28 mei - 8 juni: Vipassana en wandel retraite in  Frankrijk  |  Lees hier meer...

Reiki

Chios

Tantra

Sweda

Retraite

Spiriwiki

   

.

.

 

Door het begrijpen van de Vier Edele Waarheden:
2.1
. En de Heer zei tegen Ananda: "Kom, Ananda, laat ons naar Kotigama gaan." -- "Goed, Heer", zei Ananda, en de Heer vertrok vergezeld door een grote groep monniken, en verbleef daar.

2.2. Toen sprak de Heer de monniken toe met de volgende woorden: "Monniken, het is vanwege het niet begrijpen, het niet doorzien van de Vier Edele Waarheden, dat ik, zowel als jullie, voor lange tijd hebben rondgedoold in de cyclus van geboorte en dood. Welke zijn deze vier? Vanwege het niet begrijpen van de Edele Waarheid van Lijden hebben wij voor lange tijd rondgedoold in de cyclus van geboorte en dood; vanwege het niet begrijpen van de Edele Waarheid van de Oorzaak van Lijden; vanwege het niet begrijpen van de Edele Waarheid van de Opheffing van Lijden; en vanwege het niet begrijpen van de Edele Waarheid van het Pad dat leidt tot de Opheffing van Lijden hebben wij voor lange tijd rondgedoold in de cyclus van geboorte en dood. Maar nu, monniken, is vanwege het begrijpen, het doorzien van dezelfde Edele Waarheid van Lijden, van de Oorzaak van Lijden, van de Opheffing van Lijden en van het Pad dat leidt tot de Opheffing van Lijden -- de hunkering naar worden afgekapt, vernietigd is datgene dat naar worden leidt, en is er geen wedergeboorte meer."

2.3. Aldus werd dit door de Heer gesproken. En de Gelukkige, de Meester, zei vervolgens:

"Vanwege het niet zien van de Vier Edele Waarheden zoals zij werkelijk zijn,
was het een lange tocht, van geboorte tot geboorte."

"Maar wanneer deze worden gezien,
wordt daarmee de oorzaak van wedergeboorte vernietigd,
de wortel van lijden afgekapt, en wedergeboorte beëindigd."

Toen predikte de Heer, terwijl hij te Kotigama verbleef, een goed opgebouwde toespraak: "Dit is moraliteit, dit is concentratie, dit is wijsheid, dit is bevrijding. Concentratie (meditatie), monniken, die ondersteund wordt door deugdzaamheid brengt veel vruchten voort, veel zegening. De geest, die ondersteund wordt door wijsheid, is volledig en geheel bevrijd van alle aantastingen, namelijk: de aantasting van zintuiglijke begeerten, de aantasting van worden, de aantasting van opvattingen en de aantasting van onwetendheid."

 

Te Nadika:
2.5
. En toen de Heer zolang in Kotigama gebleven was als dat hij dat wenste, zei hij tegen Ananda: "Kom, Ananda, laat ons naar Nadika gaan." -- "Goed, Heer", zei Ananda, en de Heer vertrok vergezeld door een grote groep monniken naar Nadika waar hij verbleef in het Stenen Huis.

 

Te Nadika:    de vier verheven graden van heiligheid:
2.6
. En Ananda kwam naar de Heer, begroette hem, ging aan zijn zijde zitten en zei: "Heer, hier in Nadika zijn de monnik Salha en de non Nanda gestorven. Welke wedergeboorte heeft na hun dood plaatsgevonden? De lekenman Sudatta en de lekenvrouw Sujata, de lekenvolgelingen Kakudha, Kalinga, Nikata, Katissabha, Tuttha, Santuttha, Bhadda en Subhadda zijn hier in Nadika allemaal gestorven. Welke wedergeboorte heeft na hun dood plaatsgevonden?"

2.7. "Ananda, de monnik Salha heeft door de vernietiging van de bezoedelingen in dit leven, de onbezoedelde bevrijding van de geest en de bevrijding door wijsheid verworven, doordat deze door hemzelf direct gezien werden en gerealiseerd zijn."

"Ananda, de non Nanda is -- door de vernietiging van de vijf lagere banden -- spontaan wedergeboren, en zal vanaf die staat het Nibbana verwerkelijken zonder nog ooit naar deze wereld terug te keren."

"Ananda, de lekenman Sudatta is -- door de vernietiging van drie banden en het reduceren van hebzucht, haat en begoocheling -- een Eenmaal Terugkerende die nog eenmaal naar deze wereld terug zal keren en dan een einde aan lijden zal maken."

"Ananda, de lekenvrouw Sujata is, door de vernietiging van de drie banden, een In de Stroom Getredene voor wie het niet meer mogelijk is om in ellendige staten te worden wedergeboren en is verzekerd om het Nibbana te verwerkelijken."

"Ananda, de lekenman Kakudha is -- door de vernietiging van de vijf lagere banden -- spontaan wedergeboren, en zal vanaf die staat het Nibbana verwerkelijken zonder nog ooit naar deze wereld terug te keren. Zo is het ook met Kalinga, Nikata, Katissabha, Tuttha, Santuttha, Bhadda en Subhadda."

"Ananda, in Nadika zijn meer dan vijftig lekenvolgelingen gestorven die spontaan zijn wedergeboren, en vanaf die staat het Nibbana zullen verwerkelijken zonder nog ooit naar deze wereld terug te keren."

"Meer dan negentig lekenvolgelingen, Ananda, zijn in Nadika gestorven, die -- door de vernietiging van de drie banden en het reduceren van hebzucht, haat en begoocheling -- Eenmaal Terugkerenden zijn die nog eenmaal naar deze wereld zullen terugkeren en dan een einde aan lijden zullen maken."

"En wel meer dan vijfhonderd lekenvolgelingen, Ananda, zijn in Nadika gestorven, die -- door de volledige vernietiging van de drie banden -- In de Stroom Getredenen zijn, en niet meer in ellendige staten kunnen worden wedergeboren en verzekerd zijn om het Nibbana te verwerkelijken."

 

Te Nadika:    de Spiegel van de Dhamma:
2.8
. "Ananda, het is niet zo vreemd dat wezens moeten sterven. Maar wanneer jij iedere keer, steeds wanneer er iemand gestorven is, naar de Tathagata komt en hem vragen stelt over hun lot, dan zou hem dat erg vermoeien. Daarom, Ananda, zal ik je een manier leren om de Dhamma te kennen, namelijk: 'De Spiegel van de Dhamma', waarin de edele discipel, wanneer hij dat wil, voor zichzelf kan bespiegelen: 'Voor mij is er geen wedergeboorte meer in de hel, in het dierenrijk, in het rijk der hongerige geesten, in geen enkele ellendige staat. Ik ben een In de Stroom Getredene, ik kan niet meer in ongelukkige staten vallen en ik ben hierdoor verzekerd het Nibbana te verwerkelijken.'"

2.9. "En wat, Ananda, is deze Spiegel van de Dhamma waardoor een edele discipel dit weet? Hier, Ananda, bezit een edele discipel een onwrikbaar vertrouwen in de Boeddha op deze manier: 'Deze Gezegende Heer is een Arahat, een Volledig Verlichte Boeddha, perfect in wijsheid en gedrag, de Goed-Gegane, kenner van de werelden, een onvergelijkbare trainer van wezens, een Leraar van goden en mensen, hij is de Verlichte, de Gezegende.'"

"Hij bezit een onwrikbaar vertrouwen in de Dhamma op deze manier: 'De Dhamma is goed verkondigd door de Gezegende, zichtbaar hier en nu, onmiddellijk effectief, nodigt uit tot onderzoek, leidt tot bevrijding en wordt door de wijzen zelf ervaren.'"

"Hij bezit een onwrikbaar vertrouwen in de Sangha op deze manier: 'De Sangha van de discipelen van de Gezegende beoefent de goede weg, beoefent de rechte weg, beoefent de ware weg, beoefent de juiste weg, dat wil zeggen, de vier paren van personen, de acht typen individuen. Deze Sangha van de discipelen van de Gezegende is giften waardig, is gastvrijheid waardig, is offerranden waardig, is waardig voor eerbiedige begroeting, het is een onovertrefbaar veld van verdiensten voor de wereld.' En hij bezit deugden welke door de edelen geliefd zijn, volkomen en perfect, onbezoedeld en puur, deugden die bevrijdend zijn, die door de wijzen geprezen worden, die onbezoedeld zijn en die tot concentratie van de geest strekken."

"Dit, Ananda, is de Spiegel van de Dhamma, waarin de edele discipel, wanneer hij dat wil, voor zichzelf kan bespiegelen: 'Voor mij is er geen wedergeboorte meer in de hel, in het dierenrijk, in het rijk der hongerige geesten, in geen enkele ellendige staat. Ik ben een In de Stroom Getredene, ik kan niet meer in ongelukkige staten vallen en ik ben hierdoor verzekerd het Nibbana te verwerkelijken.'"

2.10. En ook in Nadika, in het Stenen Huis, predikte de Gezegende vaak een goed opgebouwde toespraak: "Dit is moraliteit, dit is concentratie, dit is wijsheid, dit is bevrijding. Concentratie (meditatie), monniken, die ondersteund wordt door deugdzaamheid brengt veel vruchten voort, veel zegening. De geest, die ondersteund wordt door wijsheid, is volledig en geheel bevrijd van alle aantastingen (asava's), namelijk: de aantasting van zintuiglijke begeerten (kamasava), de aantasting van worden (bhavasava), de aantasting van opvattingen (ditthasava) en de aantasting van onwetendheid (avijjasava)."

 

Te Vesali:
2.11
. En toen de Heer zolang in Nadika gebleven was als dat hij dat wenste, zei hij tegen Ananda: "Kom, Ananda, laat ons naar Vesali gaan." -- "Goed, Heer", zei Ananda, en de Heer vertrok vergezeld door een grote groep monniken naar Vesali waar hij verbleef in het park van Ambapali.

 

Te Vesali:    Indachtigheid en helder begrip:
2.12
. En daar sprak de Heer de monniken toe: "Monniken, een monnik moet indachtig en van helder begrip zijn. Dit is onze aansporing tot jullie!"

"En hoe is een monnik indachtig? Hier leeft een monnik met het beschouwen van het lichaam als het lichaam, ijverig, van helder begrip en indachtig, en hij heeft afgedaan met begeerte en verdriet met betrekking tot de wereld; zo ook met gevoelens, de geest en de mentale objecten. Dit is hoe een monnik indachtig is."

2.13. "En wanneer heeft een monnik helder begrip? Hier is een monnik, wanneer hij naar voren of naar achteren beweegt, zich gewaar van wat hij doet; in het naar voren of naar achteren kijken, is hij zich gewaar van wat hij doet; in het buigen en strekken is hij zich gewaar van wat hij doet; in het dragen van zijn onder- en bovengewaad en in het dragen van zijn bedelnap, is hij zich gewaar van wat hij doet; in het eten, drinken, kauwen en het proeven, is hij zich gewaar van wat hij doet; tijdens zijn ontlasting en zijn urineren is hij zich gewaar van wat hij doet; in het lopen, staan, zitten en liggen, is hij zich gewaar van wat hij doet; in het wakker zijn, in het spreken of in het stilzwijgen, is hij zich gewaar van wat hij doet. Zo is een monnik wanneer die helder begrip heeft."

"Een monnik moet indachtig zijn en van helder begrip. Dit is onze aansporing tot jullie!"

 

Te Vesali:    Ambapali en de Licchavi's:
2.14
. In die tijd hoorde Ambapali, de courtisane, dat de Gezegende in Vesali was gearriveerd en in haar park verbleef. Ze liet de beste rijtuigen in gereedheid brengen en reed van Vesali naar haar park. Ze reed tot zover de bodem dat toeliet, stapte toen uit, en ging daarna te voet verder naar waar de Heer zich bevond. Ze begroette de Heer en ging aan zijn zijde zitten. Toen zij daar zat, instrueerde, inspireerde, verkwikte en verblijdde de Heer haar met een gesprek over de Dhamma. En nadat zij aldus verblijd was, zei Ambapali: "Heer, dat de Gezegende samen met de orde van monniken, van mij morgen een maal mag ontvangen!" De Heer stemde stilzwijgend toe, en omdat Ambapali zijn stilzwijgen begreep, stond ze van haar zitplaats op, groette de Heer, en vertrok terwijl ze haar rechterzijde naar hem toe gericht hield.

2.15. En de Licchavi's van Vesali hoorden dat de Gezegende in Vesali was gearriveerd en in het park van Ambapali verbleef. Dus lieten zij de beste rijtuigen in gereedheid brengen en reden Vesali uit. En sommige van de jonge Licchavi's waren geheel in het blauw, met blauwe make-up, blauwe kleren en blauwe sieraden, terwijl sommigen in het geel waren, sommigen in het rood, sommigen in het wit, met witte make-up, witte kleren en witte sieraden.

2.16. En Ambapali kwam de Liccavi's tegen, as na as, wiel na wiel, juk na juk. En zij zeiden tegen haar: "Ambapali, waarom rijdt je ons op deze manier tegemoet?" -- "Omdat, jonge heren, de Gezegende met zijn orde van monniken door mij voor een maaltijd is uitgenodigd."

"Ambapali! Sta dit maal voor honderdduizend geldstukken af!" Maar Ambapali antwoordde: "Jonge heren, zelfs al zouden jullie mij Vesali geven met al het bijbehorende land, dan zou ik zo'n belangrijk maal niet afstaan!"

Toen knipten de Licchavi's met hun vingers, en riepen: "Wij zijn verslagen door de mango-vrouw! Wij zijn overtroffen door de mango-vrouw!" En ze vervolgden hun weg naar het park van Ambapali.

2.17. En nadat de Heer de Licchavi's op grote afstand had zien aankomen, zei hij: "Monniken, indien iemand van jullie de goden van de Drieëndertig nog niet heeft gezien, kijk dan eens naar deze groep Liccavi's! Bekijk hen eens goed, dan krijg je een goed beeld van de goden van de Drieëndertig!"

2.18. De Liccavi's reden in hun rijtuigen zo ver de bodem dat toeliet, stapten toen uit, en gingen daarna te voet verder naar waar de Heer zich bevond. Zij begroetten de Heer en gingen aan een zijde zitten. En toen zij daar zaten, instrueerde, inspireerde, verkwikte en verblijdde de Heer hen met een gesprek over de Dhamma. En nadat zij aldus verblijd waren, zeiden zij: "Heer, dat de Gezegende samen met de orde van monniken, van ons morgen een maal mag ontvangen!"

"Maar, Liccavi's, ik heb al een maal voor morgen geaccepteerd van Ambapali, de courtisane!" Toen knipten de Licchavi's met hun vingers, en riepen: "Wij zijn verslagen door de mango-vrouw! Wij zijn overtroffen door de mango-vrouw!" En toen, nadat zij door zijn woorden waren verheugd en verblijd, stonden ze van hun zitplaatsen op, groetten de Heer, en terwijl zij hun rechterzijde naar hem toe gericht hielden, vertrokken zij.

2.19. En nadat de nacht bijna voorbij was en ze thuis een heerlijk maal van vast en zacht voedsel bereid had, berichtte Ambapali de Gezegende: "Het is tijd, Heer. Het maal is gereed." En nadat hij zichzelf gekleed had, zijn gewaad en bedelnap genomen had, ging de Heer met de orde van monniken naar het huis van Ambapali waar zij op de voor hen in gereedheid gebrachte zetels gingen zitten. En ze bediende de Boeddha en zijn orde van monniken met heerlijk vast en zacht voedsel totdat zij voldaan waren. En toen de Heer zijn maal beëindigd had en zijn hand van de bedelnap weghaalde, nam Ambapali een lage zetel en ging ze aan een zijde zitten. Toen zij daar zo zat, zei ze: "Heer, ik geef dit park aan de orde van monniken met de Boeddha aan het hoofd." De Heer nam het park aan en toen instrueerde, inspireerde, verkwikte en verblijdde hij haar met een gesprek over de Dhamma, waarna hij van zijn zitplaats opstond en vertrok.

2.20. En terwijl hij te Vesali verbleef, predikte de Heer een goed opgebouwde toespraak tot de monniken: "Dit is moraliteit, dit is concentratie, dit is wijsheid, dit is bevrijding. Concentratie (meditatie), monniken, die ondersteund wordt door deugdzaamheid brengt veel vruchten voort, veel zegening. De geest, die ondersteund wordt door wijsheid, is volledig en geheel bevrijd van alle aantastingen (asava's), namelijk: de aantasting van zintuiglijke begeerten (kamasava), de aantasting van worden (bhavasava), de aantasting van opvattingen (ditthasava) en de aantasting van onwetendheid (avijjasava)."

 

Te Beluva:
2.21
. En toen de Heer zolang in het park van Ambapali gebleven was als dat hij dat wenste, zei hij tegen Ananda: "Kom, Ananda, laat ons naar Beluva gaan." -- "Goed, Heer", zei Ananda, en de Heer vertrok vergezeld door een grote groep monniken naar het dorp Beluva en verbleef daar.

 

Te Beluva:    De zeer ernstige ziekte van de Gezegende:
2.22
. Daar sprak de Gezegende tot de monniken: "Ga nu, monniken, en zoek ergens in de omgeving van Vesali een onderkomen bij vrienden, kennissen of donateurs, en breng daar het regenseizoen door. Ikzelf zal het regenseizoen hier in Beluva doorbrengen." -- "Goed, Heer", antwoordden de monniken, en zij deden wat hen gezegd was. De Heer bracht het regenseizoen door in Beluva.

2.23. En gedurende het regenseizoen werd de Heer overvallen door een verschrikkelijke ziekte. Er ontstond een snerpende en zeer ernstige pijn in hem alsof hij eraan zou gaan sterven. Maar de Gezegende verdroeg dit allemaal indachtig, met helder begrip en zonder klagen. En hij dacht: "Het zou niet juist zijn als ik tot mijn uiteindelijke heengaan overga zonder mijn volgelingen toegesproken te hebben en afscheid van de gemeenschap van monniken te hebben genomen. Ik zal deze ziekte door de kracht van de wil onderdrukken en mij toeleggen op de wil om verder te leven." En zo gebeurde het dat de ziekte van de Gezegende afnam.

2.24. En de Gezegende herstelde van zijn ziekte. Zodra hij zich wat beter voelde, ging hij naar buiten en ging hij op een zetel zitten die voor hem, in de schaduw aan de voorkant van zijn verblijf, in gereedheid was gebracht. Toen kwam de Eerwaarde Ananda naar hem toe, begroette hem, ging aan een zijde zitten en zei: "Heer, ik heb gezien dat het goed gaat met de Heer! Ik heb gezien hoe de Heer dit alles geduldig verdroeg! En, Heer, mijn lichaam was als dat van een dronkaard. Ik verloor de controle over mezelf en alles om mij heen werd wazig vanwege de ziekte van de Gezegende! De enige gedachte die mij troostte was: 'De Heer zal niet het uiteindelijke Nibbana verwerven voordat hij enige laatste instructies aan de gemeenschap van monniken heeft gegeven.'"

2.25. "Maar, Ananda, wat verwacht de gemeenschap van monniken van mij nog meer? Ik heb de Dhamma onderwezen, Ananda, zonder enig onderscheid te maken tussen ingewijden en niet ingewijden; met betrekking tot de Leer, Ananda, heeft de Tathagata niet zoiets als een gesloten vuist van een leraar die iets achter houdt. Als er iemand is die denkt: 'Ik zal de gemeenschap van monniken leiden' of 'de gemeenschap van monniken is van mij afhankelijk', laat hem de gemeenschap van monniken dan enige instructies geven. Maar, Ananda, de Tathagata heeft niet het idee dat hij het is die de gemeenschap van monniken leidt of dat de gemeenschap van monniken van hem afhankelijk is. Welke instructie zou hij dan aan de gemeenschap van monniken nog moeten geven?"

"Ik ben nu zwak, Ananda, oud en versleten. Ik ben tachtig jaren oud, mijn leven zit erop. Net zoals een oude kar, Ananda, die met de grootst mogelijke moeite met riemen bij elkaar gehouden wordt, zo wordt ook het lichaam van de Tathagata in beweging gehouden. Het is alleen dan, Ananda, wanneer de Tathagata zijn aandacht terugtrekt van externe dingen en met de opheffing van bepaalde gevoelens -- wanneer hij in de tot eenheid geconcentreerde toestand van de geest verkeert dat zijn lichaam nog enig comfort kent."

2.26. "Wees daarom, Ananda, als een eiland voor jullie zelf, een toevlucht voor jullie zelf, zoek geen externe toevlucht. Met de Dhamma als jullie eiland, met de Dhamma als jullie toevlucht, zoek geen andere toevlucht. En hoe, Ananda, is een monnik een eiland voor zichzelf, een toevlucht voor zichzelf, zoekt hij geen externe toevlucht? Hoe, zoekt hij, met de Dhamma als zijn eiland, met de Dhamma als zijn toevlucht, geen andere toevlucht? Hier (in deze leer), Ananda, beschouwt een monnik het lichaam als het lichaam, ijverig, volledig gewaar en indachtig, en doet hij af met begeerte en verdriet met betrekking tot de wereld. En zo ook wanneer hij gevoelens als gevoelens beschouwt, de geest als de geest beschouwt, mentale objecten als mentale objecten beschouwt, ijverig, volledig gewaar en indachtig, en doet hij af met begeerte en verdriet met betrekking tot de wereld. Dat, Ananda, is hoe een monnik een eiland voor zichzelf is, een toevlucht voor zichzelf is, en hoe hij geen externe toevlucht zoekt; dat is hoe hij de Dhamma als zijn eiland heeft, hoe hij de Dhamma als zijn toevlucht heeft, en hoe hij geen externe toevlucht zoekt."

"En zij, Ananda, die nu leven of zij die leven wanneer ik ben heengegaan, als zij als een eiland voor zichzelf zijn, als zij een toevlucht voor zichzelf zijn, en geen andere toevlucht zoeken; diegenen die Dhamma als hun eiland en toevlucht hebben en geen andere toevlucht zoeken; zij zijn het die het hoogste zullen bereiken indien zij verlangend zijn om te leren."

 

.

.

.

.

.

   
   

 

Dharma-lotus is onderdeel van Reiki-Lotus, een Reiki- en meditatiepraktijk in Breda welk  werkt vanuit een Boeddhistische visie. U kunt contact met ons opnemen op info@Dharma-lotus.com.
Deze website is gebouwd door Ivar Mol, Ivar@reiki-lotus.com
Op alle artikelen rust een auteursrecht.