorden. Ik ben moe, Ananda, en wil gaan liggen." -- "Goed, Heer." En de Eerwaarde Ananda deed wat de Gezegende hem had gevraagd. En de Heer ging op zijn rechterzij liggen in de rustpositie van een leeuw, zijn ene voet op de andere plaatsend, oplettend en helder van begrip.

5.2. Op dat moment kwamen de tweeling sala-bomen spontaan tot volle bloei, hoewel het niet het seizoen voor bloeien was. En de bloesems regenden op het lichaam van de Tathagata neer, besprenkelden en bedekten het uit eerbied voor de Tathagata. En hemelse koraalbloemen en hemels poeder van sandelhout regenden vanuit de hemel op het lichaam van de Tathagata neer, besprenkelden en bedekten het uit eerbied voor de Tathagata. En de muziek van hemelse stemmen en hemelse instrumenten klinkt in de lucht, uit eerbied voor de Tathagata.

 

Hoe de Tathagata geëerd wordt:
5.3
. En de Heer sprak tot de Eerwaarde Ananda: "Ananda, de tweeling sala-bomen komen spontaan tot volle bloei, hoewel het niet het seizoen voor bloeien is. En de bloesems regenen op het lichaam van de Tathagata neer, bestrooien en bedekken het uit eerbied voor de Tathagata. En hemelse koraalbloemen en hemels poeder van sandelhout regenen vanuit de hemel op het lichaam van de Tathagata neer, bestrooien en bedekken het uit eerbied voor de Tathagata. En de muziek van hemelse stemmen en hemelse instrumenten klinkt in de lucht, uit eerbied voor de Tathagata."

"En toch, Ananda, is het niet op deze manier dat de Tathagata in de hoogste graad gerespecteerd, vereerd, gewaardeerd, geëerd en aanbeden wordt. Maar, Ananda, welke monnik of non, lekenman of lekenvrouw oprecht de Dhamma in praktijk brengt, die de weg van de Dhamma perfect vervult; het is door zo iemand dat de Tathagata in de hoogste graad gerespecteerd, vereerd, gewaardeerd, geëerd en aanbeden wordt. Daarom, Ananda, moeten jullie jezelf op deze manier trainen: 'Wij zullen volharden in de Dhamma, oprecht de Dhamma in praktijk brengen, de weg van de Dhamma perfect vervullen.'"

 

Het verdriet van de goden:
5.4
. Op dat moment stond de Eerwaarde Upavana voor de Gezegende om hem koelte toe te wuiven. En de Gezegende berispte hem met de woorden: "Ga opzij, monnik. Ga niet voor mij staan!" En de Eerwaarde Ananda dacht: "Deze Eerwaarde Upavana is voor lange tijd de hulpmonnik van de Gezegende geweest, hij heeft hem van dichtbij meegemaakt en hem bediend. En nu, op het laatste moment, berispt de Gezegende hem. Wat kan er de reden en de oorzaak van zijn dat de Gezegende de Eerwaarde Upavana berispt met de woorden: 'Ga opzij, monnik. Ga niet voor mij staan!'?"

5.5. En de Eerwaarde Ananda vertelde zijn gedachtegang aan de Gezegende waarop deze zei: "Vanuit de tien wereldsferen, Ananda, zijn deva's hier bijeengekomen om de Tathagata te zien. Voor een afstand van twaalf yojana's rond het Sala Park van de Malla's, in de omgeving van Kusiñara, is er geen enkele ruimte die zelfs met het puntje van een haar aangeraakt kan worden en die niet bezet is met machtige deva's. En deze deva's, Ananda, klagen: 'Wij zijn van zeer ver gekomen om de Tathagata te zien. Want zeer zelden is de verschijning van Tathagata's, Arahats, Volledig Verlichten. En vandaag, in de laatste wake van de nacht, zal het grote heengaan van de Tathagata plaatsvinden. Maar deze grote monnik heeft zichzelf recht voor de Gezegende geplaatst, zodat nu, juist aan het einde, wij verhinderd worden om een laatste glimp van de Tathagata te zien!' Zo, Ananda, klagen de deva's."

5.6. "Maar, Heer, welk soort deva's neemt de Heer nu waar?" -- "Ananda, er zijn ruimte-deva's met een aarde-gebonden geest; zij huilen en trekken zichzelf aan de haren, heffen hun armen omhoog, werpen zichzelf op de grond, zij rollen en tollen terwijl ze schreeuwen: 'De Gezegende Heer sterft veel te vlug! De Tathagata sterft veel te vlug! Veel te snel verdwijnt het Oog van de Wereld!' En er zijn ook aarde-deva's met een aarde-gebonden geest die net zo doen. Maar de deva's die vrij van begeerte zijn, die indachtig en van helder begrip zijn, zeggen: "Alle samengestelde dingen zijn vergankelijk -- wat is de zin van dit alles?'"

 

De vier heilige plaatsen voor de pelgrimstocht:
5.7
. "Vroeger, Heer, toen de monniken in verscheidene plaatsen het regenseizoen door hadden gebracht, hadden zij de gewoonte om naar de Tathagata te komen. Wij verwelkomden hen dan zodat goed getrainde monniken u konden zien en hun respect konden betuigen. Maar vanwege het sterven van de Heer zullen wij niet langer de kans hebben dit te doen."

5.8. "Ananda, er zijn vier plaatsen die een edel persoon moet bezoeken en moet bekijken met gevoelens van eerbied. Welke zijn deze vier? 'Hier werd de Tathagata geboren!' Dit, Ananda, is de eerste plaats die een edel persoon moet bezoeken en die hij met eerbied moet bekijken. 'Hier verwierf de Tathagata de volledige onvergelijkbare verheven verlichting!' Dit, Ananda, is de tweede plaats die een edel persoon moet bezoeken en die hij met eerbied moet bekijken. 'Hier zette de Tathagata het machtige wiel van de Dhamma in beweging!' Dit, Ananda, is de derde plaats die een edel persoon moet bezoeken en die hij met eerbied moet bekijken. 'Hier stierf de Tathagata en bereikte hij het Nibbana waarin geen enkel element van hechten overbleef !' Dit, Ananda, is de vierde plaats die een edel persoon moet bezoeken en die hij met eerbied moet bekijken."

"En waarlijk, Ananda, er zullen edele monniken en nonnen, lekenmannen en lekenvrouwen naar deze plaatsen komen en dan bedenken: 'Hier werd de Tathagata geboren! Hier verwierf de Tathagata de volledige onvergelijkbare verheven verlichting! Hier zette de Tathagata het machtige wiel van de Dhamma in beweging! Hier stierf de Tathagata en bereikte hij het Nibbana waarin geen enkel element van hechten overbleef!' En iedereen, Ananda, die op zo'n pelgrimstocht sterft terwijl zijn hart gevestigd is in geloof, zal na de ontbinding van het lichaam, na de dood, worden wedergeboren in een hemelse wereld."

 

Ananda's vraag over de houding ten opzichte van vrouwen:
5.9
. En toen zei de Eerwaarde Ananda tegen de Gezegende: "Heer, hoe moeten wij ons gedragen ten opzichte van vrouwen?" -- "Ontmoet hen niet, Ananda." -- "Maar als wij hen toch ontmoeten, Heer?" -- "Spreek dan niet tegen ze, Ananda." -- "Maar, Heer, als zij tegen ons spreken?" -- "Dan, Ananda, moeten jullie heel indachtig zijn."

 

De vier personen die een stupa waardig zijn:
5.10
. En de Eerwaarde Ananda sprak tot de Gezegende: "Hoe, Heer, moeten wij op eerbiedwaardige wijze met het lichaam van de Tathagata omgaan?"

"Maak je niet druk over het lichaam van de Tathagata, Ananda. Jullie moeten het hoogste doel nastreven, jullie moeten jezelf toeleggen op het hoogste doel! Blijf onvermoeibaar, ijverig, vastbesloten en toegewijd aan het hoogste doel! Er zijn wijze Khattiya's, brahmanen en huishouders die toegewijd zijn aan de Tathagata; zij zullen op eerbiedwaardige wijze voor het lichaam van de Tathagata zorgen."

5.11. "Maar, wat moeten zij met het lichaam van de Tathagata doen, Heer?" -- "Ananda, er moet mee omgegaan worden zoals met de overblijfselen van een Wiel-in-beweging-zettende universele heerser." -- "En hoe is dat, Heer?" -- "Het lichaam van een Wiel-in-beweging-zettende universele heerser, Ananda, wordt eerst omwikkeld met nieuw linnen, dan met opgekamde katoen; zo wordt dit gedaan met vijfhonderd lagen linnen en vijfhonderd lagen katoen. Wanneer dat gedaan is, wordt het lichaam van een universele heerser in een ijzeren olievat gelegd, dat omhuld word door nog een vat. Dan wordt er een brandstapel gemaakt van verscheidene geurige takken waarop het lichaam van een Wiel-in-beweging-zettende universele heerser wordt verbrand en op een plaats waar wegen samenkomen wordt een stupa opgericht. Dat, Ananda, is wat men doet met het lichaam van een Wiel-in-beweging-zettende universele heerser, en met het lichaam van de Tathagata moet hetzelfde worden gedaan. Voor de Tathagata moet op een plaats waar wegen samenkomen, een stupa worden opgericht. En iedereen die bloemkransen of geurwerken naar die plaats brengt of die er eerbied betuigt met een rust in zijn hart, zal voor lange tijd voordeel en geluk ontvangen."

5.12. "Ananda, er zijn vier personen die een stupa waardig zijn. Wie zijn deze vier? Een Tathagata, een Arahat, een Volledig Verlichte is een stupa waardig. Zo ook een , een discipel van een Tathagata, en een Wiel-in-beweging-zettende universele heerser. En waarom, Ananda, is een Tathagata, een Arahat, een Volledig Verlichte een stupa waardig? Omdat, Ananda, bij de gedachte: 'Dit is de stupa van een Gezegende, een Arahat, een Volledig Verlichte!', de harten van vele mensen gekalmeerd zullen worden en zij gelukkig zullen zijn. En op deze wijze gekalmeerd en met hun geest gevestigd in het geloof in hem, zullen zij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, geboren worden in een sfeer van hemels geluk. En zo ook bij de gedachte: 'Dit is de stupa van een Pacceka Buddha!' of 'Dit is de stupa van een discipel van een Tathagata!' of 'Dit is de stupa van een universele heerser die regeerde in overeenstemming met de Dhamma!', zullen de harten van vele mensen gekalmeerd worden en zij zullen gelukkig zijn. En op deze wijze gekalmeerd en met hun geest gevestigd in het geloof in hem, zullen zij na de ontbinding van het lichaam, na de dood, geboren worden in een sfeer van hemels geluk. En het is vanwege dit, Ananda, dat deze vier personen een stupa waardig zijn."

 

Ananda's verdriet:
5.13
. En de Eerwaarde Ananda ging naar zijn verblijfplaats; hij leunde tegen de deurpost en weende: "Ik ben nog maar een leerling en moet nog zoveel doen voor mijn eigen bevrijding! Maar helaas, mijn Meester is stervende, hij die zo goed voor mij was!"

En de Gezegende sprak tot de monniken: "Monniken, waar is Ananda?" -- "De Eerwaarde Ananda, Heer, is naar zijn verblijfplaats gegaan en leunt nu tegen de deurpost en weent: "Ik ben nog maar een leerling en moet nog zoveel doen voor mijn eigen bevrijding! Maar helaas, mijn Meester is stervende, hij die zo goed voor mij was!"

Toen vroeg de Gezegende aan een zekere monnik: "Ga, monnik, en zeg tegen Ananda: 'Vriend Ananda, de Meester roept je.'" -- "Goed, Heer." En de monnik ging naar de Eerwaarde Ananda en deed wat de Gezegende hem gevraagd had. "Goed, vriend", antwoordde de Eerwaarde Ananda en ging naar de Gezegende, boog zich voorover en ging aan zijn zijde zitten.

5.14. En de Gezegende sprak het volgende: "Genoeg, Ananda! Huil niet en jammer niet! Ananda, heb ik niet reeds vanaf het allereerste begin verteld, dat alles wat ons dierbaar en lief is aan verandering onderhevig is, dat wij hiervan moeten scheiden en dat deze dingen veranderen? Van datgene wat geboren is, geworden is, samengesteld is, onderhevig aan verval is, hoe kan iemand, Ananda, daarvan zeggen: 'Dat dit niet tot ontbinding zal komen!' Zulk een toestand van dingen kan niet bestaan! Sinds lange tijd, Ananda, heb je de Tathagata geholpen met liefdevolle vriendelijkheid in daden, woorden en gedachten; je deed dat minzaam, aangenaam, met heel je hart en onbegrensd! Je hebt veel goeds verzameld, Ananda! Nu moet je energie opwekken, Ananda, en ook jij zal spoedig bevrijd zijn van de bezoedelingen."

 

Hoe Ananda door de Boeddha werd geprezen:
5.15
. Toen sprak de Gezegende de monniken toe met de woorden: "Monniken, alle Gezegenden, Arahats, Volledig Verlichten uit het verleden, hadden precies zulke, uitstekende en toegewijde hulpmonniken zoals ik aan Ananda heb. En zo zal dat ook zijn met alle Gezegende, Arahats, Volledig Verlichten die in de toekomst zullen verschijnen. Monniken, Ananda is wijs. Hij weet wanneer het 't juiste moment is voor monniken om naar de Tathagata te luisteren, en de tijd voor de nonnen, de tijd voor de mannelijke lekenvolgelingen, de tijd voor de vrouwelijke lekenvolgelingen, voor koningen, voor ministers, voor de leiders van andere religies en voor hun leerlingen."

5.16. "In Ananda, monniken, worden vier verheven eigenschappen aangetroffen. Welke zijn deze vier? Als, monniken, een groep monniken naar Ananda gaat om hem te zien, worden zij blij wanneer zij hem zien; en als hij dan tegen hen spreekt over de Dhamma, worden zij blij vanwege zijn toespraak; en wanneer hij zwijgt, zijn zij teleurgesteld. Zo is dat ook wanneer nonnen, mannelijke lekenvolgelingen, en vrouwelijke lekenvolgelingen naar Ananda gaan om hem te zien: zij worden blij wanneer zij hem zien; en als hij dan tegen hen spreekt over de Dhamma, worden zij blij vanwege zijn toespraak; en wanneer hij zwijgt, zijn zij teleurgesteld."

"En deze vier verheven eigenschappen worden toegeschreven aan een Wiel-in-beweging-zettende universele heerser: wanneer hij bezocht wordt door een groep Khattya's, brahmanen, huishouders of asceten, worden zij blij wanneer zij hem zien en hij tegen hen spreekt; wanneer hij zwijgt zijn zij teleurgesteld. En op precies dezelfde wijze, monniken, worden deze vier verheven eigenschappen bij Ananda aangetroffen."

 

De vergane glorie van Kusiñara:
5.17
. Toen dit gezegd was, sprak de Eerwaarde Ananda tot de Gezegende: "Heer, laat de Heer niet in dit niets betekenend onontwikkelde gehucht sterven, zo achteraf en in het midden van de jungle! Heer, er zijn andere grote steden zoals Campa, Rajagaha, Savatthi, Saketa, Kosambi of Kasi. In die steden wonen vele rijke Khattiya's, brahmanen en huishouders die volgelingen van de Tathagata zijn en die zorg zullen dragen voor een eerbiedwaardige uitvaart voor de Tathagata."

"Ananda, noem dit niet een niets betekenend onontwikkelde gehucht, achteraf en in het midden van de jungle!"

5.18. "Eens, Ananda, was koning Maha Sudassana een Wiel-in-beweging-zettende universele heerser, een rechtvaardige koning die het land in vier windrichtingen veroverd had, wiens rijk gevestigd was in veiligheid en die begiftigd was met de zeven juwelen. En, Ananda, deze koning Maha Sudassana, had dit Kusiñara -- toen onder de naam Kusavati -- als zijn hoofdstad. En het was twaalf yojana's lang van het oosten naar het westen, en zeven yojana's van het noorden tot het zuiden. En Kusavati was rijk, welvarend, goed bevolkt, werd veelvuldig bezocht door mensen en was goed bevoorraad met voedsel. Net zoals de deva-stad Alakamanda rijk is, welvarend, goed bevolkt, veelvuldig bezocht wordt door yakkha's en goed bevoorraad is met voedsel, zo was de koninklijke stad Kusavati. En de stad Kusavati was nooit vrij van tien geluiden, dag en nacht: het geluid van olifanten, paarden, rijtuigen, keteltrommen, kleine trommen, fluiten, gezang, cimbalen en gongs en uitroepen zoals: 'Eet, drink en ben gelukkig!' als tiende."

 

Het geweeklaag van de Malla's:
5.19
. "Ananda, ga nu naar Kusiñara en kondig de Malla's van Kusiñara aan: 'Vannacht, Vasettha's, zal de Tathagata in de laatste nachtwake het uiteindelijke Nibbana verwerven. Ga naar hem toe, Vasettha's, zodat jullie daar later geen spijt van zullen hebben en dan zeggen: 'De Tathagata is in onze gemeente gestorven en wij namen niet de gelegenheid aan hem voor de laatste keer te zien!'" -- "Goed, Heer", zei Ananda, en hij nam zijn gewaad en bedelnap en ging met een monnik op weg naar Kusiñara.

5.20. De Malla's waren juist bijeengekomen in hun vergaderhal vanwege een of andere zaak. De Eerwaarde Ananda ging naar hen toe en kondigde aan: "Vannacht, Vasettha's, zal de Tathagata in de laatste nachtwake het uiteindelijke Nibbana verwerven. Ga naar hem toe, Vasettha's, zodat jullie daar later geen spijt van zullen hebben en dan zeggen: 'De Tathagata is in onze gemeente gestorven en wij namen niet de gelegenheid aan hem voor de laatste keer te zien!'"

Nadat zij de woorden van de Eerwaarde Ananda hadden gehoord, waren de Malla's met hun zonen, hun vrouwen en de vrouwen van hun zonen, getroffen door angst en verdriet, hun geest werd overtroffen door verdriet zodat zij allen huilden en zichzelf aan de haren trokken, hieven hun armen omhoog, wierpen zichzelf op de grond, zij rolden en tolden terwijl ze schreeuwden: "De Gezegende Heer sterft veel te vlug! De Tathagata sterft veel te vlug! Veel te snel verdwijnt het Oog van de Wereld!" En zo getroffen door angst en verdriet, vertrokken de Malla's met hun zonen, hun vrouwen en de vrouwen van hun zonen, naar het Sala Park, het recreatiepark van de Malla's, naar de plaats waar de Eerwaarde Ananda was.

5.22. En de volgende gedachte kwam in de Eerwaarde Ananda op: "Als ik de Malla's van Kusiñara toe sta de Heer individueel eer te betuigen, zal de nacht voorbij zijn voordat zij allemaal eerbied betuigd hebben. Ik kan hen beter per familie hulde laten betuigen door te zeggen: 'Heer, deze Malla met zijn kinderen, zijn vrouw, zijn bedienden en zijn vrienden, betuigen hulde aan de voeten van de Heer.'" En zo deelde Ananda de Malla's op in groepen, familie bij familie, en stelde hij hen aan de Gezegende voor zodat zij al in het eerste deel van de nacht de Heer hulde hadden gebracht.

 

Subhadda, de laatste bekeerling:
5.23
. En op dat moment was er een zekere zwerver in Kusiñara, Subhadda genaamd. Hij vernam het bericht dat de asceet Gotama in de laatste nachtwake het uiteindelijke heengaan zou verwerven. Hij dacht: "Ik heb gehoord van eerbiedwaardige zwervende asceten, leraren van leraren, dat het verschijnen van Tathagata's, Arahats, Volledig Verlichten, zeer zeldzaam is in de wereld. En op deze dag, in de laatste nachtwake, zal het uiteindelijke heengaan van de asceet Gotama plaatsvinden. Ik twijfel ergens over, maar ik heb er vertrouwen in dat de asceet Gotama mij een leer kan onderwijzen die deze twijfel zal uitdrijven."

5.24. En Subhadda vertrok naar het Sala Park, het recreatiepark van de Malla's, naar de plaats waar de Eerwaarde Ananda was en verwoordde zijn gedachte: "Eerbiedwaardige Ananda, krijg ik toestemming om de asceet Gotama te zien?" Maar Ananda gaf als antwoord: "Genoeg, vriend Subhadda, stoor de Tathagata niet, de Heer is erg moe." En Subhadda deed voor de tweede en de derde keer hetzelfde verzoek, toch bleef Ananda zijn verzoek afwijzen.

5.25. Maar de Heer ving het gesprek tussen Ananda en Subhadda op en zei tegen de Eerwaarde Ananda: "Genoeg, Ananda! Houd Subhadda niet buiten! Subhadda, Ananda, mag toegestaan worden in de nabijheid van de Tathagata te zijn. Want wat Subhadda ook vraagt, zal hij vragen in onderzoek naar verlichting en niet om mij lastig te vallen. En wat ik ook zal zeggen in antwoord op zijn vragen zal hij snel begrijpen." Toen zei Ananda: "Ga dan, vriend Subhadda, de Heer geeft u toestemming."

5.26. Toen ging Subhadda naar de Heer, wisselde vriendelijke begroetingen met hem uit, ging aan een zijde zitten en sprak: "Eerwaarde Gotama, er zijn asceten en brahmanen die leiders zijn van grote groepen discipelen, die vele volgelingen hebben, die leiders van religies zijn, goed bekend en beroemd zijn, die door de massa hoog in waarde geacht worden, leraren zoals Purana Kassapa, Makkhali Gosala, Ajita Kesakambali, Pakudha Kaccayana, Sañjaya Belathiputtha en Nigantha Nataputta. Zijn zij allemaal tot de realiteit ontwaakt zoals elk van hen dat zegt, of is er geen van hen, of is het dat sommigen van hen tot de realiteit zijn ontwaakt en sommigen niet?"

"Genoeg, Subhadda. Maak je niet druk over het feit of zij allemaal, geen van hen, sommigen wel of sommigen niet tot de realiteit zijn ontwaakt. Ik zal je de Dhamma onderwijzen, Subhadda. Luister, schenk diepe aandacht en ik zal spreken." -- "Ja, Heer", zei Subhadda, en de Heer zei dit:

De brul van de leeuw:
5.27
. "In iedere Dhamma en Discipline waar het Achtvoudige Pad niet wordt aangetroffen, wordt geen ware asceet van de eerste, de tweede, de derde of van de vierde graad van heiligheid aangetroffen. Maar zulke van de eerste, de tweede, de derde of van de vierde graad van heiligheid, worden aangetroffen in een Dhamma en Discipline waar het Achtvoudige Pad wordt aangetroffen. Welnu, Subhadda, in deze Dhamma en Discipline wordt het Achtvoudige Pad aangetroffen en hierin worden asceten van de eerste, de tweede, de derde en de vierde graad van heiligheid aangetroffen. Andere religies zijn verstoken van ware asceten. Maar, Subhadda, als de monniken in deze religie het perfecte leven leiden, zal de wereld niet verstoken zijn van Arahats."

"Negenentwintig jaar was ik,
toen ik de wereld verzaakte om het Goede te zoeken.

Meer dan vijftig jaren zijn er verstreken, Subhadda
vanaf de dag dat ik de wereld verzaakte.

En in al die tijd ben ik een zwerver geweest
in het domein van deugd en van waarheid,

en buiten deze Leer,
is er geen heilige van de eerste graad."

"En er is geen heilige van de tweede graad, noch van de derde graad, noch van de vierde graad. Verstoken van ware asceten zijn de systemen van andere leraren. Maar, Subhadda, als de monniken in deze religie het perfecte leven leiden, zal de wereld niet verstoken zijn van Arahats."

5.28. Toen dit gezegd was, zei de zwerver Subhadda: "Uitstekend Heer! Uitstekend Heer! Net zoals iemand rechtzet wat op z'n kop staat, openbaar maakt wat verborgen was, of de weg wijst aan hem die verdwaald is, of een lamp omhoog houdt in de duisternis zodat zij die ogen hebben dingen zullen zien; net zo is de Dhamma door de Eerwaarde Gotama op vele manieren uitgelegd! Daarom, Heer, neem ik mijn toevlucht in de Gezegende, zijn Dhamma en zijn Sangha. Dat ik van de Heer mag toetreden tot de Sangha! Dat ik de hogere inwijding mag ontvangen!"

5.29. "Subhadda, wie voorheen een volgeling van een andere leerstelling is geweest, en die wil toetreden en de hogere inwijding wil ontvangen in deze Dhamma en Discipline, die heeft een proeftijd van vier maanden. Aan het einde van deze vier maanden, wanneer de monniken tevreden met hem zijn, dan laten zij hem toe en wijden zij hem in als een monnik. Hoe dan ook, ik zie een verschil tussen persoonlijkheden."

"Als, Heer, wie voorheen een volgeling van een andere leerstelling is geweest, en die wil toetreden en de hogere inwijding wil ontvangen in deze Dhamma en Discipline, en die een proeftijd heeft van vier maanden (...) dan zal ik een proeftijd hebben van vier jaren. Als aan het einde van deze vier jaren, de monniken tevreden met mij zijn, laat mij dan toetreden en laat hen mij als monnik inwijden!" Maar de Heer zei tegen Ananda: "Wijd Subhadda in!" -- "Goed, Heer", was zijn antwoord.

5.30. En Subhadda zei tegen de Eerwaarde Ananda: "Vriend Ananda, het is een grote winst voor jullie allemaal, het is een zegening voor jullie, dat jullie door de Meester zelf besprenkeld zijn voor de inwijding in het leerlingschap!"

Toen ontving Subhadda het thuisloze leven en de hogere inwijding in de nabijheid van de Heer. En vanaf het moment van zijn inwijding verbleef de Eerwaarde Subhadda alleen, in afzondering, onverstoorbaar, ijverig en vastbesloten. En in korte tijd bereikte hij datgene waarvoor jonge mannen van goede gezinnen het huiselijke leven harmonieus verlaten, en ook het thuisloze leven aangaan: het onovertrefbare hoogtepunt van het heilige leven. Door zijn eigen inzicht had hij dat gerealiseerd, hier en nu, en hij begreep: "Geboorte is vernietigd, het heilige leven is geleefd, wat gedaan moest worden is gedaan. En na dit leven zal er niets meer overblijven." En de Eerwaarde Subhadda werd een van de overige Arahats. Hij was de laatste discipel die door de Gezegende zelf werd ingewijd.

 

.

.

.

.

.

   
   

 

Dharma-lotus is onderdeel van Reiki-Lotus, een Reiki- en meditatiepraktijk in Breda welk  werkt vanuit een Boeddhistische visie. U kunt contact met ons opnemen op info@Dharma-lotus.com.
Deze website is gebouwd door Ivar Mol, Ivar@reiki-lotus.com
Op alle artikelen rust een auteursrecht.